Reisverslag Zambia – Zimbabwe

7 september – 28 september 2007

 

 

Organisator: Sawadee www.Sawadee.nl

 

Kok/Chaffeur: Shadi, Dudu www.Nomadtours.co.za

 

 

Reisbegeleidster: Angela Vergouw

 

Deelnemers: Willy en Ab, Géke en Remco, Maaike en Frits, Anke en Henk, Gré, Jan, Ben en Ingrid

 

 

 

Vrijdag 7 september

Met de trein naar Schiphol. We gaan maar een beetje op tijd van huis vanwege de avondspits. Het vliegtuig zal om 21.05 uur vertrekken.  Het blijkt dat we de eerste van de groep zijn, volgens de mevrouw die door Sawadee wordt ingehuurd om ons op te vangen. We gaan maar alvast inchecken, zodat we van onze rugzakken verlost zijn.  Achteraf blijkt altijd weer dat je veel te veel meeneemt, ondanks de beperkte ruimte van de rugzak. In een van de vele gelegenheden in de grote hal van Schiphol, eten en drinken we nog wat voordat we naar de gate gaan. Als we bij de gate zitten laten we de mensen de revue passeren en kijken wie er wellicht met ons deze reis mee gaat maken. We kunnen niet echt iemand ontdekken die hiervoor in aanmerking komt. Gelukkig vertrekt het vliegtuig op tijd richting Nairobi.

In het vliegtuig proosten we op Ben zijn verjaardag. Het is inmiddels zaterdag 8 september. Ben zijn verjaarscadeau gegeven (plasticzakjes) die tijdens de vakantie toch weer van pas blijken te komen.

 

 

Zaterdag 8 september

In Nairobi moeten we overstappen voor we om plm. 09:35 in Lilongwe (Malawi) aankomen.  In de rij, om onze paspoorten te laten controleren ontmoeten we onze eerste reisgenoten, Géke en Remco. We ontdekken al snel dat we weer in Afrika zijn. De rij schiet niet echt op. Als we er eindelijk door heen zijn is onze bagage er inmiddels ook al. Je denkt snel te kunnen opschieten, maar nee. De rugzak moet open om nagekeken te worden. Een handje vol pennen doet wonderen. Ben en Ingrid  mogen door.  Buiten worden we door Angela opgevangen en maken we kennis met de rest van de groep. Qua leeftijd is het een gemêleerd gezelschap. Als iedereen er is gaan we naar het busje dat ons naar hotel Korea Garden Hotel in Lilongwe zal brengen. Het wordt proppen geblazen, maar het lukt om iedereen inclusief bagage het busje in te krijgen. Een goede test voor de flexibiliteit van de groep. Achteraf zal blijken dat we geslaagd zijn.

Het hotel bestaat uit wat kleine gebouwtjes en heeft een klein zwembad.  De kamers zijn prima. Zelfs de douche doet het en er is warm water. Als we hebben gedoucht gaan we naar de bar. Hier krijgen we van Sawadee een welkomstdrankje aangeboden en wordt er een voorstelrondje gemaakt. We blijken allemaal ervaren reizigers te zijn, waarbij de één nog nooit Afrika heeft bezocht terwijl de ander dit continent al meerdere malen bezocht te heeft.

Onder het genot van een Koreaans voorgerechtje of hamburger praten we met elkaar nog wat na.

Omdat wij al eerder in Lilongwe geweest zijn willen we het stadje nog wel even in om te bekijken of er veel veranderd is. Samen met Gré, Remco en Géke gaan we die kant op. Op zich is er niet veel veranderd. De supermarkt waar we vorige keer een bedelaar een T-shirt hebben gegeven, bestaat niet meer. De markt met houdsnijwerk is er nog wel. Alleen de mensen daarvan zijn wel erg veranderd. De kreet “kijken, kijken, niet kopen” vliegt ons om de oren. Ook de opdringerigheid om vooral iets bij hen te kopen is flink toegenomen. Echt gezellig lopen hier doe je niet. We gaan maar op weg naar een  supermarkt om water te kopen. Het is namelijk af te raden om water uit de kraan te drinken. Na nog een colaatje te hebben gedronken op het terras van Ali Baba gaan we terug naar het hotel.

Na ons wat opgefrist te hebben gaan we naar het zwembad waar een aantal medereizigers zitten. Om plm. 19:00 uur hebben we afgesproken om met elkaar in het hotel te eten. De truck, die voor de komende dagen ons vervoer zal zijn, is net gearriveerd. Dudu (de chauffeur) en Shadi (kok) kunnen we nog niet ontmoeten omdat zij nu liggen te slapen. Tijdens de maaltijd wordt door Angela het programma voor morgen doorgenomen. Het zal een dagelijks ritueel worden.

 

Zondag 9 september

Om 06:30 uur zitten we alweer aan een heerlijk Engels ontbijt. Tijdens het ontbijt ontmoeten we Dudu en Shadi die ons de komende 10 dagen naar de verschillende parken zullen brengen en waar zij (na later zal blijken) heerlijke maaltijden zullen bereiden.

Na het ontbijt pakken we ons boeltje bij elkaar en wordt alles de truck in geladen. In het achterste deel van de truck zit de keuken. Het domein van Shadi. Er is zelfs een diepvries aanwezig! Nomad heeft het goed voor elkaar.

Als alles er in zit gaan we op weg naar Chipata (Zambia), waar we boodschappen zullen doen. Maar.... eerst de grens over. Voor ons gaat het redelijk snel. Voor Dudu gaat het iets minder snel. Invoer van de truck levert enige vertraging op. Tijdens het wachten maar even wat frisbeeën met plaatselijke kinderen. Zowel zij als wij amuseren ons prima. Als Dudu het dan eindelijk voor elkaar heeft om ook de truck Zambia in te krijgen stoppen we met het spel en maakt Ingrid één van de kinderen blij met de frisbee. Hopelijk levert het geen oorlog tussen de kinderen op en zullen zij er samen mee gaan spelen. 

In de loop van de ochtend komen we in Chipata aan waar Dudu de truck bij de supermarkt Shopprite parkeert. Voor ons alweer een bekende locatie. In de tijd dat Angela en Shadi boodschappen doen lopen wij wat rond en komen op de plaatselijk markt terecht. Het is niet een grote markt maar wel erg levendig en kleurrijk. Een meneer is een mooie reclame op zijn winkel aan het schilderen, waardoor anderen kunnen zien dat hij o.a. groente verkoopt. Weer een ander is bezig om zijn waar mooi op te stapelen. Aan het eind van de markt treffen we een restaurant aan met de naam Hunger Clinic Restaurant. We kunnen ons hierbij weinig voorstellen wat er geserveerd wordt. Als we de hele markt bezocht hebben lopen we rustig terug naar de supermarkt. Onderweg zien we diverse mooie dames met van alles en nog wat op hun hoofd dragend. Ook zien we een jongetje met een kip op z’n schoot. Of het nu zijn troeteldier is of gewoon voor de verkoop, krijgen we niet echt duidelijk van hem. Hij is in ieder geval blij dat hij met zijn kip op de foto staat.

Als we bij de supermarkt aan komen staan Angela en Shadi al met volgeladen winkelwagentjes klaar. Alleen Dudu met truck ontbreekt nog. Het duurt niet lang of ook hij komt er aan. Snel alles inladen op aanwijzing van Shadi en we kunnen naar de plek rijden waar we onze eerste lunch gaan gebruiken. Het is een kampeerplaats waar Shadi een heerlijke lunch voor ons bereidt. Vele handen maken licht werk dus is het super snel voor elkaar. Het eerste wild is al gespot. Bavianen. Velen van deze dieren zullen er nog volgen. Na de lunch, de afwas en het wapperen van de natte vaat (qua hygiëne de beste manier om de afwas te drogen) gaan we naar het Nationaal Park South Luangwa. Eén van de parken die op de lijst van Afrikaanse grootste parken staat. Het park beslaat ongeveer 9050 km2. Het bestaat uit diverse leefgebieden variërend van dichte bossen van Mopane-bomen tot open grasland. Het park bevat Mahonie-, Ebony-, Marula- en Worstenbomen (genoemd naar de enorme vruchten die er als worsten uitzien). In dit park kan ook gewandeld worden. Maar voor we dit moois kunnen bewonderen zullen we eerst nog moeten komen.

Een weg die wij ons van een van de onze vorige reizen nog goed kunnen herinneren, Zimbabwe-Zanzibar. Gelukkig is het droog in tegenstelling tot toen, maar het blijft een weg met heeeel veeeel gehobbel.  We zijn dan ook blij als we om plm. 16:00 uur op de kampeerplaats zijn. We kamperen niet op Flat Dogs (zoals de vorige keer), maar op Wildlife Camp. Een mooie kampeerplaats aan de rand van de rivier Luangwa. 

Voor het eerst tijdens deze reis zetten we de tenten op. We zoeken een mooi plekje aan de rand van de rivier. Het is weer even wennen hoe die dingen ook al weer opgezet moeten weer. Het lukt ons aardig om in een snel tempo de tent op te zetten. Na het opzetten hiervan moeten we even onder het genot van een biertje bijkomen. De bar heeft een prachtig uitzicht over de rivier en het geluid van nijlpaarden hoor je al weer van diverse kanten. Ja, we zijn weer thuis!

Na het eten gaan we in de bar nog even genieten van alle geluiden en laten de eerste reisdag in onze gedachten passeren.

We liggen lekker in onze tent te slapen tot één van ons moet plassen. Laat ik dan ook maar meteen plassen, denkt de ander. Het is wel een eindje lopen naar het toilet, dan maar voor de tent. Terug in onze slaapzak  horen we een olifant onze tent voorbij schuiven en daarna een nijlpaard. Wat een geluk dat ik nu niet hoef te plassen, denkt Ingrid. ‘s-Morgens horen we van onze buren dat de olifant er al stond op het moment dat wij aan het plassen waren. Heel fijn!

 

Maandag 10 september

Om 06:00 uur op voor de eerste gamedrive. Heet water staat klaar voor koffie en thee en er staat brood met jam voor ons. Heeft Shadi weer goed voor ons geregeld. Een deel van de groep maakt zich klaar voor een wandeling. Het wandelen gaan wij morgen doen. Vooraf konden we namelijk aangeven wat wij deze dagen allemaal wilden gaan doen en op welk moment; gamedrive, wandeling of een bezoek aan een lokale textielfabriek. Ingrid wilde graag op een van deze dagen een bezoek brengen aan deze textielfabriek. Omdat zij de enige van de groep bleek te zijn die dit wilde, is dit niet door gegaan. Zin om met een andere groep mee te gaan had ze niet.

