Reisverslag
Kameroen
30
september – 30 oktober 2004
Organisatie: Koning Aap www.Koningaap.nl
/ Horizon Blue (organisatie in Kameroen)
Reisbegeleider: Jeroen Walleyn (Koning Aap) /
Ruth (Horizon Blue)
Deelnemers: Saskia, Paul en
Henriëtte, Jan en Corry, Elly, Elvira,
Andre, Ton, Jacqueline, Ton, Ben en Ingrid
Donderdag 30 september –
Douala
Twee
weken van tevoren kregen wij een brief van Koning Aap dat Brussel Airlines het
vluchtschema heeft aangepast. De reis begint niet op 2-10 maar op 30-9. Dus
vertrekken wij twee dagen eerder dan de planning met de trein naar Brussel
Airport.
Het
vliegtuig heeft even wat vertraging omdat bij telling door het personeel van
Brussel Airlines een aantal personen vermist wordt. Achteraf blijkt het toch
allemaal weer te kloppen. Zou het iets met België te maken hebben?
Aan
het eind van de middag landen we in Douala. Op het vliegveld worden door een
medewerker van Horizon Blue opgevangen en maken we kennis met de andere groepsleden.
Het
duurt even voordat de bagage er is. Komt het nu op deze of op de andere band?
Tijdens
het wachten op de bagage komt ook onze reisbegeleider, Jeroen, te voorschijn.
Eindelijk
heeft iedereen dan zijn bagage en banen wij ons een weg richting uitgang om
naar de bus te gaan. Maar waar is die bus? Er heerst wat onduidelijkheid over
waar nu het wachten op is. Achteraf blijkt dat dit de eerste tekenen zijn voor
het verloop van de reis.
Uiteindelijk
komen we dan toch aan in het hotel. Even snel douchen voordat we gezamenlijk
wat gaan drinken en eten. Inmiddels
regent het. Ja, het regenseizoen is tenslotte nog niet afgelopen.
Het
was een lange dag en gaan dan ook vroeg naar bed.
Vrijdag 1 oktober - Yaoundé
We
hebben lekker kunnen uitslapen in een heerlijke koele (airco) kamer. Na een
lekker ontbijtje wat rondgelopen en wachten op Jeroen.
Voor
het hotel is even een hoop stennis. Het gaat over een taxibusje wat het niet
doet en men heeft er toch voor betaald. Het is toch een gemis als je Franse
taal niet je van het is. Je mist net de essentie van het geheel.
Jeroen
is inmiddels opgedoken en kunnen we naar Yaoundé vertrekken.
Het
is een lange rit. Dit komt ook omdat er
vaak gestopt wordt omdat er gebeld moet worden en er niet altijd verbinding is.
Er blijkt nog het een en ander geregeld te moeten worden. Onderweg nog wel gestopt om wat te drinken
wat meteen een aanleiding was voor de 1e confrontatie die ’s-avonds
plaatsvond.
Langs
de kant van de weg worden veel dode dieren (bijv. apen), die aan een stok
hangen, te koop aangeboden.
Yaoundé,
de hoofdstad van Kameroen, is een nogal
chaotische stad waar we in de loop van de middag aankomen. Voordat we naar het hotel gaan, gaan we eerst
naar een punt van waar je een mooi uitzicht op de stad hebt. Het is jammer dat je weinig mag fotograferen.
Overheidsgebouwen, paleizen, etc mogen dus niet gefotografeerd worden.
Tenslotte
worden we op een Centre Artisanal voor een uurtje gedropt. Iedereen die iets
aan je wilt verkopen roept je. Echt rustig lopen kan je er niet. Snel wegwezen
dus. Aan de overkant van de markt is een terrasje, waar we dan ook wat gaan
drinken. Paul en Henriëtte volgen ons al snel.
Na
het uurtje is het weer verzamelen voor het diner-buffet. Tijdens dit diner
kwam dus de 1e
confrontatie met Jeroen. Hij kreeg er behoorlijk van langs met
name om zijn onduidelijkheid en zijn beperkte communicatie. Wij hebben ons
hiervan teruggetrokken omdat er binnen in het restaurant een bandje aan het
spelen was, wat veel interessanter was dan deze discussie.
Terug
in het hotel werd de discussie nog eens dunnetjes overgedaan. Ben en ik hebben
hier geen zin in en gaan dan ook op zoek naar een kroegje. Inmiddels hebben de
beiden Tonnen zich bij ons gevoegd.
Onder
het lawaai van de ventilator, die overuren draait, lekker geslapen.
Zaterdag 2 oktober – Yaoundé
Alweer
kunnen uitslapen. Wat een luxe deze reis in vergelijking met voorgaande reizen.
Afgesproken is dat we om 11:30 uur weer een rondrit door de stad doen. Voordat
het zover is maken we een wandelingetje door de stad. Het is erg warm en
eindigen dan ook weer in het kroegje waar we voorgaande avond ook al wat
gedronken hebben. Ook in Kameroen worden we door diverse kinderen bekeken. Ze
komen kijken en gaan vervolgens met een ballon weer weg. Eén kindje kreeg een
kleurboek. Het is niet te geloven hoe je met een kleurboek een kind
ongelooflijk blij kunt maken.
Inmiddels
is het weer tijd om naar het hotel te gaan. Na een tijdje komt Jeroen ons met
een busje ophalen. Het busje is wat aan de kleine kant en we zitten dan ook als
sardines in een blik.
Eerst
gaan we naar het monument van de Federatie (wat we overigens mochten
fotograferen). Het is een apart monument. Onder het monument wordt een
kerkdienst gehouden wat met veel gezang gepaard gaat. Je voelt je dan wel wat
overbodig, moet ik zeggen. Vervolgens gaan we naar het Parlementsgebouw. Het
zijn mooie architectonische gebouwen. Jammer dan we niets mogen fotograferen.
Tijd
voor de lunch. We doen dit bij Madam Blanche. Het is een soort van overdekt
“marktje” waar een aantal Mamma’s eten bereiden. Je wijst een vis of een stuk
kip aan, bepaald te prijs en het wordt dan door een van de Mamma’s bereidt. Met
of zonder patat frites of gebakken banaan. Aan de achter van dit “marktje”
staan tafels en stoelen. Als je eten klaar is wordt het je gebracht met een
emmertje water om je handen af te wassen.
Na
het eten is het tijd om in de supermarkt inkopen te doen voor de treinreis
(transcamerounais) naar N’Gaoundere. Er wordt aardig wat ingeslagen want je
weet niet wat je te wachten staat.
Zouden
we nog tijd hebben om naar de Zoo te gaan? We gaan er nog even langs maar over
de prijs wordt te lang onderhandeld (de prijs die ’s-morgens is afgesproken
blijkt niet meer te gelden voor de middag!). Het is inmiddels 16:00 uur en om
16:30 uur zouden we naar de trein gebracht worden. Er moeten nog spullen uit
het hotel gehaald worden en iedereen wil dit eigenlijk op zijn gemak doen. Dus
geen Zoo. Jeroen blijkt hier wat moeite mee te hebben. Zou hij de 1e
confrontatie goed willen maken?
In
het hotel blijkt dat we (inclusief alle bagage)
met hetzelfde busje, waar we als sardines in een blik de rondrit door de
stad hebben gemaakt, naar het station worden gebracht. Vreemd hé, dat het niet
past! Een van ons gaat samen met Jeroen dan ook met de auto van de gids mee.
Rond
het station is het een chaos. We banen ons een weg naar het treinstel waar onze
slaapcouchettes (4 personen) zijn. Alles is al uitgeklapt en ligt klaar. We
installeren ons en kijken vol bewondering naar het reilen en zeilen op het
perron.
Tegen
19:00 uur vertrekken we dan. Ben gaat op weg naar de restauratiewagon om te
kijken wat er eventueel te drinken en te weten is. Hij komt teleurgesteld
terug. Geen bier en de wagon zit vol militairen. Moeten we het maar met water
doen.
Even
later komt een mevrouw van de restauratie vragen wat we willen weten. Kip of
vis. Per dienblad wordt het aangeleverd,
dus dat kan het wel even duren.
Het
is een komen en gaan in de gangpaden. Iets verderop in de gang wordt gezongen.
Onderweg
wordt er veel gestopt en er wordt op het perron dan van alles en nog wat te
koop aangeboden. Het is een fraai gezicht om de diverse ronde hutten voorbij te
zien schieten.
Ik
ben moe en ga dan ook even liggen. Langzamerhand komen ook de andere couchette-genoten
binnen. Om 00:00 uur gaat het licht uit, dus dan maar proberen te slapen.
Zondag 3 oktober – N’Gaoundere
Ondanks
alle geluiden en gewiebel toch nog wel wat geslapen. Ton maakt ons wakker met
de vraag of er wel een ontbijtje in kan. En dat kan. Langzaam komt er weer wat
leven in de trein en stoppen we weer zo her en der. Het is lekker weer en het
zonnetje schijnt.
Nadat
we eerst gedacht hadden dat er geen foto’s op de perrons gemaakt mochten worden,
bleek dit toch te mogen. Zo hebben we dan toch nog wat foto’s van hetgeen
op de perrons
allemaal gebeurt.
Tegen
de middag komen we in N’Gaoundere, wat Navelberg betekent, aan. De stad ligt in
het centrum van Kameroen en vormt een belangrijke schakel tussen noord en zuid.
Hier geen kerken meer maar moskeeën waar mannen in kleurig boubous rondlopen.
Alles
uit de couchette weer op het perron en weer sjouwen naar de uitgang van het
station. Even buiten het station staat weer een klein busje op ons te wachten.
Alle bagage op het dak en wij weer als sardines in de bus op weg naar het
hotel.
Het
hotel ligt iets buiten het centrum. De kamers worden weer en verdeeld en er
wordt afgesproken om over een halfuurtje gezamenlijk in het centrum te gaan
lunchen. De kamer is eenvoudig. Ondanks het koude water is het heerlijk om weer
fris te zijn. Je voelt je toch wel erg vies als je je een dag niet hebt kunnen
wassen.
Na
een half uurtje staat iedereen beneden en gaan we met de bus naar het centrum
om te lunchen. Na de lunch lopen we via de markt verder naar het paleis van de
lamido. Je merkt duidelijk dat we in het mohammedaanse noorden zijn.
De
markt is erg leuk om over heen te lopen en te kijken wat ze allemaal verkopen.
Op een bord bijv. liggen hoopjes bruine puree. Blijkt het verse pindakaas te
zijn die per bolletje verkocht worden. Geiten lopen los in de stad en happen zo
hier en daar van de trossen bananen die op de grond ter verkoop te liggen.
Het
paleis van de lamido (die de verantwoordelijkheid van een religieuze
moslimleider heeft) waar hij met zijn vrouwen, kinderen en hovelingen woont is
aardig om te zien. Je kunt de traditionele behuizing zien. De lamido is zelf
niet aanwezig, maar er zijn wel wat hovelingen te zien die op hem wachten. Als het
goed is zou de lamido om plm. 17:00 uur te paard komen om zich vervolgens in
zijn zetel te zetten. Hierna kan de bevolking hem eventueel om hulp komen
vragen. Klinkt erg spectaculair. Wachten we hierop of gaan we tussendoor eerst
nog even ergens iets drinken? We doen het laatste. Zoals al eerder geschreven
is het een moslimgebied, dus geen alcohol. Na het colaatje lopen we weer rustig
richting paleis. Andere reisgenoten zijn bij het paleis gebleven en er hebben
zich inmiddels heel wat kindertjes om hen heen geschaard. Het blijft leuk om al
die verschillende koppies te zien. De een kijkt heel ernstig en bij de ander
komt een prachtige lach te voorschijn. Ze gaan bijna door lint als ze zich zelf
op een foto zien (handig zo’n digitaal fototoestel). Een van de hovelingen
maakt hier een eind aan en jaagt de kinderen weg. Jammer.
Inmiddels
is het ruim 17:00 uur en nog altijd geen lamido. Na verloop van tijd komen er 4
man op paarden aan draven. Het ene paard is nog bokt nog meer dan het andere.
We kunnen ons dan ook niet voorstellen dan een van deze 4 mannen de lamido zou
zijn. Dit blijkt ook niet het geval te
zijn, want niemand gaat het paleis is.
Het
begint al aardig donker te worden en beginnen dan ook richting hotel te
lopen. Onderweg stoppen we bij een restaurant. Ook hier islamitisch, dus geen bier en
waarschijnlijk alleen kip. We hebben hier geen zin in en lopen door naar het
restaurant waar we ’s-middags hebben gegeten. Is het gesloten! Dan maar weer
terug naar het vorige restaurant. Gelukkig hebben ze ook nog andere gerechten
dan alleen kip. We kiezen voor een
heerlijke steak.
Op
het moment dat we de reis door Kameroen maken zijn er ook
presidentsverkiezingen. Dit betekent dat alles in teken staat van deze
verkiezing en met alles wordt bedoelt dus ook beperkt aantal taxi’s, etc. Dus
hoe komen we in het hotel. Gelukkig
rijdt er net een langs, maar helaas weet deze weg naar het hotel niet. Iemand
in het restaurant biedt de helpende hand. Hij wil ons wel brengen. Een aantal
van de groep gaat in de taxi en wij in de andere auto. Het is toch wel erg knap
om 13 personen met 2 personenauto’s te vervoeren. Het is ook niet te
beschrijven hoe dat eruit ziet.
In
de hal van het hotel vertelt Jeroen wat de plannen voor de volgende dag zijn en
dat het schema wat gewijzigd kan worden zodat we 2 reisdagen minder hebben. We
kiezen voor de aanpassing.
Zoals
in ieder hotel in Kameroen moet je formulieren invullen met naam,
paspoortnummer, etc. Ik krijg hulp van een zeer ontwikkelde man. Hij spreekt
zelfs Engels. Het is leuk en vooral interessant te horen hoe alles reilt en
zeilt in Kameroen. Hij is ook erg nieuwsgierig hoe het in Nederland allemaal
gaat. Hij wil graag naar Nederland komen maar krijgt geen visum.
Voor
we het weten is het alweer 00:00 uur en tijd om naar bed te gaan. Er wordt
verwacht dat we de volgende dag om 07:30 uur vertrekken. Een kort nachtje.
Maan(Lariam)dag
4 oktober - Maroua
We
worden wakker van de regen die met bakken uit de hemel komt. We zullen maar
denken “Even een buitje voor de stof”. We hebben beiden niet echt lekker
geslapen. We moesten ons aan de kant vasthouden om niet naar elkaar toe te
rollen.
Na
het ontbijt halen we onze spullen van de kamer, zodat alles op de bus geladen
kan worden. Gelukkig heeft de chauffeur (Faizal) een zeil bij zich zodat de
rugzakken droog kunnen blijven. De bus is niet weer al te groot, dus wordt het
passen en meten om ons allemaal er in te krijgen. We zijn de stad nog niet uit
of ik weet al niet meer hoe ik zitten moeten en we hebben nog heel wat kilometers
te gaan naar Maroua.
Het
is inmiddels alweer droog en een leuke weg die we rijden. We passeren heel veel
dorpjes. Anders dan in andere Afrikaanse landen wordt er weinig gezwaaid.
Onderweg
stoppen we even om de benen te strekken zodat die weer bij de rest van het
lichaam horen. Het is een leuk plaatsje. Er lopen prachtige mensen en met
veel pijn en
moeite kunnen we wat foto’s maken. We zien nu dan ook hoe ze pindakaas
maken. Ook een slager is aanwezig. Aan de afgehakte pootjes die onder een
tafel liggen kun je zien dat er geit verkocht wordt. Zonder dat is het moeilijk
te zien wat voor soort vlees het is, want het zit onder de vliegen. (’s-Avonds
overigens weer heerlijke vleesspiesjes gegeten). Het dorp heeft ook een waterpomp.
Met behulp van een soort pedaal wordt het water opgepompt.
Helaas
moeten we door dus persen we ons weer in de bus,
In
Garoua gebruiken we de lunch in Super Restaurant. Het is een lokaal waar ook de
“gewone” man eet. Het eten wordt super snel gebracht en het is nog lekker ook.
Jammer genoeg hebben we geen tijd om nog even door het plaatsje te lopen.
Na
weer een tijdje gereden te hebben stoppen we weer even. Toevallig lopen er wat
schoolkinderen langs. Op ons “Bonjour” wordt wat angstig gekeken, wordt meteen
de straat overgestoken en dan pas gegiecheld.
Her en der worden ook weer ballonnen uitgedeeld. Iets van de weg staat
een hutje met een klein kindje dat waarschijnlijk niet eens het bestaan van een
ballon weet. Ik weet niet wie er nu blijer is met de ballon, is dat opa of de
kinderen? Het is prachtig gezicht om te zien hoe blij iemand met een simpele
ballon is. Als dank wordt aan de weg een bosje verse pinda’s gelegd. Overigens
leuk om te zien hoe pinda’s eigenlijk groeien.
We
rijden nu echt richting Sahel. Het savannelandschap van de Sahel wordt af en
toe opgesierd door katoenvelden.
Tegen
18:00 uur komen we in een bloedheet Maroua aan. De stad ligt gelegen aan de
oevers van de Mayo Kaliao en is de meest geíslamitiseerde stad van het land.
Het hotel (Hotel Tcherno) ligt midden in de stad.
We
blijven hier 2 nachten dus is het een mooie gelegenheid om te kleding te
wassen. We doen dat maar meteen, dan hebben we het maar gehad. Het zal in
etappes moeten gebeuren omdat er niet genoeg drooggelegenheid is. Tijdens het
wassen blijkt de afvoer niet goed te werken, dus binnen de korte keren staat de
badkamer blank. Het andere deel van de
was laten we dan ook maar doen.
Na
het douchen op het terras van het hotel wat gedronken en de was aan Michel
afgegeven. Hij is hier erg blij mee, want het met wassen verdient hij weer een
extra zakcentje. Na het drankje op pad
naar restaurant Baobab voor het avondeten.