Als we onderweg zijn naar het park, onze camping ligt er net iets buiten, moeten we voor een kudde overstekende olifanten stoppen. Aan de andere kant van de weg moeten wat mannen en kinderen, op weg naar werk cq school, ook stoppen. Dit is toch wel een ander excuus dan “Ik ben te laat want de brug stond open”. Als we wegrijden komt er nog een olifant uit de bosjes. Enigszins in paniek omdat er jeepjes tussen haar en de groep olifanten staan. We rijden maar vlug door zodat zij zich met haar groep kan herenigen. Je kunt aan de omgeving zien dat er veel Mopane bomen staan cq stonden. Op deze Mopane zijn olifanten dol op. Je ziet dan ook vaak alleen nog maar wat stronken van plm. 1,20 – 1,50 m hoog staan. De rest is allemaal opgegeten of door deze reuzen gesloopt.

Zo rijdend naar het park zien we zo her en der als wild. Een kudde olifanten staat bij waterpartij wat te dringen en zo her en der zien we al wat bavianen en impala’s. Als we al een tijdje in het park rondrijden en nijlpaarden en buffels hebben gezien, zien we ineens links van ons een hyena met een behoorlijk gevulde buik. Zou het door het eten komen of zou ze drachtig zijn? Onze gids ziet sporen van een luipaard die de kant op gaan waar de hyena vandaan komt. We volgen het spoor en komen bij een boom terecht waar het kadaver van een impala in hangt. Helaas is er van het luipaard niets te zien. Waarschijnlijk zal hij vanavond terugkomen om alsnog verder van de impala te eten.

Naast de hyena hebben we nog veel van de gebruikelijke dieren zoals olifanten, impala’s, zebra’s en vele vogelsoorten gezien. Oh ja ook een paar giraffen. Later blijkt dat dit het enige park is waar ze voorkomen.

Als we terugkomen is het bijna lunch tijd. Vandaag lunchen we in de Lodge, die iets van de kampeerplaats verwijderd ligt. Bij aankomst blijkt dat er wat onduidelijkheid is geweest over het wel of niet komen lunchen. Men heeft in ieder geval niet op ons gerekend. We kunnen lunchen alleen zal het wel even duren. Geen probleem, als het maar voor 15:30 uur is want dan hebben we de volgende gamedrive. Het valt allemaal mee. De lunch is er nog redelijk snel. Na de lunch lopen we naar de kampeerplaats terug (wat overdag ongevaarlijk is) en hebben nog even gelegenheid om een wasje te doen en bij het zwembad(je) te zitten. Voor je het weet is het weer tijd voor de avond gamedrive. We rijden naar de plek waar we vorige keer het kadaver van een impala in een boom hebben zien hangen. En jawel, ook het luipaard is er. Wat is het toch een prachtig elegant dier. We proberen het luipaard wat te volgen tot het rustig op een heuveltje gaat liggen om ons in de gaten te houden. Als er genoeg foto’s zijn gemaakt en wij genoeg van het dier bewonderd hebben rijden we verder. We komen nog een hyena, witstaart mangoeste en zebra’s tegen. Van alle dieren vind ik de zebra toch wel het meest bijzonder dier met zijn barcode-outfit.

Rond 20:00 uur komen we weer terug. Dit keer rijden we in één keer door naar de lodge voor een traditionele maaltijd. Deze maaltijd bestaat uit een soort spinazie, stukjes vlees in een saus en smaakloos deeg. Van dit deeg moet je met je vingers een kommetje maken zodat je hiermee het andere eten kunt pakken. Je zult begrijpen dat dit niet echt makkelijk gaat als je het niet gewend bent. Sommigen hebben geen zin in dit geklooi en vragen bestek.

Na het diner rijden we in het donker terug naar de kampeerplaats. Vanwege het wild dat er loopt is het te gevaarlijk om dit te lopen. In de bar nog wat gedronken en toen naar bed. Dit keer geen olifanten en nijlpaarden langs de tent.

 

Dinsdag 11 september

We beginnen al aan het vroege opstaan te wennen. Nog voor de wekker gaat horen we al de eerste ritsen van de tenten opengaan. Tijd om op te staan. Het is dan rond 06:00 uur. Dit keer geen gamedrive maar gaan we wandelen. Eerst rijden we een stuk het park in. Onderweg o.a. weer een kudde olifanten gezien. Vervolgens gaan we naar de leeuwen waarvan de ranger weet waar deze op dit moment liggen. Alle rangers houden contact met elkaar, zodat iedereen precies weet waar welk “ spectaculair” dier ongeveer te vinden is. Aan de kant van de rivier liggen inderdaad een paar leeuwinnen met welpen en een leeuw. Een welp ligt heerlijk relaxed op een boomstronk. Als we ze genoeg hebben gezien en foto’s hebben gemaakt rijden we een stukje terug waar we de jeep achterlaten. Lopend gaan we verder. Het lopen heeft veel weg van de rangercursus (zie verslag Eco-training) die we een aantal jaren terug hebben gevolgd. De ranger vertelt ons over de bomen, de grond, de holen van o.a. een aardvarken, de uitwerpselen van de dieren (Ben zijn specialiteit, vandaar de plastic zakjes die hij voor zijn verjaardag heft gekregen). Kortom: hij vertelt van alles over de omgeving. We zien nog een slangetje snel over de grond kruipen. Helaas kunnen we uit de meegebrachte boeken niet achterhalen welke we nu gezien hebben. In de verte horen we een leeuw(in) brullen. Zou hij/zij onze kant uitkomen? Langzaam lopen we terug naar de jeep. Als we net de koffie en thee hebben uitgepakt moet we snel de jeep in. De man van de groep leeuwen komt onze richting op. Rustig en op zijn dooie gemak loopt de leeuw onder ons door (de jeep staat op een wat verhoogde rand van een droge rivierbedding) en vervolgd zijn weg alsof wij er helemaal niet zijn. Als de leeuw wat van ons verwijderd is, kunnen wij de jeep weer uit om van onze thee of koffie te drinken. Is dit genieten of niet?

Als we bij de kampeerplaats aankomen is het inmiddels brunchtijd. Shadi heeft het met de beperkte middelen weer voor elkaar gekregen om iets heerlijks te maken. Na de brunch hebben we tot de volgende gamedrive tijd om iets voor ons zelf te doen. De een gaat zijn dagboek bijwerken, de anderen doen een spelletje of een wasje. Het is goed toeven op deze Wildlife Camp. Zwembad, bar met uitzicht op rivier, goede douches en toiletten. Prima.

Dit keer tijdens de gamedrive geen luipaard, maar wel een krokodil, genet- en cevetkatten en heel veel hertjes. Of het nu impala’s, kudu’s, puku’s zijn, voor mij zijn het hertjes. In het begin vind je ze nog bijzonder, maar het zijn er zoveel dat het voor mij allemaal hertjes zijn. Sorry.

Na de gamedrive het inmiddels normale ritueel; Shadi wat helpen met het schoonmaken van de groenten, douchen, wat drinken, zonsondergang bewonderen, wat eten, wat drinken, en dan naar bed.

 

Woensdag 12 september

Dit keer niet vroeg op voor een gamedrive of wandeling, maar om tentjes af te breken en te vertrekken. We gaan naar Luangwa Bridge. Dit betekent dat we die vreselijke hobbelweg naar Chapati weer terug moeten. Dat het een vreselijke hobbel weg is blijkt wel wanneer Maaike en Frits (zij zitten dit keer achterin) een vreemd gerammel horen. Wanneer Frits dit meldt stop Dudu en inspecteert de truck. Jawel, we hadden ooit een watertank. Deze is nu dus weg! Eén van de beugels waar de watertank aanhing is door het gerammel afgebroken. We rijden maar een stukje terug om te kijken of we de watertank nog ergens kunnen vinden. We hebben de tank tenslotte wel nodig. Dit water, inclusief zuiveringstabletten, wordt gebruikt voor het schoonmaken van de groenten, handen wassen en afwas. Gelukkig vinden we niet ver terug de tank langs de kant van de weg. De tank wordt leeggemaakt en vervolgens op het dak van de truck vastgemaakt. Als we in Chapati zijn (we moeten toch boodschappen doen) wordt ook de beugel gemaakt en hangt de watertank weer keurig onder de truck. Tijdens het boodschappen doen hebben we ook nog gelegenheid om even te internetten. Zo kunnen we het thuisfront ook weer geruststellen. Doordat het lassen van de beugel wat langer duurt kunnen we niet op de afgesproken tijd vertrekken. Het is inmiddels lunchtijd, dus hup de supermarkt in om. Angela komt met wat sapjes en verschillende muffins de winkel weer uit. Zo lunchen we op de stoep van de supermarkt. Niet veel later komt Dudu dan met de truck aan. Alle boodschappen worden ingeladen en gaan we op weg naar Luangwa Bridge.

De weg naar Luangwa Bridge is mooi en afwisselend. Na Chapati is de hobbelweg ook overgegaan in asfalt. Rijdt toch wel een stuk comfortabeler.

Tegen het eind van de middag komen we op de kampeerplaats Bridge Camp aan. In tegenstelling tot South Luangwa is de camping vrij sober. Het is weer tent opzetten en douchen. Er is gelukkig warm water. Het water wordt door een houtkachel verwarmd. Ik kan zeggen goed verwarmd, want het is echt kokend!

Na het douchen lopen naar de bovengelegen bar. Het is een prachtige, gezellige bar met uitzicht over de Luangwa River. De eigenaar blijkt een Nederlander te zijn. Ook al kan je dat aan zijn praten niet echt meer horen. De alcohol heeft hem al behoorlijk beïnvloed en eigenlijk is hij nauwelijks aanspreekbaar. Als we ons biertje op hebben lopen we weer naar de kampeerplaats voor ons “diner”. Inmiddels zijn er 2 campingbezoekers bijgekomen. Het zijn fietsers!! Hun fietsen helemaal bepakt en bezakt zijn zij op weg naar Kaapstad. We hebben bewondering voor ze.

Na het eten gaan we nog even terug naar de bar. De eigenaar is inmiddels verdwenen. Deze zal waarschijnlijk in bed liggen om zijn roes uit te slapen. We drinken en kaarten nog wat totdat de bar sluit en wij weg moeten.

Het is een koude nacht.

 

Donderdag 13 september

Vandaag vertrekken we naar Lusaka (de hoofdstad van Zambia). Maar voordat we weggaan breken we eerst onze tenten af en maken we nog een bootsafari. De boot bestaat eigenlijk uit twee kano’s die via een plateau met elkaar verbonden zijn. Het heeft iets weg van een catamaran. Er kunnen maximaal 6 personen per boot mee. Per boot zijn er 2 peddelaars die ons rustig voort peddelen. Gelukkig zijn er meerdere van dit soort boten. Het is een tocht voor de echte vogelliefhebbers. Wij zijn dat echter niet zo. We vinden sommige vogels qua kleur wel mooi, maar er echt warm voor ze lopen doen we niet echt. Toch is het de tocht de moeite waard. We zien nog krokodillen en nijlpaarden. Onderweg worden er nog twee papaja’s gekocht. Waarom, zullen we later achterkomen. Rustig peddelend komen we bij een plek aan waar we aan land kunnen. Het blijkt Mozambique te zijn als we voet aan wal zetten. In de verte staan wat kinderen te kijken. Maaike, die flippo’s heeft, loopt er naar toe. In eerste instantie zijn de kinderen wat achterdochtig, maar al snel is dit over als Maaike de flippo’s uitdeelt. De peddelaars zijn in de tussentijd de papaja’s aan het schoonmaken en ieder van ons krijgt een stukje om te proeven. Vandaar de aanschaf van deze vruchten. Zelf vind Ingrid weinig smaak aan deze vrucht zitten, maar het is een leuk gebaar. Als de papaja op is en iedereen weer bij de boot is gaan we terug naar kampeerplaats. We worden door de kinderen en wat volwassenen uitgezwaaid. Ondanks dat we weinig zagen was de boottocht zeker de moeite waard.

Bij terugkomst gaan we naar de bar om nog wat te drinken en onze rekening van gisteren te betalen. De eigenaar is inmiddels weer bij zijn positieven, maar heeft alweer een longdrink glas whisky voor z’n neus staan. Ja je bent alcoholist of niet. Na onze rekening te hebben betaald gaan we naar de Shadi voor onze lunch. 

Als alles weer afgewassen, gewapperd en opgeruimd is gaan we op weg naar Lusaka. Hier overnachten we op de Eureka-kampeerplaats, waar we op een van onze voorgaande reizen ook al eens overnacht hebben. We zijn erg benieuwd of er veel veranderd is en of er nog steeds zebra’s over de camping lopen.

Onderweg zien we naast de mooie omgeving veel landbouwveldjes.

Tegen het eind van de middag komen we in Lusaka aan. Eerst moeten we langs een winkelcentrum omdat Dudu en Shadi geld moeten wisselen. In de tussentijd drinken we in een barretje een biertje. Ze zijn sneller terug dan we dachten dus slok, slok, slok en op is het biertje. Geen probleem want het is behoorlijk warm. Het duurt even voor we op de kampeerplaats zijn. Het is een behoorlijk druk in de stad en de kampeerplaats ligt iets buiten de stad. We krijgen wel zo een indruk hoe de stad is. We rijden langs diverse marktjes waar van grafstenen tot rijen leren jassen en schoffels te koop staan.  Eigenlijk is het net als alle wat grotere steden in Afrika. Chaotisch, druk, stoffig, rommelig.

Tegen 17:00 uur komen we op Eureka Camp aan. Er is inderdaad weinig veranderd. Alleen de zebra’s ontbreken. We zetten gauw de tent op, gaan lekker douchen (prachtige douches, met heerlijk warm water) en gaan een biertje drinken. We zitten net goed en wel of het licht valt uit en daarmee gelukkig ook de TV. In Afrika hebben ze qua geluid maar 2 standen. Dat is uit of heel hard. Snel wordt door de man achter de bar kaarsen rondgedeeld en krijgt het geheel een romantisch sfeertje. De tijd gaat snel. Angela komt ons halen want het is weer tijd voor de avondmaaltijd. Dit keer by candlelight.  Tijdens het diner vertelt Angela het programma voor morgen. Het gaat hierbij niet zozeer om het programma, maar meer om hoe laat wij morgen op moeten staan. Want morgen vertrekken we alweer naar het volgende park. Dus hoe laat moeten we weer het tentje afbreken? Het wordt dus vroeg. 06:00 uur. Na het eten gaan we weer terug naar de bar waar Remco, Géke, Angela, Maaike en Ingrid weer een spelletje Fase 10 gaan doen. In de tussentijd doet de elektriciteit het weer. Gelukkig is er geen sport op de TV maar staat er een muziekzender op. Ook leuk en minder hard.

 

Vrijdag 14 september

We zijn alweer een week onderweg. Het gaat te snel!

Zoals gisteren al geschreven is het weer vroeg op. Vandaag gaan we naar Nationaal Park Kafue dat bekend staat om zijn enorme wildernis en het aantal antilopen. Het is even groot als Wales of de staat New Hampshire in Amerika. Ook het noorden van het park, Busanga Plains is zeker de moeite waard.

Voordat we al dit moois kunnen bewonderen moeten we eerst boodschappen doen. Shadi is binnenkort jarig, dus moet er een cadeautje voor hem worden gekocht. Voor Ben zijn inmiddels befaamde  poepcollectie moeten we nog een Pringle-bus scoren.  Winkel in winkel uit, maar gelukkig kunnen we er dan toch nog een kopen. Je zou kunnen denken waarom in hemelsnaam een Pringle-bus. De ervaring heeft geleerd dat dit redelijk stevige bussen zijn waar je breekbare spullen goed in kunt vervoeren. We lopen nog even een boekwinkel binnen of we nog een informatieboekje over Zambia kunnen vinden. Om een dikke Loney Planet of Bradt mee te sjouwen hadden we niet zoveel zin in. Gelukkig hebben we een handzaam boekje kunnen vinden. Omdat we nog even tijd hebben drinken we op een van de terrasjes een heerlijk kopje koffie. Ben een espresso met een muffin en Ingrid een cappuccino met een samosa.  Als iedereen er is en de boodschappen ingeladen zijn gaan we op weg.

Onderweg worden we geplaagd door Tsee-Tsee vliegen. Wat een hardnekkige beesten zijn dat. Allerlei leesbladen worden om getoverd tot slagwapen om tegen deze vliegen te gebruiken. Het zijn taaie beesten want je krijgt ze heel moeilijk dood. Als je er een gedood hebt dan lijkt het meteen op een slachtpartij. Wat een bloederig geheel! Als ze steken dan krijg je vaak hele grote bulten die als een gek jeuken. Kortom: in de truck is het een kabaal en gemaai met armen van jewelste.

We zijn dan ook blij als wij bij Mukambi Safari Lodge aankomen.  Deze lodge is bekend van het TV-programma “ Van Amstelveen naar Afrika”. Het wordt gerund door Nederlanders. Als we aankomen worden we gewaarschuwd voor het nijlpaard dan op het terras ligt. Rustig lopen we naar het terras. En jawel een gigantisch kolos ligt daar op zijn gemak. Het blijkt het huisnijlpaard te zijn. Verschillende dieren zijn hier door mensen groot gebracht. Zo ook dit nijlpaard die dan dus ook niet bang is voor mensen. Het blijven uiteraard wilde dieren dus onbetrouwbaar. Waakzaamheid is dan ook altijd wel geboden. Van alle kanten worden foto’s van dit dier gemaakt. Bizar is het natuurlijk wel. De lodge is prachtig en heel sfeervol ingericht. Het terras biedt uitzicht op de Kafue river. Het is een plek waar Ingrid wel zou willen logeren. De brochure die Ingrid gevraagd heeft doet haar twijfelen. $230 pp al inclusieve per nacht. Ze heeft een jaar de tijd om hier over na te denken. Tijdens deze reis logeren wij niet in de lodge, maar op de iets verder gelegen kampeerplaats. Bij de ingang van de lodge is de eigenaresse druk bezig om het wrattenzwijn buiten te houden. Ook dit is een dier dat door mensen is opgevoed en gewend is om zo binnen te komen lopen. Nu dus even niet.

We hebben de mogelijkheid om nu meteen een gamedrive te doen. Nou daar zeggen we geen nee tegen. Vlug fototoestel en verrekijker uit de truck halen. Eerst gaan we met de boot naar de overkant. We worden door een aantal achterblijvers uitgezwaaid. Aan de overkant staat een jeep klaar om ons rond te rijden. Onderweg 3 olifanten en wat hertjes gespot. Op de terugweg worden wij met de boot op de kampeerplaats afgezet. Inmiddels is het donker, dus in het donker tentje opzetten. Shadi is al met het eten bezig, dus nog even wat rond het kampvuur drinken voordat we kunnen gaan eten.

 

Zaterdag 15 september

Vandaag vertrekken we naar een andere kampeerplaats in Kafuepark zelf. Maar voordat we de tent afbreken, brengen we onze bagage alvast naar truck. Als we terugkomen van de gamedrive hoeven we namelijk niet zoveel meer te doen en kunnen we snel vertrekken. De boot pikt ons weer op. We volgen dezelfde route als gisteren. Op een gegeven moment zien we impala’s aandachtig een bepaalde kant uit kijken. Zou daar iets zijn? Vervolgens rijden we rustig die kant op. En jawel. In het hoge gras zien we een luipaard richting de impala’s sluipen. Het komt niet tot een kill omdat wij deze waarschijnlijk net hebben verstoord. Het luipaard maakt een grote bocht om de impala’s heen en verdwijnt uit ons zicht. Jammer, jammer.

Voor we teruggaan naar de kampeerplaats moeten we even op de boot wachten. De boot was op dat moment met een bootsafari bezig. Gelukkig duurde het niet lang voordat hij kwam. Als we naar de kampeerplaats varen zien we tot onze vreugd dat de tenten al zijn afgebroken. Op één tent na. Hierin bleek nog bagage te liggen, waardoor Shadi en Dudu deze niet afgebroken hebben. Je komt tenslotte niet aan andermans spullen. Op de kampeerplaats ontbijten wij nog en zingen wij Shadi voor zijn verjaardag toe. Hij is er verlegen van. Het T-shirt dat voor hem gekocht is, vindt hij prachtig. De ballonnen en de grote slinger met “ happy birthday  wordt in de truck gehangen. Iedereen zal weten dat hij jarig is. 

Op weg naar de volgende kampeerplaats rijden we nog even naar de lodge om de rekening van gisteren te bepalen. Shadi durft niet meer naar binnen te gaan omdat hij gisteren door een wrattenzwijn was aangevallen. Wat de reden hiervan was, zullen we maar niet schrijven. Het nijlpaard was inmiddels ook weer van het terras verdwenen. Nog even met de eigenaresse gesproken. Aan het van het eind jaar komt een volgende serie afleveringen over deze lodge. Ook vertelde ze dat ze bezig zijn met een schooltje en een huisartsenpost op te zetten voor het aantal werknemers dat zij nu hebben. Alles bij elkaar, dus werknemers en hun gezin, hebben we het over ongeveer 200 mensen. Het is een dorp op zich zo langzamerhand. De lodge is zeker de moeite waard om nog eens naar terug te keren. Wie weet volgend jaar, als we op eigen gelegenheid gaan rondreizen?

We gaan verder naar onze volgende bestemming Lufupa. Voor een deel rijden wij al door het park. Het betalen van het toegangsgeld voor het park duurt even. Niet echt fijn, want de Tsee-Tsee vliegen hebben ons weer gevonden.

Al game-drivend komen we dankzij de stuurmanskunst van Dudu op de kampeerplaats aan. Het is een kampeerplaats van Wilderness. Een organisatie die in Afrika meerdere kampeerplaatsen heeft, maar ook safari’s organiseert. Als we thuiskomen maar eens op de website kijken. Er wordt ons een plek aangewezen waar we niet echt blij mee zijn. Ben gaat eens met deze meneer praten en wij krijgen een plekje aan de rand van de rivier aangewezen. Er zou nog één tentje bij mogen, maar de rest van de groep heeft lucht van dit plekje gekregen en staan we er dus allemaal. Iedereen weer blij. Vlug tentje opzetten, want om 16:00 uur staat er een boottochtje over de Kafue River gepland.