Dinsdag 5 oktober - Maroua
Vroeg
wakker. 06.15 uur! Het is al licht dus mooie gelegenheid om het dagboekje weer
eens bij te werken. Na het ontbijt gaan
we naar het Musée du Diamaré. Het is een wat stoffig museum, maar de mevrouw
die de rondleiding geeft verteld leuk. We kopen hier 2 aardewerken hoofdjes en
een snuifflesje. Mevrouw wil graag een cadeau. Dus mag ze van ons een mooie
ketting uitzoeken die wij hebben meegenomen. Zij kiest de meest kitscherige
ketting die er is, maar is er als een klein kind zo blij mee. De verkoper
ontpopt zich als een gids en begeleidt ons van het museum naar het quartier des
tanneurs, de leerlooierswijk. Op weg naar deze leerlooierij willen wij
eigenlijk ook nog wel wat water meenemen en dat is nu juist een probleem. We
komen wel een locale bierbrouwerij tegen, maar nog geen water. Ja hoor
eindelijk een zaakje die ook water verkoopt.
De
leerlooierij is erg leuk om te bezoeken. In de grond zitten verschillende gaten
met verschillende mengsels erin om de huiden te bewerken. Ze hebben
verschillende soorten huiden, zoals bijv. krokodil, giraf, leguaan, etc. die
hier ondergedompeld, gewassen en afgeschraapt worden door zwetende half naakten
mannen. Deze huiden worden door een bedrijf aangeleverd die deze huiden mag
verhandelen (is het verhaal). De stank die ik had verwacht viel overigens heel
erg mee.
Teruglopend
richting centrum onderweg lunchen we nog.
’s-Middags
zijn we op bezoek geweest bij de lamido. Omdat het paleis nog best wel ver van
het hotel lag zijn we er met een brommertje naar toe gereden. De lamido is een
redelijk jonge man met een groot gevoel voor humeur (zelfs hij maakt een
belgenmop) . We moesten allemaal gaan zitten en vertellen hoe we heten en wat
voor beroep we hebben. Hij had het erg druk omdat morgen de president van
Kameroen, Paul Biya, op bezoek komt in Maroua. Er moest o.a. nog een paard
uitgezocht worden waarop hij de president zou verwelkomen. We zijn dan ook niet
lang bij hem gebleven.
Na
dit bezoek zijn we naar Relais de la Porte Mayo gelopen. Een vrij luxe ressort,
met een mooi souvenirwinkeltje. Het was ons iets te luxe met te veel blanke
mensen. We zijn dan ook met een brommertje weer snel naar het hotel gereden.
’s-Avonds
met een brommertje naar een straat waar diverse Mamma’s vis aan het bakken
zijn. Ook hier weer:
je zoekt een vis uit, onderhandeld over de prijs en de vis wordt voor je bereidt
en weer gebracht. Heel relaxed, lekker en gezellig.
Met
het brommertje weer terug naar het hotel.
De badkamer staat nog steeds blank.
Woensdag 6 oktober - Djingliya
In
en rond het hotel is het een en al chaos. De hoteleigenaar is tevens
campagneleider voor Paul Biya. Dus iedereen heeft zich rond het hotel verzameld
voor een T-shirt, een petje, of wat dan ook. Het is trouwens wel leuk om te
zien dat er zelf stoffen zijn waarin het portret van Paul Biya staat. Er zijn
dan ook vele mensen die van deze stof een jurk, broek of blouse hebben laten
maken.
We
gaan dan ook veel te laat weg, maar wel met 2 busjes. Hoe riant kan je dan
zitten!
De
weg is heel slecht en heel lang. De lengte heeft vooral te maken van een
verkeerde route. De omgeving is mooi, bergachtig met hier en daar katoen-, en
gierst velden. De diverse volkeren die hier wonen worden “Kirdi” genoemd wat
ongelovigen betekent.
Tegen
de middag komen we aan op de plaats waar we de nacht doorbrengen. Het zijn
allemaal aparte hutjes (boukarous) waarin we slapen. Het duurt even voordat
iedereen een slaapplek heeft (het zijn niet alleen 2-persoons hutten, dus slaap
je er ook met anderen) maar na een drankje gaan we dan toch op pad naar
Oudjilla om een beroemde chief te ontmoeten. Hij is beroemd om het aantal
vrouwen die hij heeft, plm. 47. Onderweg moeten we een rivier door en........
jawel we raken vast midden in de rivier. Er zit niets anders op dan schoenen
uit en maar duwen. Uiteindelijk lukt het, met hulp van veel plaatselijke
bevolking, weer om de bus los te krijgen en te kunnen doorrijden.
Er
lijkt geen eind te komen aan alweer een hobbelige weg. Af en toen heeft de bus
wat moeite met de omhoog lopende weg. Eindelijk komen we dan op de plaats van
bestemming.
Het
is leuk om te zien hoe al deze mensen met elkaar leven en hoe hun behuizing is.
Iedere vrouw heeft haar eigen hut, keuken en voorraadruimte en wonen gescheiden
van de mannen. Het is een doolhof met allemaal kleine gangetjes. Het geheel
wordt met een muur afgesloten. We hebben wel het vrouwengedeelte kunnen
bezoeken, maar de herenafdeling helaas niet. Het bezoek werd afgesloten met een
dansvoorstelling door de aldaar wonende dames.
Op
de terugweg komt de andere bus in de rivier vast te zetten. Het is inmiddels
donker dus niemand durft goed de bus uit om te helpen duwen. Blijkbaar gebeurt
dit vaker wat binnen korte tijd staat er allemaal mannen om de bus hen om deze
eruit te duwen. Wat dan ook gelukt is.
Het
is al laat wanneer we weer op onze slaapplaats terugkomen. Het eten staat al
klaar.
Bij
het binnenkomen van de hut schieten allerlei hagedisjes weg. Tijd om maar een
klamboe op te hangen.
Donderdag 7 oktober – Rumsiki
Redelijk
op tijd weer alles ingeladen en weg.
Over
de nog steeds slechte weg gaan we naar Mokolo om inkopen voor de lunch te doen.
De lunch zullen we ergens onderweg gebruiken. Er is wat verwarring. Jeroen
denkt hier boodschappen te gaan doen terwijl Ruth dat ergens anders wil (wat
overigens niet de 1e en ook niet laatste keer zal zijn!!).
Het
is een mooie weg die wij rijden. Veel kinderen langs de kant van de weg die
“Cadeau, Cadeau” roepen. Er zijn hier dus al vaker toeristen geweest.
In
Tourou stoppen om de markt te bekijken. Het is er een drukte van je welste. Er
is een hele happening vanwege de verkiezingen. Een of andere meneer gaat een
toespraak houden. Eerst denken we dat het de president zelf is, maar nee. De
vrouwen die hier rondlopen, Goudours genaamd, dragen houten roodbruin
beschilderde kalebassen als hoofddeksel. De een nog glimmender dan de ander.
Het blijkt dat de beschildering van de kalebas de sociale status van de vrouw
aangeeft. Er zijn dan ook veel (stiekeme) foto’s gemaakt. De meeste mensen
willen helaas niet gefotografeerd worden.
Na
2 uur op de markt te hebben rondgelopen gaan we terug naar de bus voor de
picknick. Dit is echter geen succes. Rond de bus staan tientallen kinderen toe
te kijken. We rijden dan ook maar wat verder tot een wat rustiger plekje
vinden. Ook hier kijkers, die dolblij waren met hetgeen wij voor hen
achterlieten.
Ook
hier is het weer een mooie omgeving met veel voor ons herkenbare bomen
(Eco-Training). Onderweg wordt er veel fruit verkocht en gekocht (Papaja en
voor ons onbekende soorten vruchten). Het is een onbekende weg die wij rijden,
die vooral veel door bandieten en “toeristen” wordt gebruikt. Het is wel de
snelste route. We moeten even stoppen. Het is Ramadan, dus voor de chauffeurs
tijd om te bidden. Voor ons een gelegenheid om een stukje te lopen.
In
de loop van de middag bereiken we Rumsiki in het Kapsiki-gebergte. Het is
een mooie omgeving met grillige rotsformaties.
Discussie
over de hotelkamers. De een heeft douche/toilet de andere heeft helemaal niets.
We
besluiten om niet in het hotel te eten, maar bij La Tour D’Argents. Voor de verandering hebben ze kip. Aan de
geluiden te horen moest deze kip echter wel eerst geslacht worden. Na een hoop
gekakel, rennende mannen, een benauwde ‘tok’, is het stil en binnen een half
uur wordt ons eten opgediend. Verser kan je het volgens mij niet hebben. Of het
gesmaakt heeft? Hum...
Vrijdag 8 oktober – tracking
Kapsiki
Het
is dan zover. De tracking! We zijn erg benieuwd hoe dat gaat. Hebben we een
goede conditie of zal het allemaal wel meevallen. Volgens het reisschema zou
deze tracking 2 dagen duren. Volgens de steeds veranderende mededelingen van
Jeroen over de tracking blijkt uiteindelijk dat deze 2,5 dagen gaat duren. We
slapen dus niet 1 nacht ergens anders, maar 2. Een en ander leidt tot soms
verhitte discussies, maar een duidelijk antwoord blijft uit. Waarom deze
verandering blijkt wanneer we weer in het hotel terugkomen. Daarover meer later
in het verslag.
De
bagage die mee moet wordt naar de 1e overnachtingplaats gebracht en
wij gaan met 3 liter water op pad. Het is gelukkig wat bewolkt (het is ook nooit
goed, hé)
We
gaan eerst naar een punt waar je een prachtig uitzicht op het gebergte hebt.
Totnogtoe is het redelijk vlak. Een riviertje die we oversteken, blijkt de
grens te zijn tussen Kameroen en Nigeria.
Langzamerhand begint het wat steiler te worden en begint de slechte
conditie wat de tellen. Het uitzicht is in ieder geval de moeite waard van deze
klimpartij. Hier rusten we dan ook even.
Ook
al is het klimmen zwaar, het dalen valt ook niet echt mee. Veel losse stenen,
waar je aardig over kunt glijden. In het dal komen we een kudde koeien en
Peulmensen (Peulen zijn ook weer een bepaalde stam) tegen. We kunnen nog even
uitrusten voordat we een bergtop over moeten. Wat is dit ongelooflijk zwaar! Ik
zit er dan ook bijna doorheen. Ben heeft zijn rugzak inmiddels aan een van de
gidsen overgedragen. We kunnen bijna niet meer. Maar wij zijn geen Ben en
Ingrid als we niet op ons doorzettingsvermogen doorgaan. We zijn er over!!!!
Het dalen gaat gelukkig geleidelijk en als we eenmaal door het mailveld zijn
gelopen staat iets verder onder een grote boom de mevrouw van het hotel in
Rumsiki met een heerlijke lunch klaar. Een lekkere frisse koolsalade en brochettes (vleesspiesjes),
maar vooral het koude drankje is HEERLIJK.
De zon is inmiddels behoorlijk gaan schijnen. Na de lunch lopen we verder. Onderweg wilde
een jongetje mijn petje ruilen voor een rieten hoedje, dus loop ik vanaf doet
moment met een rieten hoedje verder. We hebben er een behoorlijke pas en in
tegen het eind van de middag zijn we op de plaats waar we de nacht door gaan
brengen. We liggen voor pampus met onze benen in de lucht en schoenen en sokken
uit. Reden voor de vele kindertjes om eens te komen kijken. Na een uurtje komen
ook de anderen wandelaars aan. Ook de
ezeltjes met onze bagage. Met behulp van een emmer kan je je een beetje
omfrissen. Na de nodige lauwe
dorstlessers wordt het eten gebracht. Jawel, kip met macaroni.
De
meeste van ons besluiten om buiten onder het rieten afdakje te slapen. Alles
wordt daarvoor dan ook in gereedheid gebracht. Andere slapen in de hutjes die
de bewoners voor ons hebben vrijgemaakt.
We
liggen nog niet goed en wel buiten of het begint enorm te waaien. Heerlijk,
denken we nog, even frisse wind. Echter ook de eerste druppels beginnen te vallen.
Binnen de kortste keren komt de regen met bakken uit de hemel. We weten niet
hoe snel we alles moeten pakken om ook in een van de hutjes in te kruipen.
Gelukkig krijgen we hulp van de bewoners. De hutjes hebben een golfplatendak,
dus het klettert behoorlijk. Ondanks dat we geen idee hebben waar we nu liggen
toch nog redelijk geslapen. Wat wil je na zo’n dag!
Zaterdag 9 oktober – tracking
Zoals
we al eerder hebben gemerkt staan de mensen hier op zodra het licht is en gaan
naar bed zodra het donker is. Met andere woorden. We werden heeeel vroeg
wakker. Op de vraag waar hier het toilet
was werd met een groots gebaar de hele omgeving aangewezen. Dan maar een grote
boom of rots zoeken. Dat zoeken valt wel mee, alleen vragen de kinderen zich af
“Hoe plassen deze witte mensen nu???” Maar even wachten tot de aandacht van de
kinderen op iets anders gericht is.
Na
het ontbijt gaan we weer verder op pad. Het is wat heuvelachtig, dus ook weer
wat stijgen. Dit vinden onze benen niet echt fijn. De gids brengt ons naar een
hutje waar je allemaal muziekinstrumenten kunt kopen. Leuk, maar je moet er ook
de hele dag mee lopen. Dus geen muziekinstrument gekocht. We lopen door een landbouwgebied waar o.a.
katoen, tabak, gierst, etc verbouwd wordt. De mensen onderweg zijn bijzonder
vriendelijk. Het is een zware tocht. Zoals geschreven zijn de spieren wat
stijfjes (om het even voorzichtig te schrijven). Op ons verzoek kort te gids de toch iets in
om een half uurtje eerder op de plaats van bestemming te komen. Op een dorpspleintje
gebruiken we de lunch. Gelukkig is er niet veel bekijks. Eet toch wel iets
prettiger. Helaas is de lokale kruidenier afwezig, dus geen koel drankje.
In
de loop van de middag komen we op de plaats waar we de nacht doorbrengen. Het
lijkt wel een dorpje. Allemaal aparte hutjes die met een muur aan elkaar
verbonden zijn. We moeten dan ook eerst een poortje door. Het ziet er erg
gezellig uit. En jawel, hier hebben ze een toilet. Een keurig gat in de grond
waarop een gezellig gebloemd dekseltje zit.
Met behulp van een emmer kunnen we ons opfrissen. Maar vooral leuk zijn de heerlijke koude
drankjes Wat kan een mens dorst hebben in die warmte.
Buiten
het “dorpje” is een kerk waar een koor aan het repeteren is. Dit blijft altijd
weer leuk om naar te kijken. Na verloop van tijd wordt de kerk verlaten en
wordt er op het buitenplein verder gerepeteerd. Veel zang en slagwerk. Weer
goed voor de nodige foto’s. Hier wordt weer erg vaak om “cadeau, cadeau’
geroepen.
’s-Avonds
eten we couscous, wat bijzonder lekker is. Het is echter wel anders dan zoals
ik het ken. In de loop van de avond komen er muzikanten en wordt er weer
gezongen.
We
zijn moe en willen eigenlijk slapen, maar zolang de muzikanten buiten aan het
spelen zijn en wij ook buiten moeten slapen zit dit er nog even niet in. Gelukkig duurt het niet lang meer. Normaal
gesproken is het altijd leuk om naar muzikanten te luisteren en te kijken, maar
na zo’n wandeling is dit even wat minder.
Onder
het oog van de “locals” bereiden we ons op de nacht voor. Gelukkig is het nu
droog. Ik hoop dat het zo blijft.
Zondag 10 oktober – Rumsiki
En
het is droog gebleven. Om 05:30 uur begint het 1e geroezemoes. Na
het ontbijt gaan we voor de laatste paar uurtjes op pad. Volgens de gids is het
nog een kleine 2 uur lopen naar het beginpunt van de tracking. Nou dat is te
doen. De spieren beginnen al een beetje gewend te raken.
Het
is bloedheet. Om 09:00 uur is het al 300 . Het gaat allemaal sneller dan gedacht, want
om plm. 09:30 uur zijn we weer bij het hotel. Eerst weer even wat koels drinken
voordat we ons gaan douchen. Helaas geen water. Men was net de waterbak aan het
vullen, dus nog even geduld. We hebben dezelfde kamer als een paar dagen terug.
De bedden zijn in de tussentijd echter wel beslapen, want de lakens hebben we
niet zo vies achtergelaten als dat ze nu zijn. Waarschijnlijk was dat ook de
reden dat we een nacht extra elders moeten overnachten.
Na
verloop van tijd is de bak voldoende gevuld en kunnen we gaan douchen.
Heerlijk, ook al is het koud water, om
je weer even schoon te wassen. We gaan
dan ook fris gewassen, met dezelfde gids als van de tracking, het dorp in.
Eerst de markt. De gids verteld er van
alles en nog wat over. Ben vraagt aan
een slager of hij een foto mag maken. Dat mag, maar vervolgens is de slager
boos dat hij er geen geld voor krijgt.
Onze weg gaat vervolgens naar een weverij. Hier zie je mannen aan een
weefgetouw hele kantoenen lappen weven. Je kunt uiteraard hier ook o.a. kleding
van hen kopen.. We kopen een schaamlap met mooie kraaltjes voor dames.
Hierna
is de krabbendokter aan de beurt. Voor
hem staat een potje met allerlei steentjes erin. Na het stellen van een vraag
aan de dokter doet hij een krab in het potje, deksel erop, even wachten, deksel
ervan en de krab heeft de stenen zo gelegd dat de dokter je een antwoord op de
vraag kan geven. Ja, niets is onmogelijk.
De
dokter vertelt dat wij volgend jaar weer naar Afrika komen en dat ik niet moet
gaan solliciteren omdat ik in mijn huidige functie promotie ga maken. Onze gids geloof heilig in deze dokter. Ook
spelers van het elftal van Kameroen dat de ooit een beker heeft gewonnen, is
naar deze dokter gekomen om te vragen hoe hun kansen ervoor stonden. De dokter
zei dat ze zouden winnen!
Terug
in het hotel is er weer geen water.
Op
het terras van het hotel een biertje gedronken en gekeken wat er allemaal op
straat gebeurt. Het blijft leuk. Na verloop van tijd met elkaar naar het
restaurant Pizza. We hadden voor de tracking afgesproken en de eigenaar kon
zich hier dan ook op voorbereiden.