Aan de bar komen we in contact met Bas en Rob. Beiden Nederlanders en werkzaam bij Wilderness. Het blijkt dat Bas samen met zijn vrouw deze kampeerplaats runt en dat Rob samen met zijn vrouw zich aan het inwerken is om deze kampeerplaats voor 3 weken over te nemen als Bas met vakantie is. Rob is werkzaam als een soort van vliegende kiep die gaten opvult op het moment dat er iemand wegvalt vanwege vakantie of wat dan ook.

Het is tijd om met de boot weg te gaan waarbij Bas en Rob aan het stuur. Het is een leuke tocht waarbij we veel nijlpaarden zien, waaronder een aantal met hun bek gigantisch ver open, maar ook krokodillen, olifanten en in de verte een visarend. Onder het genot van een drankje is het op het water goed toeven.

Als we terugkomen is het douchen, biertje en eten en staat de volgende gamedrive alweer klaar. Een olifant bezoekt onze kampeerplaats en ruikt zo her en der eens aan de huisjes die ook op deze plaatst staan en doet ook zo her en der zijn behoefte. Tijdens deze gamedrive hebben we niet echt veel gezien. Wel een leeuw en wat bush-babies, een genetkat en nijlpaarden waaronder ook een hele kleintje. Schattig om te zien. Het is een bijzonder koude avond.

Na terugkomst meteen naar bed.

 

Zondag 16 september

Na een erg koude nacht staan we weer vroeg op. Aan het vroeg opstaan zijn we inmiddels behoorlijk gewend. Altijd zijn we al wakker voordat de wekker gaat of voordat we de eerste ritsen alweer horen gaan.

Het is de bedoeling om vandaag naar het noorden te rijden waar de Busanga Plains zijn. Het zijn de meest belangrijke wetlands van Zambia. Het gebied loopt in de regentijd helemaal onder.

Omdat het behoorlijk koud is pakken we ons goed in met de fleece-gevoerde poncho’s die uitgereikt zijn. Ook handig tegen de Tsee-Tsee. De stof is behoorlijk dik dus de vliegen zullen behoorlijk hun best moeten doen om bij ons bloed te kunnen komen.

Een olifant komt op zijn gemak aanlopen als we net de kampeerplaats willen verlaten. We wachten maar even tot de olifant op een wat veilige afstand is. Achteraf hoorden we dan iemand ruim een half uur op het toilet heeft gezeten vanwege de olifant die voor de deur stond.

Als eerste zien we een hyena. Hij loopt wel wat vreemd. Als we dichterbij komen zien we dat de hyena het onderste deel van zijn linkervoorpoot mist. Volgens de ranger komt dit omdat hij waarschijnlijk in een val heeft getrapt. De hyena wil een groep impala’s nazitten, maar het lukt hem niet om snelheid te maken. We denken dat er op deze wijze weinig overlevingskansen voor deze hyena is. Verder rijdend ziet de ranger ineens sporen van leeuwen. Hij gaat de weg af om de leeuwen te zoeken. Ben ziet als eerste een leeuw. Het is er niet één ook geen twee, het zijn er wel 15 waaronder ook een aantal jongen. Je ziet dat de groep een aanval op de groep impala’s aan het voorbereiden is. Als we de groep even volgen wil de ranger zijn weg vervolgen. Zo stom als we zijn zeggen wij oké. Inmiddels is een ander deel van onze groep ook bij de leeuwen gearriveerd op het moment dat wij net wegrijden. Als we bij een poeltje op de andere wachten om koffie te drinken horen wij dat er een kill heeft plaatsgevonden. Als een speer stappen we de jeep in en rijden naar de plek waar de kill heeft plaatsgevonden. We horen een hoop gegrom, geknars en gescheur van vlees. De leeuwen hebben een puku te pakken. Het is een bloederig geheel. We kunnen nog net de laatste stuiptrekkingen van deze kill zien. Hierna drinken we alsnog koffie. In het vervolgtraject worden we helemaal gek van de Tsee-Tsee. Ben heeft zich helemaal ingepakt en is bijna niet meer herkenbaar. Ook wel begrijpelijk wat de vliegen hebben hem al diverse keren behoorlijk te pakken gehad. Vanwege een behoorlijke beet in zijn voet kan hij bijna geen schoen meer aan. Onderweg veel puku’s, impala’s en wrattenzwijnen gezien. Verder eigenlijk weinig nieuws. Of toch wel een Reedbock en een leguaan. Het is een erg wisselend landschap waar we door heen rijden. Dan weer bosrijk alsof je op de Veluwe bent en dan weer savannen met zowel dorre, droge als groene stukken. In de verte zien we gnoe’s en zebra. Door een riviertje kunnen we echter niet dichterbij komen. Ook zien we nog een secretarisvogel. Wanneer we dichterbij willen komen vliegt hij weer weg om vervolgens een paar meter veder weer te landen. Op een heuveltje gebruiken we de lunch. Hierdoor hebben we een mooi uitzicht over het uitgestrekte landschap. Het blijkt dat er voor de gidsen geen lunch geregeld is. Het is voor ons allemaal veel te veel, dus kunnen ze rustig mee-eten. Een paar maken daar dan ook dankbaar gebruik van. Langzaam rijden we weer terug. Onderweg willen we nog een stop maken voor een drankje. We zijn nog niet gestopt of de aanval van Tsee-Tsee-vliegen belaagd ons. Vluchten kan nog net.  Wat een vreselijke beesten zijn dat. Al rijdend zien we nog water- en bushbokken en eerder genoemde dieren. Ze zijn nogal schichtig. Ook een olifant gaat er als een haas vandaar. Tegen het eind van de rit zien we nog een ontzettende grote krokodil. Voor de krokodil staan wat kudu’s. Waarschijnlijk een hapje voor de krokodil. Veel dieren denken dat het om een stuk hout gaat als ze een krokodil zien en zijn hier dus niet angstig voor. Al denken wij vaak een krokodil te zien terwijl het een stuk hout is!

Rond 18:00 uur komen we terug op de kampeerplaats. Het eerste wat we gaan doen is de avond gamedrive afzeggen. Hebben voor vandaag al genoeg wild gezien en hebben eerlijk gezegd ook niet zoveel zin om weer in de kou te rijden.

Na het douchen gaan we met zijn tweeën op een plateau bij de bar zitten met uitzicht op het water. Genietend van het biertje, de stilte met alleen dieren geluiden op de achtergrond en onder een sterrenhemel is het hier prima zitten!

 

Maandag 17 september

Bijtijds wordt de tent weer afgebroken, ontbijten we en gaan op weg naar Lusaka waar we weer op de Eureka-kampeerplaats zullen overnachten.

Al game-drivend verlaten wij het park. Onderweg zien we nog een mooie leeuw de weg oversteken. In de verte zien we gieren rondvliegen. De leeuw zal waarschijnlijk naar die plek gaan om nog de laatste restjes van het maal te kunnen nuttigen. Voor een deel rijden we dezelfde weg terug zoals we ook gekomen zijn. Zijn blij dat we het gebied met de meeste Tsee-Tsee vliegen achter ons kunnen laten.  Onderweg nog getankt. De pomp blijkt helaas leeg te zijn. Maar zo vindingrijk als de Afrikanen zijn hebben ze ook hier wel weer een oplossing voor. Je gaat gewoon met jerrycans lopen en haalt bij de buren benzine. Geen enkel probleem dus.

Aan het eind van de middag komen we op de camping aan. Het is er aardig vol met Engelsen. We staan we op dezelfde plek. Snel tentje opzetten, biertje drinken en douchen. Douches zijn toch wel een uitvinding. Heerlijk. Shadi is inmiddels al voorbereidingen aan het treffen voor de maaltijd. Het zal de laatste maaltijd zijn die Shadi voor ons tijdens deze reis zal maken. In de truck is een enveloppe rond gegaan waar een ieder een geld bedrag voor Shadi en Dudu in kon doen als dank voor hetgeen zij voor ons gedaan hebben. Na de maaltijd bedankte Géke, namens de groep, Shadi en Dudu en overhandigde de enveloppe. De stapel T-shirts die Ben mee had genomen is aardig geslonken want hij heeft Shadi en Dudu er gelukkig mee kunnen maken. Na het eten nog even terug naar de bar voor nog een drankje en toen naar bed.

 

Dinsdag 18 september

We staan dit keer echt vroeg om, want we willen om plm. 07:00 uur vertrekken naar Zimbabwe. Het geijkte ritueel: bagage inladen, tentje afbreken, ontbijten. Voor de laatste keer breken we ons tentje af. We zijn erg benieuwd hoe onze komende onderkomens eruit gaan zien.

De weg naar de grensovergang, Chirundi, is men aan het repareren cq maken. Er moet dus veel gestopt worden, want er is maar één rijstrook beschikbaar. We komen toch nog redelijk bijtijds ( 09:30 uur) bij de grenspost. De truck blijft bij de grens staan en wij gaan lopend naar de douane. Allemaal stempeltje in paspoort en het is oké. Alleen het vervoer dat ons vanuit Zimbabwe op zal pikken is er nog niet. Angela gaat met Shadi op onderzoek uit. Wij blijven bij de grenspost wachten en kijken hoe het er hieraan toe gaat. Het duurt allemaal nogal. Eindelijk komt Angela terug. Problemen met het vervoer. Er was iets gebroken, waardoor zij (Natureway) niet op tijd bij de grens waren. Oké. Het is de bedoeling dat wij de brug overlopen naar de grens van Zimbabwe. In de tussentijd zou het vervoer uit Zimbabwe naar de grenspost van Zambia rijden om onze bagage op te halen. Zo gezegd, maar niet helemaal zo gedaan. Aan de kant van Zimbabwe staat een immens groot grenskantoor waar bijna geen mens in te vinden is. Zo snel hoe het aan de kant van Zambia ging hoe langzaam gaat het hier. De ene meneer bekijkt het paspoort, vervolgens gaat het naar een andere meneer om een stempel te zetten en een andere meneer maakt een lijst waarop wij ons paspoort nummer en naam moeten opschrijven. Hoe moet je anders je tijd doorbrengen, toch?!? Vervolgens krijgt eens van ons een papiertje waarop staat hoeveel mensen nu de grens over gaan. Dit papiertje zullen we, als we het terrein verlaten, weer moeten afgeven. Als we eindelijk dan alle stempels, paspoorten hebben zien we dat er twee jeepjes voor ons klaar staan. Alleen moet nu nog de bagage gehaald worden. Soms word je van hun inefficiëntie helemaal kriegelig, aan de andere kant is dat ook wel weer de charme van Afrika.  Een van de jeepjes, zonder aanhanger want die blijft achter, gaat de bagage ophalen. Na een half uurtje komen ze terug. Met Angela en bagage. Nu moet de bagage weer overgeheveld wordt in de jeep met aanhanger! Het lunchen wat we onderweg zouden doen, doen we nu maar. Er is eigenlijk al te veel tijd verloren. Na de lunch gaan we dan eindelijk op weg, denken we. Maar nee. Als we het terrein willen verlaten blijkt dat er wisseling van de wacht is geweest. De meneer die de jeepjes heeft toegelaten is er niet en de meneer die er nu is weet van niets. Hierdoor moeten de jeepjes weer ingeklaard worden. Dus weer terug naar het grensgebouw. Eindelijk, eindelijk. Na vier uur gedoe kunnen we dan eindelijk Zimbabwe binnenrijden en op weggaan naar Mana Pools. Onderweg zien we al veel dieren, zoals buffel, olifant, zebra, kudu, impala, etc. Op een gegeven moment zien we het jeepje met de andere reisgenoten niet meer dat achter ons rijden. Misschien een te grote afstand vanwege het stof? Als we op de kampeerplaats, Nyamepi camp, aankomen, laden we alles uit en gaat de jeep opzoek naar de anderen. Het blijkt dat deze een lekke band heeft. Je zou zeggen geen probleem toch. Maar het is wel een probleem als je geen reserve band bij je hebt. Gelukkig kwam er iemand langs die hen heeft kunnen helpen. Dus kwamen ook zijn gelukkig bijtijds op de kampeerplaats aan.