Aangekomen
in het restaurant moesten we eerst ergens anders naar toe voor het mooie
uitzicht. Dat ergens anders was ooit een restaurant, maar nu helemaal
vervallen. De eigenaar heeft dit gekocht en wil het tzt helemaal gaan
opknappen. Ik moet zeggen hij heeft er wel oog voor, want de locatie is
schitterend. Wat een mooi uitzicht over het gebergte! Hijzelf moet nu wel een
paar keer lopen om onze drankjes te brengen.
Na
het drankje weer terug naar zijn restaurant. Het is echt ongelooflijk hoe hij het
samen met zijn vrouw voor elkaar krijgt om zulke heerlijke gerechten op tafel
te brengen. Alles even warm. Heerlijke
soep, heerlijk brood, heerlijke pizza, heerlijke groenten, etc. Tot die tijd
nog niet zo lekker gegeten! Een melding in de Lonely Planet waard. Hij was ook
heel blij met ons. Met hetgeen hij vandaag heeft verdiend kan hij een maand
vooruit.
Na
het eten lopen we op ons gemak weer terug naar het hotel. Het lopen van
afgelopen dagen met een rugzak (ook al is het een dagrugzakje) heeft mijn nek
geen goed gedaan. Ik ga dan ook direct naar bed in de hoop dat het morgen weer
over is.
Maandag 11 oktober – Maroua
Vandaag
is de dag van de verkiezingen. En dat zullen we weten. Alles is gesloten. Het
hotel is alleen nog open voor ontbijt. Verder is er niets.
Op
weg naar Maroua worden we door politie (?), militair(?) staande gehouden.
Paspoort laten zien. Het blijkt dat op de dag van verkiezing niet gereisd mag
worden, alles ligt volkomen stil en het draait alleen nog maar om de
verkiezingen. We moeten zeggen dat we het ook wel wat verdacht stil op de weg
vonden. Al zijn wij dan toeristen en hebben niets met de verkiezingen te maken,
onze chauffeurs echter wel. Na veel pijn en moeite mochten we dan toch
doorrijden. Bleek achteraf dat onze chauffeur ooit op de vuist is gegaan met de
man die ons nu aanhield. Hoezo wraakactie?
Na
verloop van tijd stoppen we weer. Het blijkt bij een stemlokaal te zijn.
Iedereen stap uit om even de benen te strekken. Er loopt ook een hoge piet
rond. Het blijkt de gouverneur te zijn. Jeroen legt meteen het probleem van het
reizen aan hem uit. De gouverneur geeft mondeling toestemming dat we door mogen
rijden en het probleem is opgelost. Een hele opluchting voor de chauffeurs.
Niet voor iedereen blijkbaar onze aanwezigheid opgelost, want een andere meneer
komt haastig op ons af met de vraag of we waarnemers zijn. We kunnen hem
gelukkig van een moeilijke positie verlossen door te zeggen dat we gewoon
toeristen zijn.
In
de loop van de ochtend komen we dan weer bij hotel Tcherno in Maroua aan. Ook
hier is het bijna uitgestorven. Alles dicht, restaurants, winkel echt alles.
Alleen het restaurant Baobab is open. We hebben wel wat trek en willen graag
iets kleins. Het enige dat er is, want er is geen markt, is een steak. Dan maar
een steak.
Na
de lunch wat in het hotel rondgehangen tot een van de reisdeelnemers toch
misschien nog wel een andere tentje wist te vinden om een biertje te drinken.
Na wat straten te hebben doorgelopen komen we bij inderdaad bij het tentje. En
ja hoor, dicht. Dan maar weer naar
Baobab. Je zit daar toch wel wat lekker dan bij hotel. Zowaar in een heus
bankstel. Ook niet verkeerd na de diverse plastic stoeltjes.
We
hebben trek dus vragen de kaart in de veronderstelling dat het waarschijnlijk
wel weer steak zal worden. Ze blijken nu ineens omeletjes te hebben. Omdat we
vanmiddag al steak hebben gegeten gaan we dus voor de omeletjes. Lekker even
zo’n licht hapje.
Nog
een biertje in het hotel en toen naar de kamer om te douchen en de airco aan te
zetten.
Echt
koel wordt het helaas niet.
Dinsdag 12 oktober - Maga
Vandaag
weer vroeg wakker. Om 06:00 uur viel spontaan de airco uit. Het werd dan ook
meteen bloedheet. We hebben een kamer en suite, dus ga ik in de andere kamer
maar mijn dagboekje bijwerken. Na een lekkere douche gaan we naar het ontbijt.
Er blijkt weer gezeur te zijn geweest over de kamers. Ook niet de eerste keer.
Tijdens
het ontbijt wordt gezegd dat we zelf een lunch voor onderweg moeten regelen.
Dus naar de bakker voor de nodige inkopen. Nadat dit gedaan is wordt de bus
weer gepakt en gaan we naar Maga (een
vissersdorpje).
We rijden door een vlakke en bijzonder droge omgeving. In de verte
zijn wat bergen.
Maga is een wat vreemd dorpje. Het is wijd verspreid zonder echte
dorpskern. De groep wordt over 2 hotels verdeeld. De single mannen gaan naar
een ander hotel. We kunnen pas om 15:00 uur in het hotel terecht, dus gaan we
eerst naar de markt in Pousse.
De
mensen zijn hier toch wel wat stugger dan totnogtoe. We maken hier overigens
kennis met DE lijmsnuiver, waar we later meer last van zouden krijgen. Het is
erg moeilijk om foto’s te maken. Op het moment dat de mensen een fototoestel
zien gaat er al meteen een vinger in de lucht, ook al wil je niet hen maar heel
iets anders fotograferen.
Ik
koop een zakje limoenen om het water een wat ander smaakje te geven. We lopen
langs een smid en deze meneer wil wel een limoen van mij. Meteen een mooie
gelegenheid voor een fotootje.
Na
plm. 2 uur gaan we terug naar het hotel “van de mannen” om te lunchen en
vervolgens naar ons hotel. Spullen wat uitgeruimd en toen was het alweer tijd
voor de boottocht.
De
boottocht, in een traditionele vissersboot, pirogue, gaat over de grensrivier tussen Tsjaad en
Kameroen. Ondanks dat we niet veel nijlpaarden (een stuk of 7) zien, blijft
zo’n tochtje altijd leuk. Ook de zonsondergang is erg mooi op het water.
Tegen
de avond terug naar het hotel waar een buffet klaar stond. Kip, vis, rundvlees,
tomatensaus. Bijna het standaardmenu.
Het eten is hier vrij eenzijdig zoals je merkt. Groente en fruit is er al bijna
helemaal niet.
De
avond is niet zo’n succes omdat we gek worden van allerlei vliegjes, muggen,
etc die ons langzamerhand lek prikken.
Alle
kamers hebben airco, dus de meeste van ons willen in een lekkere koele kamer
slapen en hebben dan ook de airco aan. Dit betekent dat regelmatig de stroom
uitvalt. We laten de airco maar even voor wat het is en doen hem pas aan op het
moment dat we naar bed gaan.
Vanwege
de vliegjes gaan we bijtijds naar bed.
De airco geeft zoveel kou af dat ik ’s-nachts onder de dekens kruip.
Woensdag 13 oktober – Maga
Op
08:00 uur gaan we op weg naar Pousse, het gebied van de Mousgoum. Er is weer
gedoe omdat Ruth wil vertrekken, maar Jeroen wil eerst dat iedereen voldoende
water bij zich heeft vanwege de enorme hitte. We gaan dan ook eerst opzoek naar
water. Dit blijkt niet echt makkelijk te zijn. Uiteindelijk dan toch water
gevonden, aangevuld met flessen limonade. Je moet in ieder geval genoeg kunnen
drinken.
Eindelijk
gaan we dan op weg. Eerst gaan we langs een aantal vissers die net de vangst
hebben binnengehaald. Vrouwen zijn de vissen aan het schoonmaken. En wie zien
we daar, de lijmsnuiver die we een dag eerder op de markt tegenkwamen. Hij
blijft ons maar lastig vallen. Voor een van de groepsleden reden om hem van hem
weg te duwen. Dit leverde meteen een worsteling op. De lijmsnuiver had de
banden van Ton zijn fototoestel vast. Bij de worsteling die toen is ontstaan is
ook het zakje lijm kapot gegaan, dus zowel Ton als zijn spullen zaten onder
lijm. Gelukkig blijkt zijn fototoestel nog wel te werken. Al met al bijzonder
vervelend. We zijn hierna dan ook maar snel weggegaan om naar de “casus obus”
te gaan. Dit zijn traditionele, granaatachtige lemen hutten. Deze hutten worden
door vrouwen gebouwd zonder dat er een geraamte gemaakt wordt. Ze zijn van de
buitenkant voorzien van groeven die dienst doen als regengoot. Binnen is één
grote ruimte waarin zowel de vrouw als haar dieren slapen. Bijzonder
interessant om te zien.
Het
paleis van de Lamidad is het volgende wat we willen bekijken. De buitenkant van
het paleis is beschilderd met allerlei kleurige motieven. Helaas mogen we niet
naar binnen. De Lamidad is een maand geleden overleden en er is nog geen
opvolger gekozen. Voor het paleis zitten een aantal notabelen te wachten op….
Ja waarop eigenlijk? Omdat we niet naar binnen mogen bekijken we het dorpje
maar. Er is in het dorp niet veel bijzonders te zien.
Tegen
de lunch komen we weer in Maga aan. We lunchen bij een mamma. Ook deze lunch
bestaat ook verse gegrilde vis en de bekende kip. Er wordt afgesproken om ook ’s-avonds hier te
gaan eten. Een van de reisgenoten voelt zich niet echt lekker en denkt Malaria
te hebben. Morgen gaan we weer naar Maroua, dus kan hij dan naar het ziekenhuis
om zich op malaria te laten testen.
Na
de lunch gaan we weer terug in het hotel. Helaas is er geen water, dus kan er
geen wasje gedaan worden. Gelukkig is er na een uurtje weer water. Verder wat
rondgehangen en gelezen. Heel relaxed. Aan het eind van de middag gaan we naar
het hotel van jongens om een lekker biertje te drinken. Hierna gaan we
gezamenlijk naar de mamma waar we die middag geluncht hebben. Het eten viel
behoorlijk tegen. Het leek wel of we de restjes aten van de middag. Er was ook
veel te weinig. Dit allemaal leverde wat heibel met de mamma op over de
rekening. Jammer dat het zo eindigde. Je merkt erg dat ieder wel een slaatje
wil slaan uit het feit dat er toeristen zijn. Het is echter allemaal zo doorzichtig
dat het meer tegen hen werkt dan dat het een voordeel voor hen oplevert. We
gaan dan eigenlijk ook met een kater naar bed.
Donderdag 14 oktober – Waza
We
gaan bijtijds weg om naar Maroua te gaan. Daar aangekomen gaat de zieke
reisgenoot naar het ziekenhuis en wij naar de supermarkt. Nou supermarkt. Het
is meer een winkel van sinkel met een hoop lege planken. Het is hier echt niet
welvarend. Naast de winkel is Snack Bar Bimarva of wel Chez Emanuelle. Hier een
overheerlijk stokbrood met Emmentaler gegeten. Jawel. Naast Chez Emanuelle is
ook weer een souvenirwinkeltje waar een mooie tas van leer hebben gekocht. Na
de lunch gaan we weer terug naar het hotel om te wachten totdat we naar Waza
National Park gaan. Bij de zieke zijn wat Malariacellen in zijn bloed gevonden,
maar hij niet echt Malaria heeft. Wel heeft hij voor de zekerheid een kuur
gekregen.
De
weg naar het park is behoorlijk hobbelig. Het is een woestijnachtig gebied met
de zogenaamde sénégal-acacia’s als voornaamste begroeiing.
In de loop van de middag
komen we in het park aan. Bij het park staan ronde traditionele hutjes waar
we gaan overnachten. In deze hutjes pas net een 2 persoonsbed. Buiten de hutjes
is een douche en toilet.
Gelukkig
hebben we nog tijd om een gamedrive te doen. Het gaat allemaal niet zo soepel
omdat op het moment dat wij klaar staan, de chauffeurs gaan eten. Eindelijk
kunnen we dan toch gaan. Na een hele tijd gereden te hebben komen we een kudde
giraffen tegen en even later in de verte wat olifanten. Deze blijken nog niet
aan de toeristen gewend te zijn, want binnen de korte keren zijn we verdwenen.
Het
park kent twee verschillende vegetatiezones: dicht bos en struikgewas. Verder
zijn er veel drinkplaatsen. Naast de giraffen en olifanten treffen we verder geen
dieren aan. We gaan dan ook maar weer terug naar onze slaapplaats.
’s-Avonds
komt een mama ons eten (kip en rundvlees) en wat drankjes brengen. Nog wat
biertjes gedronken (gekomen met een speciale levering) en toen naar bed. De
volgende ochtend weer vroeg op voor de ochtend gamedrive.
Vrijdag 15 oktober – Waza
Om
06:00 uur dus op voor de gamedrive. Na het ontbijt gaan we met dezelfde gidsen
als van gistermiddag op zoek naar de “wilde beesten”. Het is rijden, rijden en
rijden zonder iets te zien. We komen wel regelmatig vast te zitten met de bus
doordat het regentijd is/was. Op de momenten dat we stoppen stappen de gidsen
uit om het dorre gras in brand te steken, zodat er weer nieuw groen kan
groeien. Tot dat moment niets aan de hand. We komen echter weer vast te zitten.
Nu wel heel erg, want na 2 uur geduwd, gesjord en wat doen ook te hebben gedaan
is de bus weer los. Het vuur komt trouwens nu wel erg dicht bij. Gelukkig dat
de bus weer vrij is. Na verloop van tijd stoppen we bij een meertje om naar de diverse
vogels te kijken. Ook hier wordt achter ons de boel weer in de fik gestoken. Ik
denk nog in mijn onnozelheid “ maakt niet uit we gaan toch die kant niet op!”
Niets is minder weer waar. We gaan dezelfde weg weer terug. Door het vuur!!!!!!
De bus komt weer vast te zitten, maar we zitten nu als ratten in de val. Overal
om ons heen vuur. Het duurt gelukkig niet lang voordat de bus weer los is. De
gidsen proberen het vuur nu te doven zodat de bus en wij lopend erdoor kunnen.
Ze zijn hier echt gestoord met hun vuurtjes! We zijn dan ook behoorlijk pissig
over de hele gang van zaken. De gidsen zijn blijkbaar geen gidsen maar maken
driftig gebruik van het vervoer om hun werkzaamheden uit te kunnen voeren. Zich
niet realiserend hoe gevaarlijk zij met ons bezig zijn.
We
gaan dan ook zo snel als mogelijk het park uit. Na aankomst in het hotel ga ik
mij even lekker douchen en ontspannen. Dat is wel nodig na zo’n enerverende
ochtend. Na het douchen is de mevrouw met de lunch aanwezig. Dit keer zijn het
brochettes. Er is weer gedoe over de rekening. Ook zij wil een slaatje uit ons
slaan. Het resulteert echter in dat wij ’s-avonds ergens anders gaan eten. Bij één van de busjes is een mankement aan
het stuur ontdekt. Voor reparatie wordt de bus naar Waza gebracht in de hoop
dat hij daar gemaakt kan worden. Anders geen gamedrive die in de middag gepland
staat.
Tot
plm. 16:00 uur hebben we even tijd voor onszelf. We gaan dan ook naar Waza
lopen. Na plm. 20 minuten zijn we in het plaatsje. Bij de eerste de beste
gelegenheid gaan we wat drinken. Hij lijkt wel een hoerentent, maar ze hebben
er in ieder geval een heerlijk koel biertje. Op ons gemak lopen we weer terug.
Het is bloed verziekend heet. Terwijl Ben wacht op de volgende gamedrive ga ik
wat lezen en slapen. Na al het gedoe van vanmorgen heb ik geen zin om nog eens
te gaan. Ben komt redelijk enthousiast terug. Hij heeft weer giraffen en vier
gestreepte jakhalzen gezien.
’s-Avonds
gaan we met de inmiddels gerepareerde bus naar Waza. We eten op een matje voor
het restaurant en kijken voor bewondering naar wat allemaal voor onze ogen
gebeurd. Naast het restaurant is een moskee en het is gebedstijd. Het is
tenslotte Ramadan. Iedereen staat in een keurige rij zijn gebed te doen. Af en
toe loopt er iemand uit weg om ons of anderen van een drankje te voorzien en
gaan vervolgens weer terug om zijn gebed verder te doen. Gigantisch opgeladen
vrachtwagens stoppen hier. We kijken onze ogen uit. De mama van het restaurant
heeft het blijkbaar gehad, want zij legt een matje langs de stoeprand waar de
vrachtwagens langs denderen en gaat liggen. De ene helft van de groep gaat naar
huis, maar wij willen nog wel even blijven om van dit alles te genieten.
Zaterdag 16 oktober - Maroua
Voordat
wij opstonden is Jeroen op een brommertje naar Waza gegaan om een ontbijt te
regelen. Het zouden poffertjes worden die over een half uurtje bij ons gebracht
zouden worden. Gisteravond vertelde Jeroen dat het de bedoeling is om tegen 06:00 uur te vertrekken. De groep
weigert dit aangezien het om een ritje van 2 uur gaat. Na een weer heftige
discussie besluit de groep dat om 08.00 uur vertrekken vroeg genoeg is. Maar de
poffertjes komen niet. Op een gegeven
moment besluiten we te vertrekken. Zeer tegen de zin van Ruth, die haar kont
(en dat is een behoorlijke) tegen de krib aan gooit. Er dus weer onenigheid
tussen Jeroen en Ruth. Ondanks haar trainneren komen we toch nog vroeg in
Maroua aan. Het is maar goed ook voor de zieke die we weer hebben dat we vroeg
in Maroua zijn. Kan hij gelijk naar bed.
Na
de spullen in de kamer te hebben gezet, gaan wij bij Chez Emanuelle brunchen.
Helaas geen stokbrood met Emmentaler. We zitten lekker in de schaduw, boekje en
drankje erbij, wat wil je nog meer.
In
de loop van de middag gaan we naar een soort van festival met paarden,
muzikanten en dansers. Buiten de paarden om is het erg leuk. Ook de lokale
bevolking blijkt het erg leuk te vinden, want het ziet er zwart van de mensen.
Er wordt enthousiast gezongen en gedanst. Wat zijn de vrouwen trouwens toch
ontzettend soepel in de heupen. Het lijkt wel of de heupen een eigen leven
leiden.