Wat een luxe! De tenten zijn reeds aan de rivierkant opgezet. Er staan stretchers in die keurig opgemaakt zijn. Echt geweldig. Ook het personeel is bijzonder vriendelijk. Er staat al koffie en thee klaar. Stoeltjes rond het kampvuur. Grote koelboxen met allerlei frisdanken en biertjes. Het is echt super. De douches en toilet liggen iets verder gelegen en zijn typisch Afrikaans. In één ruimte staat zelfs een bad. Vanwege het wild zullen we ’s-avonds onderbegeleiding van een gids, voorzien van geweer, naar het toilet en douche moeten gaan. Tegen borreltijd worden er chips met een dipsausje geserveerd. Het is hier echt pure luxe vinden wij.

’s-Avonds is er een heerlijke vismaaltijd voor ons bereidt. Bij kaarslicht wordt de maaltijd genuttigd. Nog wat drinken en dan naar bed.

 

Woensdag 19 september

Alweer een jarige. Dit keer is het Maaike. Op deze vroege ochtend wordt haar stoel met ballonnen versiert, voor haar gezongen en krijgt zij van Henk en Anke een plastiek nijlpaard.

Iedereen heeft lekker geslapen, ondanks dat er een olifant voor de tent stond. Ben heeft ’s-nachts nog in de verte een leeuw gehoord. Ook nu konden we vooraf aangeven wie wat tijdens deze dagen wilde gaan doen. We konden kanoen, game-driven of wandelingen doen. Voor deze ochtend stonden alleen Ben en Ingrid voor de gamedrive. Samen met Johannes, onze gids, gaan we op pad. Onderweg ontzettend veel olifanten gezien in verschillende soorten en maten. Ook de diverse hertachtigen zijn hier in grote getale aanwezig aangevuld met de grootste soort de Elandantilope. Bij een pooltje even gestopt om onze benen te strekken. Hier veel krokodillen gezien. Het landschap in dit park is heel verschillend. Soms desolaat, dan weer dicht bebost.  Vele mooie poeltjes met prachtige bloemen. Mana Pools is door Unesco ook uitgeroepen tot Wereld Erfgoed. En terecht. Het is bijzonder mooi. Veel dieren zien we nu echter niet, met uitzondering van olifanten en buffels. Nog wel een gevecht gezien tussen een visarend met een grote vis in zijn poten en een kudde maraboes. Op een gegeven moment vloog de visarend weg en moest hierbij zijn prooi laten vallen. Vervolgens gingen de maraboes hiermee aan de haal, maar wisten eigenlijk niet goed wat ze er mee aan moesten. Mooi gezicht.

Als we weer terugkomen staat ons een verrassing te wachten. De tenten zijn van binnen opgeruimd en de bedden opgemaakt. Chippo, een bijzonder vriendelijke mevrouw die over een maanden voor het eerst moeder wordt, is hiervoor verantwoordelijk. Wat een verwennerij. Ook de lunch is snel klaar. Er is een heerlijke quiche voor ons gebakken met daarbij een overheerlijke salade. Na de lunch hebben we wat tijd om te lezen, dagboek bij te werken tot het tijd wordt voor ons om met de kano op pad te gaan.  We moeten nog even wachten want de olifant die ons ’s-nachts een bezoek heeft gebracht komt ook nu weer even buurten. We moeten allemaal wat afstand bewaren. De olifant wil dichter bij komen. Waarschijnlijk staan we op een plek waar bomen met lekkere vruchten staan.  Een van de gidsen probeert hem op een rustige manier van deze gedachte af te brengen. De olifant doet dat dan ook maar en gaat met een wijde bocht om ons heen om naar de andere kant van de kampeerplaats te gaan.

Ingrid ziet erg tegen het kanoen op. Bang dat ze in het water valt. Gelukkig kan ze bij een van de twee gidsen in de kano. Ze voelt zich meteen een stuk zekerder. Veel nijlpaarden onderweg gezien. Was een leuk tochtje, maar voor ons niet voor herhaling vatbaar.

Als we terug komen staat er popcorn voor ons klaar en onder het genot van een drankje zien we langzaam de zon ondergaan. Aan de overkant is een bosbrand te zien. Althans een strook brandt. Het lijkt alsof een stroom lava de berg afgaat.

s-Avonds is er weer heerlijk voor ons gekookt.  

 

Donderdag 20 september

Ook deze ochtend staat er een gamedrive voor ons gepland. Als we wakker worden horen we dat we in onze tent moeten blijven vanwege onze “huis”-olifant. Hij is weer eens op bezoek. We vertrekken dan ook iets later voor de gamedrive.

Omdat er niet veel bijzonders te zien is, met uitzondering van buffels en olifanten (zouden we nu al een beetje verzadigd zijn?) gaan we naar een gebied waar wilde honden voorkomen. Het nadeel is wel dat dit ook weer een gebied is met jawel..... Tsee-Tsee-vliegen. Dit zou wel opwegen ALS we wilde honden zouden zien. Helaas, ze zijn niet thuis. Ondanks dat er niet veel te zien is blijft het een prachtig gebied. Wat wel mooi is dat we nu eens niet alleen overstekende olifanten zien, maar ook olifanten die er alle moeite voordoen om net dat ene blaadje te pakken te krijgen. Het is dat ze al op hun tenen lopen, anders zouden ze dat zeker doen om dat ene blaadje op te kunnen peuzelen. Johannes vertelt ons veel over de bomen met de daarbij behoren vruchten die olifanten erg lekker vinden. Zoals de Mopane en de Ana boom. De vruchten van deze bomen lijken op de schil van een appel. Ook zien we nog hoe een olifant zich lekker met modder aan het bespuiten is. Dat is leuk om te zien.

Tegen lunchtijd komen we weer terug. We kunnen nog net zien hoe een olifant de rivier over steekt.. Als hij koppie ondergaat zie je nog net het puntje van zijn slurf omhoog steken. Zo te zien heeft de olifant het prima naar zijn zin. Na de lunch hebben we even tijd voor ons zelf om wat te lezen of wat dan ook om te doen.

De tijd gaat best wel snel want voor je het weet is het weer wandeltijd. Onze gids heeft er geloof ik niet veel zien, want hij blijft ons maar vragen of wij echt wel willen wandelen. Zou het door de warmte komen, want warm is het. Ondanks dat willen we toch wandelen.

Gisteravond zijn er leeuwen gespot bij het hoofdkwartier van Mana Pools. We zouden het wel erg leuk vinden als we ze nog zouden kunnen vinden. We gaan dan uiteindelijk toch met de jeep weg richting waar de leeuwen zouden moeten zijn. En jawel. Ze zijn er nog. Vijf stuks. Ze liggen lekker aan een eland te kluiven. Een leeuw heeft bijna zijn gehele kop in het achterste deel van de eland. De achterkant van de eland is dan ook al aardig aangevreten.  Ingrid probeert met haar fototoestel een stukje te filmen. Helaas blijkt het niet een succes te zijn. Als we er genoeg van hebben gaan we toch nog even wandelen. Zoals gezegd de gids heeft er niet echt veel zien in. Bij de eerste de beste termietenheuvel blijft de gids staan en krijgen we een 20-minuten durende uitleg over de termietenheuvel. Vervolgens lopen we verder. In de verte zijn buffels te zien. De gids wil niet verder die kant oplopen omdat buffels over het algemeen onberekenbaar zijn. Na een uurtje gelopen te hebben komen we weer bij de jeep die we bij de leeuwen hebben achtergelaten. We blijven de leeuwen nog even bewonderen voordat we weer naar de kampeerplaats terugkeren.

Inmiddels is het op de camping aardig druk geworden. De komende twee dagen zullen plm 200 vrijwilligers in het park dieren gaan tellen. Overal in het park staan bordjes van waaruit geteld moet gaan worden. Ook de piloot, Graham,  die ons morgen naar Kariba zal vliegen is gearriveerd. Na het diner nemen we afscheid van de crew van Natureway. Wat hebben zij ons de afgelopen dagen geweldig verwend. We drinken nog wat rond het kampvuur en zien in de verte nog een hyena onze kant op lopen., op zoek naar wat te eten. Met al deze campinggasten is er genoeg te halen, lijkt ons.

 

Vrijdag 21 september

We gaan onze laatste week in. Het gaat allemaal echt snel. Vannacht leeuwen, hyena en nijlpaarden gehoord. Toch lekker geslapen. 

We staan vandaag vroeg op omdat het vliegtuig om 06:30 uur zal vertrekken. We nemen afscheid van Chippo en wensen haar veel sterkte met de geboorte van haar kind. Johannes brengt ons (Henk, Ank, Angela, Ben en Ingrid vliegen als eerste) weg. Hij zal met de bagage verder doorrijden naar Kariba.  Er kunnen maximaal vijf passagiers met het vliegtuige mee. Dit betekent dat de piloot een paar keer heen en weer zal moeten vliegen om ons allemaal in Kariba te krijgen. Ingrid heeft er in ieder geval zin in. Henk helemaal niet en is ook vrij stil in vergelijking met voorgaande dagen. Het is even rijden maar dan zijn we bij de airstrip. Het is inderdaad zo’n airstrip die je vaak in films ziet. Een kaal stuk grasland waar op dit moment apen aan het spelen zijn. Op weg naar de airstrip moeten we nog even wachten voor overstekende buffels. Waarschijnlijk zijn ze net het “vliegveld” over gestoken. Het vliegtuig staat er nog en doet Graham de check, check, dubbel check, voor we in kunnen stappen. Zelfs met alleen onze handbagage is het passen en meten, maar we zitten. Als Graham de sleutel omdraait horen wij alleen “klik” en verder niets. Nu zou toch de motor moeten aanslaan zou je denken. Een hernieuwde poging. Geen resultaat. Er wordt wat aan de motor gesleuteld in de hoop het probleem op te lossen. Henk zag het vliegen al niet zitten, maar nu dus helemaal niet meer. Ook het gesleutel aan de motor levert niets op. Angela neemt kordaat het besluit om dan toch maar met de auto naar Kariba te gaan. Henk weet niet wat hij moet doen om zijn blijdschap te tonen. YES, YES, YES, NIET VLIEGEN!!!!!!! Henk is niet de enige die blij is. Ook voor Ben komt dit als een verlossing.