Bij
terugkomst in het hotel staat een heerlijk buffet met koele drankjes klaar. We
genieten er volop van. We nemen ook afscheid van de chauffeurs.
Na
het diner drinken we nog wat op het terras voor we naar bed gaan. We vertrekken
vroeg dus moeten we nog naar de bakker om iets voor het ontbijt te regelen.
In
de kamer airco aan zodat we lekker koel slapen. Doordat de badkamervloer nog
nat is maakt Ben een lelijke uitglijder wanneer hij de slaapkamer in stapt.
Levert hem
verschillende gekneusde ribben op, waar hij nog behoorlijk veel
last van zal houden.
Zondag 17 oktober –
N’gaoundere
Met
zijn allen weer in een bus. Wat een ramp. Zeker voor Ben met zijn gekneusde
ribben. Op de achterbank zitten ze met zijn vieren, wat veel te krap is! Ik
wissel dan ook na een stop. Het is echter niet zo’n succes voor iemand met een
lichte vorm van claustrofobie.
Het
is een lange rit over een mooie weg in een heuvelachtige, vulkanische streek
van rotsen en kleinbos-savanne. Af en toe zie je de traditionele ronde hutten
die binnen lemen muren gebouwd zijn. Mangobonnen en eucalyptussen fleuren de
boel wat op.
In
het Super Restaurant stoppen we weer voor de lunch.
In
de loop van de middag komen we weer in hetzelfde hotel in N’gaoundere aan waar
we al eens eerder hebben geslapen. We nemen even een snelle douche en gaan dan
de “stad” in.
Het
is zondag dus alles is dicht. Op een van de terrasjes die wel open is drinken
we een biertje. Het kroegje blijkt een soort van goktent te zijn. Binnen staan
tientallen gokautomaten, waar overigens niemand gebruik van maakt.
We
eten bij La Plazza. Het is even moeilijk te vinden omdat het wat afgelegen van
de straat in een binnenplaatsje ligt. Na het eten lopen we in het donker terug
naar het hotel. Een lekker wandelingetje.
Maandag 18 oktober – Banyo
Wat
een verrassing. Weer 2 busjes en Faizal, onze chauffeur, onze Kamikaza, onze
Schumacher is weer terug! Na alles weer opgeladen te hebben gaan we op pad. De weg
is bijzonder slecht. Ben weet af en toe niet hoe hij met zijn gekneusde ribben
moet zitten. Over de 1e 25 km hebben we 1 uur gedaan en we hebben
nog heel wat kilometers te gaan.
Het
is een mooie bosrijke omgeving. De droge savannen van het noorden hebben dan
ook plaatsgemaakt voor het tropische groen van het zuiden. Heel anders dan het
noorden. De ronde hutjes hebben hun plaats ingenomen door vierkante huisjes. De
mensen langs de kant van de weg lijken vriendelijker dan in het noorden. Het is
een weinig toeristische route. Tijdens de diverse stops worden we door de
andere reisgenoten in de andere bus vreemd aangekeken. De meeste van ons
hebben, door het vele stof, een oranje gezicht, haar, kleding, etc. gekregen.
Het is een hele lange rit.
Onderweg
stoppen we nog om wat voor de lunch te kopen. We proberen de beignets. Deze
vullen goed, want na een zo’n beignet zit je helemaal vol.
We
komen dan ook pas om 19:30 uur in auberge Saré in Banyo aan. Banyo ligt in het
centrale deel van Kameroen. Achter de bar is een doolhof van kleine huisjes. We
worden dan ook naar ons huisje begeleidt. Er blijkt geen water te zijn, dus ook
geen toilet wat ook behoorlijk te ruiken is. Wel staat er een grote emmer waar
je je eventueel in kunt wassen. Het is alleen onduidelijk hoelang deze emmer er
al staat. Het is de slechtste
overnachtingplaats totnogtoe! Voor de
bar staat een mamma waar je brochettes kunt bestellen, maar vanwege het
tijdstip en de lange rit hebben weinigen nog trek in eten. Na een biertje te
hebben gedronken gaan we naar ons kot. Met een paar wetties het meeste stof van
ons gezicht gehaald. Omdat het allemaal zo smerig is en stinkt gaan we met
kleren en al op bed liggen en proberen te slapen.
Dinsdag 19 oktober – Foumban
’s-Morgens
staan we half kotsend op vanwege de urineluchten. Er is even onduidelijkheid
over er nu wel of geen ontbijt komt. Wanneer we net op het punt staan op het
stadje in te gaan voor de lunch komen er een paar dames aan met het ontbijt
aan. Na het ontbijt weer gedoe over de rekening. Niet iedereen heeft ontbeten,
maar blijkbaar moet wel voor iedereen betaald worden. Houdt het dan nooit op
dat gedoe met geld!!!
De
rit naar Foumban is gelukkig niet lang meer. Tegen de middag komen we bij
het hotel aan. Het hotel ligt iets buiten het centrum en ziet er redelijk
nieuw uit. Hebben we ons helemaal verheugd op een lekkere douche, blijkt er
geen water te zijn. Bij navraag zal het nog een half uurtje duren voor het
zover is. Dan nog maar wat drinken in de hoop op betere tijden. Na dat half
uurtje is er nog steeds geen water. Wel kan men emmers water naar de kamer
brengen?!?!? Omdat we ons zo vies voelen maken we hier gebruik van. Na enigszins
opgefrist te zijn gaan we met een taxi naar het centrum. Inmiddels regent
het. We stoppen bij Royal Café. Een restaurant waar je vanaf het terras een
mooi uitzicht hebt over een dal. Hier drinken we wat tot we honger beginnen
te krijgen. We hebben geen zin om hier te gaan eten dus gaan we op zoek naar
Restaurant de la Maturité. Een lokaal restaurant wat een beetje verscholen
ligt. Ze hebben er niet veel maar de avocadosalade en spaghetti met rundvlees
is erg smakelijk. In de kletterende regen gaan we op zoek
naar een taxi die ons
weer terug naar het hotel brengt.
Het
hotel heeft nog steeds geen water. Slaap hebben we nog niet echt en eigenlijk
willen we toch wel erg graag douchen, dus een biertje. Na een uurtje is er dan
eindelijk water. Dat hebben we geweten ook. De kraan van de wastafel stond nog
open dus toen er water was bleek de kraan maar lopen. Bij het dicht draaien
ervan schiet de knop eraf. Een grote straal de slaapkamer in en de knop er niet
meer op kunnen krijgen. Met papier het water iets kunnen stoppen om in ieder
geval iemand van het hotel te kunnen roepen. Gelukkig heeft de man de kraan
erop en dicht kunnen draaien. Zowel hij als ik waren drijfnat. Eindelijk dan
kunnen douchen om alle rode stof van ons af te kunnen spoelen.
Woensdag 20 oktober – Foumban
Voor
het ontbijt moeten we ruim een uur uittrekken voordat er een maandje brood,
koffie/thee, jam en een omeletje er is. Met diverse taxi’s gaan we met elkaar
naar het koninklijke paleis en het museum van de sultan. Op het binnenplein is
het een drukte van belang. Er blijkt een notabele overleden te zijn en men
wacht nu op de “erfenis”. Het paleis is een curieus bakstenen gebouw met
halfronde torens. In het paleis is een mooi museum dat allerlei zaken bevat die
hebben toebehoord aan de laatste sultans, zoals: kleding, wapens,
muziekinstrumenten, door koning Noya geschreven boeken, etc. De voornaamste decoratiemotieven
zijn o.a. de spin (symbool van o.a. wijsheid), de tweekoppige slang (symbool
van macht), de krab (vruchtbaarheid). Over koning Noya is veel geschreven. Hij
staat vooral bekend als de koning die een alfabet bedacht heeft.
Nadat
we uit het museum komen blijkt de huidige koning buiten plaats te hebben
genomen in zijn zetel. Een indrukwekkende verschijning.
We
gaan nu naar een locatie waarop traditionele instrumenten gespeelt en op
traditionele muziek gedanst wordt. Een toeristisch geheel, maar toch wel leuk
om naar te kijken. Dat vinden de kindertjes die stiekem toekijken ook. Na de
dansen worden we uiteraard weer begeleid naar een lokaal waar je allerlei
souveniertjes kunt kopen. We kopen hier een mooi gebeeldhouwde houten bel. De
lunch wordt in Royal Café gebruikt waar we eigenlijk weer eigenlijk spijt van
hebben vanwege het lange wachten. Twee jongens die bij het voorgaande lokaal
souveniertjes verkochten blijken met ons te zijn meegegaan want hier willen ze
weer van alles en nog wat kwijt. Ze hebben er een mooi zielig verhaal bij. De
metalen bellen is van de grootvader van een van de jongens. Het huis van de
grootvader is door de rivier weggespoeld en nu verkoopt hij allerlei antiek om
aan geld voor een nieuw huis te komen. Ja, het is toch wat.