Het probleem is nu echter hoe we de anderen medereizigers kunnen bereiken. De andere reizigers zouden eerst nog een gamedrive doen voordat ze naar het vliegtuigje zouden komen. De jeeps staan helaas niet met communicatiemiddelen met elkaar in verbinding. Oproepen heeft dus geen zin. Dan maar op de gok wat rondrijden. Gelukkig rijden we elkaar vrij snel tegemoet. Met elkaar gaan we weer naar de kampeerplaats om Chippo op te halen. Zij en andere leden van de crew zouden meevliegen. Nu wordt dat dus meerijden. Het zal Chippo tegen vallen om met haar dikke buik over een hobbelende weg naar Kariba terug te rijden. Gelukkig is er een plekje voor haar voorin, waardoor ze wat comfortabeler zit.

We rijden dezelfde weg zoals we ook Mana Pools zijn binnen gekomen, al game-drivend en meppend naar de vliegen. Het is lekker in ons open jeepje. Als we het park uitrijden staan er mannen met vliegenvangers. Dit is om die vreselijke Tsee-Tsee vliegen voor ons te kunnen vangen. Denk je dat het zin heeft? Her en der staan donkere blauwe doeken opgehangen die doordrenkt zijn met een soort vloeistof. Deze vloeistof moet er voor zorgen dat deze vliegen zich niet kunnen voortplanten. Het schijnt dat de vliegen op donkere kleuren afkomen. Overigens een goede tip voor de volgende keer. Geen donkergekleurde kleding aantrekken in deze gebieden. 

Ondanks dat we niet vliegen maar met de jeepjes naar Kariba rijden, is de rit naar Kariba prima. Goede geasfalteerde weg. De hele weg staan we lekker in de jeep. De wind door onze haren en het zonnetje op de blote armen. Helemaal goed.

In de middag komen we in Kariba aan. In plaats van met een speedboat naar Rhino Island te varen doen we dit met de langzame houseboat. Rhino Island is onderdeel van het Nationale Park Matusadona. Als we naar de boot willen rijden worden we achterna gelopen door Flip, een blanke man uit Zimbabwe die ons de komende dagen als gids zal vergezellen. Op de boot wacht Jenny ons op met een heerlijk koel verfrissend drankje. Jenny is de schoondochter van de man die eigenaar is van de plek waar we de komende dagen zullen doorbrengen. Met de boot kan je zelfs een cruise maken. Er zijn een paar slaapkamers met douche en toilet. Voor ons is het alleen een tochtje naar het eiland. Nou tochtje, het zal een vijf uur durende tocht worden. Op de boot wordt voor ons een heerlijke lunch geserveerd. Er is eindelijk ook gelegenheid om de diverse batterijen op te laden, dit was door gebrek aan electriciteit niet eerder mogelijk.  Alle stopcontacten zijn dan ook inmiddels wel van een oplader voorzien.  We hebben tijd genoeg om wat te lezen, te kaarten of gewoon even lekker je ogen dicht te doen. Het is behoorlijk warm en er staat nauwelijks een zuchtje wind. Het is bijzonder relaxed. Tijdens de tocht kunnen we weer aangeven wat we de komende dagen wanneer willen doen. Wanneer een gamedrive, wandeling of boottocht.

Tegen de avond komen we op het eiland aan. Alle bagage wordt weer in de jeeps geplaatst en gaan we op weg naar onze kampeerplaats. We komen bij een grote hut die verdeeld is in een onderruimte waar ook de bar is en een bovenruimte met een zitje en een eettafel. We zullen de komende dagen merken dat de eettafel diverse keren verplaatst zal worden van onder naar boven, van binnen naar buiten. Angela verdeelt te kamers en onze bagage wordt daar gebracht. Omdat het inmiddels al wat donker begint te worden mogen we niet op eigen gelegenheid naar onze slaapplaats. Er loopt iemand met een geweer mee. Als we bij onze slaapplaats komen weten we niet wat we zien. Ieder heeft een eigen “hut” met toilet en douche. De douche en toilet zijn in de open lucht. Als we een trapje oplopen zien we twee grote bedden waarover klamboes hangen. Achter de bedden is een soort van zitje met uitzicht op het meer. De zijkant van de hut is open. Alles wordt door middel van olielampjes verlicht. Het is in een woord fantastisch. Onder een heldere sterrenhemel staat Ingrid dan ook onder een warme douche. Het water wordt door een houtkachel, die buiten iets verder van de hut staat, verwarmt. Tegen acht uur horen we getrommel. Het teken dat we opgehaald zullen worden door een van de gidsen. Jenny is hiermee bijzonder voorzichtig. Een van haar medewerkers is hier ooit door een leeuw gedood en een toerist door een olifant bedreigt. Vandaar de terechte voorzichtigheid.

Iets buiten de grote hut staat onze tafel (van boven naar beneden gehaald) alweer helemaal gedekt voor het diner. Voordat we hiermee beginnen gaan we eerst nog even bij het kampvuur wat drinken. De ogen van Jenny en de gidsen gaan maar rond of ze niet iets onverwachts zien. Niet alleen de gidsen lopen met geweren ook Jenny is van een pistool voorzien. Voorzichtigheid dus voor alles, zelfs als je even naar het toilet wil. We krijgen het seintje om aan tafel te komen. Zoals alle voorgaande avonden nemen eerst de vegetarische reizigers hun deel van de maaltijd waarna de rest volgt. Het ziet er allemaal weer lekker uit. Zeker als je van Jenny hoort dat er in Zimbabwe weinig te verkrijgen is. Zo heeft zij een hele dag in de rij gestaan voor brood. Eens was Zimbabwe de graanschuur van Afrika, nu hebben ze geen meel meer op brood te bakken. Het is in en in triest dat zo’n relatief rijk land volledig naar de knoppen is. De gidsen zeggen steeds dat ze heel blij met ons zijn omdat ze nu werk hebben. Ze vragen ons dan ook in Nederland te vertellen dat het in Zimbabwe absoluut niet gevaarlijk is en dat ze toeristen hard nodig hebben om te overleven. Ingrid denkt dat dat ook zo is.

Na het eten borrelen we nog wat bij het kampvuur. Als een paar mensen kenbaar maken naar hun huisje terug te willen keren lopen wij met hen mee.

 

Zaterdag 22 september

Door het geluid van trommels worden we gewekt. Ondanks dat het water koud was, was het toch fijn om water overje heen te krijgen. Lekker om weer even je eigen bedoening te hebben. We gaan naar de grote hut waar het ontbijt voor ons klaar staat. Pap, toast, jam, koffie en thee. Omdat Ingrid geen zoete kauw is heeft ze hele reis al een tube Fred en Ed ofwel smeerkaas in haar rugzak. Ze heeft het niet voor niets meegenomen.

Er schijnen neushoorns in dit gebied te zitten. Tijdens de gamedrive gaan we op hier naar op zoek. De andere groep gaat wandelend de neushoorn zoeken. Het eerste deel van het park is redelijk groen en vlak. Dit deel staat bij hoog water onderwater waardoor ook ons kampement een eiland wordt. Het tweede deel is vrij dicht bebost. Helaas zien we geen neushoorn. Op de terugweg een tijdje aan de rand van het meer gestaan waar olifanten wat gras aan het schoonspoelen waren voordat ze het opaten. Een leuk gezicht om te zien. Als we iets verder rijden zien we een Martial Eagle op de grond zitten. Hij blijkt op een hagedis te zitten. Als we te dicht bij komen vliegt hij weg met de hagedis nog in zijn poten. Niet alleen de vogel vliegt weg ook de olifanten slaan op de vlucht. We zijn duidelijk echt te dichtbij gekomen.

Als we weer op het kamp komen blijkt dat onze hut helemaal is opgeruimd. Het is echt helemaal super. We hebben even tijd voor ons zelf voordat de lunch weer geserveerd wordt. Lekker gedoucht en nog wat gelezen.

De trommels gaan weer ten teken dat de lunch klaar is. In de bovenruimte van de hut wordt de lunch geserveerd (tafel weer naar boven). Lekkere sla met een taartje van ei en spinazie. Na de lunch blijven we hier nog even om wat te lezen, te kaarten of het zogenaamde bonenspel te doen. Anderen gaan naar de hut om even te slapen.

’s-Middags staat voor ons het boottochtje op het programma. Met een speedbootje voor maximaal 9 personen varen we eerst rustig langs de kant van het eiland. Eigenlijk willen we van de waterkant de neushoorn proberen te spotten. Snel varen we naar de andere kant van het eiland. We zien geen neushoorn maar wel van heel dichtbij een olifant die lekker in het water aan het plonsen is. Deze olifant is absoluut niet bang zodat wij heel dichtbij kunnen komen. Aanraken? Ik zou zeggen net niet. Verder zien we een krokodil en een schildpad die net het water in glijdt en tientallen nijlpaarden die net hun ogen en neus boven water hebben. Ook de zonsondergang is prachtig. Het is een mooi gezicht om de dode bomen/takken die in water uitsteken tegen de ondergaande zon te zien. Onder het genot van een drankje worden heel wat foto’s gemaakt. Als toetje krijgen we weer een mooie olifant in het vizier. Een mooie tocht.

Als we weer bij de kampeerplaats komen brand er weer een kampvuurtje. Eerst dus nog maar wat drinken voordat we aan tafel gaan. (Tafel van boven weer naar beneden.)Na het eten willen we met een flesje wijn lekker in ons huisje van de rust genieten. Van een paar medereizigers krijgen wij echter het advies om geen wijn te nemen. We gaan dus, onder begeleiding van Flip, met een paar biertjes naar ons huisje om van de rust te genieten.

 

Zondag 23 september

Getrommel, dus opstaan. Het kost moeite dit keer. Het bed is zo lekker. Het enige wat jammer aan deze plek is, is dat je weinig dierengeluiden hoort. Maar goed, je kunt niet alles hebben.

Na het ontbijt gaan we een wandeling maken om nogmaals de neushoorn te zoeken. Conrad, onze spoorzoeker, gaat mee. We stoppen daar waar de andere groep de vorige ochtend met de wandeling begonnen is. We zijn nog niet uitgestapt of Conrad hoort al geluiden van een neushoorn. Als we die richting op lopen waarvan hij denkt dat het geluid komt horen ook wij het gekauw van een neushoorn. Door de dichte bosjes kunnen we een glimp van haar en haar jong zien. Wat gaan we doen? Terug vanwege de kans dat we geen uitweg meer hebben, mocht de neushoorn en haar jong ons aan willen vallen of toch de neushoorn verder volgen. We kiezen voor het laatste. Het is best wel spannend. Af en toe moeten we op een teken van de gidsen wachten om verder te mogen. De ene keer kunnen we ze heel goed zien, de andere keer moet je echt tussen de bosjes turen. Er zit niet veel verschil tussen de kleur van de neushoorn en de bosjes. Drie uur lang volgen wij ze totdat we weer terug moeten vanwege de warmte en hen wat rust te gunnen. Het is een te gekke wandeling.

Bij terugkomst is de lunch bijna klaar. (Tafel van onder naar boven.) Ingrid wil eigenlijk vanmiddag liever de boottocht doen dan de wandeling. Helaas blijkt er nog meer één plekje in de boot vrij te zijn, dus is het voor de anderen die dit eigenlijk ook liever willen doen niet mogelijk.

Tot de tijd dat er weer gewandeld of gevaren gaat worden gaan we maar even kaarten en douchen.

De boot gaat een andere kant op dan gisteren. Wel leuk omdat je nu een andere kant van het eiland ziet. Wat dieren betreft is het dit keer iets minder. Dit komt vooral omdat in dit gedeelte van het eiland minder diepe inhammen hebt. Als we de moed eigenlijk een beetje hebben opgegeven gaat de boot ineens een andere kant op. En en en??? Jawel, we zien dezelfde neushoorn met haar jong weer. Ze staat met haar jong aan de waterkant. Op de rivierkant staat de groep wandelaars waaronder Ben. Langzaam loopt de neushoorn het water in. Ze komt zelfs onze kant op. Zo dicht zelfs dat ze haar neus op de rand van de boot legt. We kunnen haar aanraken. Dit is wel heel bizar. Het blijkt dat de neushoorn door mensen is opgevoed en dus absoluut niet bang voor mensen is. De gidsen willen echter dat het jong zo natuurlijk mogelijk wordt opgevoed, dus zo min mogelijk met mensen in aanraking komt. Het jong vindt het dan ook niets dat haar moeder zo dicht bij ons komt. Je hoort haar piepen van “Kom nou terug!!!” Van alle kanten wordt de neushoorn gefotografeerd of gefilmd. Als we er genoeg van hebben gaan we weer richting het kamp. Buiten het feit dat we nu wel een neushoorn hebben gezien was de boottocht van gisteren mooier. 

Voor het laatste drinken we nog wat bij het kampvuur en wordt de maaltijd gebruikt. (Tafel van boven naar onder) Het is onze laatste avond die we in de bush doorbrengen. Morgen gaan we weer met de houseboat terug naar Kariba waar we in een hotel zullen verblijven. We hoeven dan ook niet vroeg op te staan, tenzij je een wandeling wilt maken. Omdat het Ingrid moeite kostte om vandaag uit haar bed te komen, doen we morgen geen ochtendwandeling. Jammer dat we dit paradijselijk plekje moeten verlaten. Het blijkt ook niet mogelijk te zijn om hier wat langer te blijven en het hotel in Kariba te laten voor wat het is. Jenny krijgt morgen nieuwe gasten. Jammer, jammer, jammer.

 

Maandag 24 september

Ondanks dat we kunnen uitslapen zijn wij weer om 05:30 uur wakker. Hoezo gewenning? Als we van de zonsopkomst genieten zien we de wandelaars langslopen. We kunnen dus nog mee, maar doen het toch maar niet. Zo lekker rustig wakker worden is ook niet verkeerd. Geen getrommel als teken om op te staan. Vanochtend de rugzakken maar weer eens opnieuw ingepakt en rustig ontbeten. Jenny laat ons nog een kameleon zien die zij op haar arm heeft. Als ze de kameleon op een boom terug plaatst is het grappig te zien dan je van de kameleon bijna niets meer ziet. Zo snel past hij zijn kleuren aan. Als iedereen weer terug is van de wandeling wordt er afscheid genomen van Jenny en haar staf. Ab en Willy laten wat medicijnen voor haar achter. Hier is zij bijzonder blij mee. Zoals al eerder geschreven is er in Zimbabwe bijna niets meer te verkrijgen.

Met elkaar gaan we met de jeepjes weer naar de houseboat waar wij door Jenny, Flip en het personeel worden uitgezwaaid. Iedereen van de groep ziet dit wel zo’n beetje als het einde van de reis.

Na vijf uur varen komen we bij het hotel Cutty Shark in Kariba aan. De boot heeft al diverse keren zijn hoorn laten schallen ten teken dat we er aan komen. Helaas geen teken van leven in het hotel te zien. Alle bagage wordt van de boot afgedragen en aan de waterkant neergelegd. Het is de bedoeling dat we vanaf deze kant het hotel binnen kunnen en dat de bagage opgehaald zou worden. Nog steeds geen teken van leven. Daar staan we dan. Als we zelf de bagage bij het hek van het hotel hebben gezet en onze gids een paar maal gefloten heeft ziet een jongetje ons. Deze haalt iemand van het hotel om alsnog het hek te openen. Het hotel ligt wat hoger dus we moeten diverse trappen op om bij het hotel te komen. Als Angela de sleutels van de kamers verdeelt blijkt dat we weer een stukje terug moeten lopen. Al met al een gesjouw waar je met deze hitte niet echt op zit te wachten. Gelukkig is er nu iemand die onze bagage tilt. Hoezo backpackers!!! Het hotel bestaat uit wat gebouwtjes waarin een aantal kamers zijn. Alle kamers hebben een mooi uitzicht op het Kariba meer. Er is een tennisbaan en speeltuintje en een mooie aangelegde tuin.  Een luxe complex wat een beetje in verval raakt. Op zich niet gek als er geen toerist meer naar Zimbabwe komt. Er blijken nog 2 Nederlanders in het hotel te zitten. Zij komen uit Urk en doen hier zaken voor de visserij en krokodillen. Na het neerzetten van de bagage in de kamer en het aanzetten van de airco gaan we naar het terras van de bar om wat te drinken. Voor een enkeling is er nog cola en nog wat mango-juice. Verder is alle frisdrank op. Bier is er nog wel. Geen probleem, want een lekkere Zambezi gaat er altijd wel. Het is bloedheet. Als je alleen maar zit gutst het water nog over je heen. Angela doet de suggestie om nu alvast op te geven wat we vanavond willen eten. Er is vis, pork, steak en omelet voor de vegetariërs. Waarschijnlijk zal zo langzamerhand de omelet wel hun neus uit komen.  Ingrid bestelt vis en Ben steak. Na de diverse biertjes gaan we toch maar even douchen, ondanks dat het weinig zin heeft vanwege de hitte.

Om 19:00 uur gaan we aan tafel. Ondanks dat er weinig in Zimbabwe te verkrijgen ziet de maaltijd er weer uitgebreid uit. Groenten, frietjes en salade. Zowel de vis als steak zijn heerlijk. Na de maaltijd gaan we naar de kamer. Helaas valt de stroom uit. Op zich is dat niet erg, maar dat de airco uitvalt is een stuk minder aangenaam. Het water gutst van ons lichaam. In de loop van de avond hebben we weer stroom en horen we de airco weer aanslaan. Ondanks de hitte heeft Ingrid lekker geslapen. Ben helaas iets minder.

 

Dinsdag 25 september

Zoals al eerder geschreven zit het vroeg opstaan er goed in. Na nog wat pogingen te hebben gedaan om in bed te blijven gaat Ingrid er dan toch maar uit. Inmiddels zijn we voor de buitenwereld weer bereikbaar. Een smsje naar het thuisfront gezonden met de mededeling dat alles oké is. Ook bij het thuisfront is alles oké, wordt teruggemeld.

Vanaf 07:00 uur kan er ontbeten worden. Tot die tijd gaat Ingrid wat voor de deur lezen. In de tussentijd is ook Ben wakker geworden. Na een douche loopt hij richting waterkant waar twee nijlpaarden aan het vechten zijn. Ingrid gaat richting ontbijt. Ze blijkt niet de enige vroege vogel te zijn.

Aan de hand van een menu kunnen we een ontbijt kiezen. Omelet, gekookt ei, scrambled eggs, champignons, bacon, worstjes, patat, steak. Eigenlijk teveel om op te noemen. Daarnaast zijn er nog lekkere yoghurtjes.  Het blijft toch wel raar te weten dat er weinig is en je dit allemaal aangeboden krijgt.

Na het ontbijt gaan we op pad om Kariba te ontdekken. We stoppen eerst op een punt waar we uitzicht over Kariba hebben. We zien rij mensen voor een winkel staan. We horen dat er suiker of meel geleverd is, wat de reden van de lange rij is. Hierna rijden we naar boven naar een kerk, Church of Santa Barbara,  ter nagedachtenis aan de 86 mensen die tijdens de bouw van de dam overleden zijn. Het blijkt dat er nog 3lichamen in de dam zitten. Tijdens het betonstorten zijn zij naar beneden gevallen. Iets verder van de kerk komen we op een uitkijkpunt waarbij is aangegeven hoeveel kilometer het naar Harare (hoofdstad van Zimbabwe) en naar de diverse eilanden is. Niet alle koperen bordjes zijn aanwezig. Net als in Nederland is koper een gewild metaal. Naast dit uitkijkpunt is een markt waar lokale vrouwen en mannen  met houtsnijwerk, batiks, handwerk, etc. staan. We moeten er toch wel even over heen lopen. Met een metalen stipkip, een batik, en twee stenen beeldjes (man en vrouw) verlaten we de markt. Een bezoek aan een het informatiecentrum van de dam is het volgende. Hier krijgen wij uitleg over de dam die in 1960 geopend is. Het water heeft toen voor veel problemen gezorgd, zowel voor de dieren als voor de Batonka-bevolking. Rupert Forthergill heeft toen een hulpteam ingesteld om zoveel mogelijk dieren te redden. De hele operatie werd Operation Noah genoemd. Dankzij deze operatie hebben veel dieren het water overleefd. Het volgende is een bezoek aan een visbedrijf. Dit gaat er toch wel anders aan toe dan in Nederland. De boot bestaat eigenlijk uit twee drijvers waar tussen een vlonder ligt. Op deze vlonder staat de motor. Aan het eind van de boot hangen twee hele grote lampen met daar onder een groot rond net. De vissen komen op het licht af en op een bepaald moment wordt het net opgehaald en worden alles wat in het net zit op de vlonder gestort. Vervolgens wordt de vis in tonnen gedaan die 1x per dag door een ander bootje worden opgehaald. De boot blijft 24 dagen op het meer. Dit betekent niet dat de vissers ook al die tijd  op het water blijven. Zij worden afgelost. Als de tonnen met visjes aan wal komen dan worden ze op grote tafels te drogen gelegd. De visjes worden in z’n geheel, met kop en staart, gegeten. Lopend gaan we naar de Spar. We zijn erg benieuwd wat er nu in de winkel te verkrijgen is. Rekken vol thee, met daarnaast 1 pak biscuitjes. De koelkasten zijn nagenoeg leeg. Cola op. Bier is er niet veel en ook duur.

Hierna gaan we terug naar het hotel. De ochtend is op deze manier redelijk snel gegaan. We gaan nog wat kaarten en hangen wat in het hotel rond. Het is een beetje een verloren dag. Tijdens de lunch geven we weer op wat we ’s-avonds willen eten. Het eten van krokodil blijkt niet mogelijk te zijn. De keuze is dan ook hetzelfde als gisteravond.

Omdat we vanavond voor het laatste met de hele club bij elkaar zijn wordt er van Angela afscheid genomen. Iedereen heeft een bijdrage in een enveloppe gedaan die Ab onder een dankwoord aan haar geeft. Zowel zij als wij hebben de groep als prettig ervaren. Geen problemen, geen gezeur als er iets tegen zat. Kortom: een prima groep. Met elkaar drinken we nog wat bij de bar tot dat deze om 22:00 uur gaat sluiten en wij dus maar naar de kamer gaan.

 

Woensdag 26 september

Om 07:00 uur ontbijten want we willen om 07:30 uur naar Lusaka gaan. Althans dit was de bedoeling. Het busje wat ons naar Lusaka (Zambia) zou moeten brengen is er niet. Na wat heen en weer gebel komt de mededeling dat het busje kapot is. Er rest ons niets anders dan rustig af te wachten wat komen gaat. Om plm. 09:30 uur komt dan eindelijk een busje met aanhanger. Het is passen en meten maar ook dit keer passen we in het busje. De reis is bijna zo geëindigd als deze begonnen is.  Frits, Maaike en Jan willen om 14:00 uur in Lusaka zijn om de bus naar Livingstone te kunnen halen (zij reizen niet met ons terug). Door deze vertraging zal dat zeer waarschijnlijk niet lukken. Met de maatschappij wordt geregeld dat zij bij de weegbrug bij Kafue door de bus alsnog opgepikt kunnen worden. Maar eerst moeten we Zimbabwe nog uit. Gelukkig gaat dit redelijk snel. Via de dam zijn we zo bij de grenspost van Zambia. Alle paspoorten worden ingeleverd en van stempeltjes voorzien. Ook dit gaat redelijk snel. Bij het verlaten van Zambia zal blijken dat het altijd zinvol is om te kijken over er inderdaad een stempel in je paspoort, waaruit blijkt dat je legaal Zambia bent binnengekomen. Een van ons was dus illegaal, maar dat kon na enig heen en weer praten rechtgezet worden

We volgen de weg met de vele opbrekingen die we al eerder hebben gereden. De vele stops die we toen moesten maken zijn er nu aanzienlijk minder. We zijn dan ook ruimschoots op tijd bij de weegbrug bij Kafue. Bij een een stalletje drinken we nog wat met Frits,  Maaike en Jan. Helaas is niet alle frisdrank ontdooid. Na afscheid van hen te hebben genomen gaan we verder op weg naar Lusaka.

In de loop van de middag komen we in het Fair Well hotel, Lusaka, aan. Het hotel ligt iets buiten het centrum en is een staat van vergane glorie. De kamer is wat smoezelig. Het hotel blijkt een opleidingslocatie te zijn voor horecapersoneel. Op het dakterras gebruiken we de lunch. Eigenlijk zijn we te laat, maar er zijn wel kippenvleugeltjes en sandwiches. Het duurt even maar dan heb je ook wat. In de tussentijd bedenken we waar we vanavond met elkaar gaan eten. Wordt het Chinees of toch Italiaans? Is er niet een leuk Afrikaans restaurant? Het wordt Italiaans bij Marco Polo.

Na de lunch gaan een aantal mensen de stad in. Ben en Ingrid blijven in het hotel. We gaan even lekker douchen en proberen de rugzakken wat efficiënter in te richten. Na het gepuzzel van de rugzakken gaan we weer naar het dakterras waar we nog een lekker koel biertje drinken en wat lezen. Langzaam komen ook de anderen uit de stad terug.

Om 19:00 uur hebben we op het terras afgesproken. Tegen die tijd is iedereen er. Angela heeft 3 taxi’s geregeld om ons naar het restaurant te brengen. We komen bij een restaurant “Polo” aan. Het restaurant waar we gereserveerd hebben blijkt aan de overkant te liggen. De overkant is in dit geval de andere kant van het veld waarop normaal gesproken polo wordt gespeeld. We steken het veld dwars over en komen eigenlijk aan de verkeerde kant van het restaurant binnen. Het ziet er behoorlijk luxe uit. De ober weet nog precies wie wat besteld heeft en iedereen krijgt gelijk zijn voorgerecht. Echt helemaal super en lekker  Had dit eerlijk gezegd niet gedacht. Ook het hoofdgerecht is heerlijk. Langzaam wordt het in de bar ook wat drukker. Het is een wat vreemde bar. De bar niet zozeer maar wel het publiek. Het begint meer op een bar te lijken waar zowel mannen als vrouwen ergens op zoek naar zijn, als u begrijpt wat ik bedoel. Tegen 22:30 wordt Angela door de taxichauffeur gebeld of zij hen weer kan komen ophalen. Dat kan nadat we de rekening hebben betaald. Op zich is dat al een heel gedoe. De een heeft nog te veel Zam-kwatches terwijl de ander alleen maar dollars hebben. Eindelijk hebben we dan, na diverse natellingen, het bedrag compleet. Maar nu moet de ober het nog eens natellen. Dit duurt even. Na verloop van tijd komt hij terug met de mededeling dat het niet genoeg is. Hoezo niet genoeg? Onderaan staat toch het bedrag wat wij aan hem gegeven hebben? Ja dat klopt, maar op de achterkant staat het volledige bedrag. Het bedrag dat wij hem gegeven hebben is alleen het bedrag dat op het eerste blaadje staat! Oké dan?!?!?!? Als ook dat bedrag voldaan is kunnen we eindelijk weg. De 3e taxi is niet komen opdagen. Dus moeten we met zijn 10-en in 2 taxi’s. Het busje is gelukt, dus zal dit ook lukken. Het lukt. Als we in het hotel aankomen is de bar dicht en iedereen moe. We gaan dus naar bed. De airco doet het nog steeds, dus de kamer heeft een aangename temperatuur.

 

Donderdag 27 september 

Ook nu weer 07:00 uur ontbijt. Na het ontbijt brengen we alle spullen naar de hall, want het is nu tijd om naar het vliegveld te gaan. We worden door een busje van het hotel naar het vliegveld gebracht. Het inchecken gaat gelukkig redelijk snel. Het is toch altijd wel lekker als je je meeste bagage hebt afgegeven en je handen wat vrij hebt. Voordat we door de douane kunnen moeten we natuurlijk weer een kaartje invullen waaruit blijkt dat je een aantal dagen in Zambia bent geweest en nu weer vertrekt. Tot nog toe gaat het goed, totdat..... Géke en Remco aan de beurt zijn om hun paspoort te laten zien. Nu komt het... Het blijkt dat Géke geen stempel in haar paspoort heeft waardoor blijkt dat zij legaal in Zambia is. Door het ontbreken van dit stempel is zij dus illegaal. Het lijkt erop dat de meneer van de douane moeilijk gaat doen. Paspoort wordt achtergehouden, er wordt met een collega overlegd. In de tussentijd heeft Angela een rekening te voorschijn gehaald  waarop staat voor hoeveel stempels zij betaald heeft. In 1e instantie lijkt het erop dat deze meneer hier geen boodschap aan heeft. Gelukkig wordt na overleg toch de rekening en het paspoort aan Géke teruggegeven en kan zij door. Pfoe!!!!

We hebben nog even tijd voor het vliegtuig vertrek, dus nog maar even wat shoppen in de taxfree winkeltjes. Door Ben en Ingrid worden nog twee leuke kussenovertrekken met dierenmotieven voor de kussens op de bank gekocht. Inmiddels is het vliegtuig geland en kunnen wij instappen.

De eerste stop die wij maken is in Lilongwe (Malawi). We moeten een uurtje in het vliegtuig wachten, terwijl deze wordt schoonmaakt en weer van nieuwe passagiers wordt voorzien. De volgende stop is Nairobi. We nemen afscheid van Angela. Zij is “thuis” in afwachting van de volgende groep die op zondag alweer voor haar gepland staat. In Nairobi moeten we 6 uur wachten. We zien hier erg tegen op. Met elkaar vinden we op het vliegveld een plekje in Java House. Een koffie-corner waar je gemakkelijk kunt zitten en van alles kunt gebruiken (frisdrank, bier, hotdogs, warme maaltijden, etc) Voor een aantal van ons ook gelegenheid om weer eens te klaverjassen of een ander spel te doen. Ook zijn er nog wat winkeltjes waar je nog even wat kunt neuzen en om je benen even te strekken. De tijd gaat toch nog redelijk voorbij. Voor we het weten moeten we alweer inchecken. Het is dan inmiddels 21:00 uur. Wanneer we inchecken komen we een grote groep mensen tegen die allemaal hetzelfde shirt aan hebben. We denken in 1e instantie dat het een koor is of iets dergelijks. Wanneer Gré hier naar vraagt blijkt het een groep vluchtelingen uit Burundi te zijn op doortocht naar Amerika. Als we deze mensen zo in het vliegtuig zijn dan bedenken we dat dit toch wel een hele cultuurschok voor hen moet zijn. Wij hebben dat al als we 3 weken door Afrika rondreizen. Hoe moet dat wel voor deze mensen zijn die niets anders gewend is dan hun eigen “kleine” wereldje. Van de stewardessen begrepen wij ook dat het voedsel dat in het vliegtuig wordt uitgereikt aan hen is aangepast. Zo krijgen de kinderen bijv. ook geen cola of iets dergelijks in de hoop dat hun maag en buik van het “vreemde” eten niet van slag raakt.

We zitten in de middelste stoelen van de middelste rij. Behoorlijk krap dus. Het is duidelijk geen Kenia Airway. We zijn nog niet opgestegen of er wordt om een arts gevraagd. Gelukkig blijkt er weinig aan de hand te zijn.

Na diverse houdingen te hebben aangenomen lukt het ons niet om wat te slapen. Benen en nek beginnen langzaam aan pijn te doen. Ingrid gaat meer eens een poosje bij het toilet staan in de hoop dat haar benen wat minder pijn gaan doen.

 

Vrijdag 28 september

Het is inmiddels vrijdag en eindelijk is het dan zover. We landen en het regent. We zijn weer in Nederland. Als alles meezit en we niet te lang op de bagage behoeven te wachten kunnen we nog onze trein halen. Als we bij de band aankomen zien we onze rugzakken al liggen. Het is een beetje raar afscheid van de groep vanwege onze haast voor de trein. Maar nadat we afscheid hebben genomen gaan Gré, Ben en Ingrid naar de trein toe. Helaas hebben we Remco en Géke niet meer getroffen, maar wij wel onze trein.

In de stromende regen komen komen we dan eindelijk thuis aan.