Na
de lunch lopen we naar de Rue des Artisans. Een weg naar het musée des arts et
des traditions Bamoun waar je diverse kunstenaars aan het werk kunt zien die de
artistieke Bamoun-traditie voortzetten en levend houden. Veel houtsnijders,
ijzergieters en koperslagers, smeden, etc. We gaan eerst naar het museum. Het
museum is te vergelijken met het museum van het paleis. Ook hier worden we naar
een plek in het museum gebracht om wat te kopen. Helaas voor de mevrouw die ons
heeft rondgeleid vinden we er niets bij. Langzaam lopen we weer terug. We
worden gek van de “kunstenaars” die ons van alles en nog wat willen verkopen.
Wat we zo bij het langslopen, zien vinden we niet echt mooi. Bij een kruidenier
drinken we een colaatje voordat we met een taxi weer naar het hotel terug gaan.
Eerst
even een biertje en het dagboek wat bijwerken voordat we gaan douchen. Ja, in
het hotel is nog steeds water!
We
hebben geen zin meer om de deur uit te gaan en willen dan ook in het hotel eten
met een lekker wijntje erbij. Wat hebben we hier een spijt van! Na 1 uur
wachten komt de tomatensalade die we als voorgerecht hebben besteld. Na 2 uur
komt dan het hoofdgerecht: steak of wel schoenzool. Het is niet eten. Op de
vraag of het ons gesmaakt heeft zeggen we dan dit niet het geval is. Is
overigens ook te zien, want we hebben er nauwelijks van gegeten. Het antwoord
is: jammer en vervolgens komt de rekening!
We
blijven achtervolgd worden door de 2 jongens van het dansen. Ze zelfs nu in het
hotel. De man die een souvenirwinkeltje in het hotel heeft is hier niet echt
blij mee. Vooral omdat we van de jongens 2 metalen muziekinstrumenten kopen,
terwijl we bij hem niets kopen ondanks het vele aandringen van hem.
Al
met al gaan we laat naar bed.
Donderdag 21 oktober – Kumba
Om
07:00 uur ontbijt om 08:00 uur vertrekken om naar Kumba te gaan. Eerst gaan
we nog naar Bafoussam om een chefferie te bezoeken. Het volk in deze streek
is beroemd om zijn organisatie in chefferies. Een chefferie is op de 1e
plaats een verzameling landjes en stukken grond waarop meerdere families leven
in verspreide hutjes. In zo’n gehucht woont gewoonlijk een familiehoofd met
zijn vrouwen en kinderen, in relatieve afzondering. De chefferie die wij bezoeken
is vrij oud, maar daardoor wel erg interessant. Ook is er
een museum. Dit museum
lijkt echter meer op een pakhuis dan op een museum.
Na
deze chefferie gaan we naar de chefferie van
Bandjoun. Het is de meest klassieke van alle chefferies, met een toegangspoort,
grote hutten voor de chef en notabelen en kleinere voor de vrouwen van de chef.
De vergaderhut aan het eind van het plein heeft mooie bewerkte houten
stutpalen. Er is ook een modern museum bij. Persoonlijk vind ik de chefferie
van Bafoussam mooier dan deze.
Onderweg
weer wat voor de lunch gekocht. Om niet te laat in Kumba aan te komen besluiten
we de waterval Nkam links te laten liggen. Het is vooral de weg er naar toe die
slecht is, zeker nu het regentijd is.
Typerend
voor de streek rond Kumba zijn de enorme bananen- en rubberplantages en dat het
Engelstalig is.
In
de loop van de middag komen we in motel Kanton in Kumba aan. De kamers maar
vooral de badkamer is mooi en vooral schoon. In de kamer ligt zelf vaste
vloerbedekking. Eerst even wat bijkomen en drinken voor we onder de douche
gaan. In het hotel blijkt ook een aantal
Italianen te logeren die voor een maand werken in het ziekenhuis van
Kumba.
Bij
Tavern motel gegeten. Het blijft grappig dat je hier je vis besteld en
vervolgens elders bakbanaan en het dat het op het terras allemaal bezorgd
wordt. De vis is erg lekker. Na het eten gaan we weer terug naar het motel. We
worden al verwelkomd door gezang. Aan een lange tafel zitten de Italianen en
een aantal locals te zingen. Het klinkt prachtig vooral als de locals hun
mondje open doen.
Het
is dan ook weer laat als we naar bed gaan. De volgende dag moeten we weer vroeg
op voor een wandeling.
Vrijdag 22 oktober – Buea
Zoals
gezegd vroeg op want voordat we naar Buea vertrekken, gaan we eerst nog naar
het meer van Barombi MBO (het kratermeer). Het is de bedoeling om er wat te
lopen en met een bootje naar het dorpje Barombi te gaan. Er is weer gedoe over
geld, want we hebben 1000 Cfa’s betaald in plaats van de 100 die op het
toegangsbord staat.
De
bus stopt bij het toegangsbord en wij lopen verder over een stijl glibberig
voetpad naar het meer. Het is een tropisch regenwoud waar we doorheen lopen. Na
veel geglibber komen we bij het meer. Het is prachtig om te zien, vooral omdat
er een dunne nevel over het meer ligt. Van het boottochtje zien we af na het
zien van de bootjes. We kijken even naar de vissers en de vrouwen die de vissen
weer aan het schoonmaken zijn.
De
anderen lopen verder, maar wij gaan op ons gemak genietend van de omgeving weer
langzaam naar de bus terug. De omgeving, de overweldigende vegetatie, heeft
overigens veel weg van Bwindi (Oeganda).
Nadat
iedereen zich weer bij de bus verzameld heeft gaan we terug naar het motel om
onze spullen op te halen. Jeroen is nog steeds behoorlijk boos op een
medewerker van het hotel die als gids gefungeerd heeft. Ook stom van Jeroen om
eerst te betalen. Normaal gesproken betaal je als je een dienst geleverd is.
Iets Belgisch?
Er
wordt veel heen en weer gesproken voordat we dan eindelijk naar Buéa kunnen
vertrekken, de plaats van waaruit de Mount Cameroun beklommen kan worden.
Zoals
eerder geschreven zijn er veel bananen- en rubberplantages. Het heuvelachtige
landschap biedt verrassende uitzichten op de groene uitgestrektheid.
Om
een uur of 12 komen wij in hotel Parliamenterian Flats waar we 2 nachten
verblijven.
De
kamer is niet echt schoon, wormen komen uit bad en wastafel, maar dat zijn we
inmiddels wel gewend. Na het uitpakken van onze spullen gaan we naar het
centrum van Buéa, althans dat denken we. Volgens Jeroen is de weg die we net
gereden hebben ook de weg naar “het centrum”. Na 2 uur gelopen te hebben en nog
steeds niet iets van een centrum te hebben ontdekt gaan we maar ergens langs de
kant van de weg van drinken en overleggen wat we gaan doen. Voor het terrasje
is men brochettes aan het grillen en omdat we toch wel wat trek hebben proberen
we of deze lekker zijn. Ze zijn
redelijk, maar wel veel vetlellen.
Om
het hele stuk weer terug te lopen en dan nog eens naar de ‘town-market’ daar
hebben we niet echt veel zin in. Met andere woorden, het wordt een taxi. Er
zitten nog een paar mensen in, dus zo sight-seeing wij het plaatjes voordat de
chauffeur ons bij de markt afzet. We boffen. Er is daadwerkelijk markt en een
drukte van jewelste. De weg naar de markt is geasfalteerd, maar de markt zelf
is één en al aarde. Gelukkig is het nu droog, want anders zo het een grote
modderpoel zijn. Het is gezellig te
lopen. Ik koop wat ondefinieerbare vruchten (althans voor mij) die overigens
lekker smaken. We lopen weer langzaam naar het hotel terug. Op de hoek is nog
een lokaal terrasje waar we wat gaan drinken. Ook hier weer een tweetal mamma’s
die eten bereiden. De biedt weinig restaurantjes en dit lijkt ook eerlijk
gezegd ook niet veel. We zien erg veel vissenkoppen op de grill. Het zal
waarschijnlijk eten in het hotel worden.
Wanneer
het biertje op is gaan we maar weer terug naar het hotel. De rest van de groep
is er inmiddels ook. Ook zij hebben
besloten om in het hotel te eten. Het eten laat lang op zich wachten. We
bestellen dan ook maar en ga beneden in de “lounge’ nog maar een biertje
drinken. Afgesproken is dat het personeel ons roept als het eten zover is. Het
blijkt te werken. Tijdens het eten hebben wij afgesproken met de partner van
een van de klimmers om morgen met elkaar naar Limbé te gaan.
Met
Jeroen hebben we gesproken dat wij het vreemd vinden dat er door Koning Aap
niets geregeld is qua activiteiten. De beklimming van Mount Cameroun is
facultatief, maar eigenlijk is het qua planning standaard in de reis en moeten
degene die niet de beklimming doen maar iets voor zichzelf regelen. Vinden we
dus heel slecht. Met name ook omdat er maar 3 deelnemers aan deze beklimming
meedoen. Nog vreemder vinden wij het dat
Jeroen zelf mee gaat. Had hij volgens ons ook kunnen doen in de 14 dagen dat
hij hier eerder was. Hij ziet dat anders dan wij, zoals hij ook andere zaken
anders zag dan wij.
Zaterdag 23 oktober – Buéa
De
klimmers zijn vroeg vertrokken. We hebben ze wel gehoord, maar het bed was nog
te lekker om eruit te gaan en hen nogmaals sterkte te wensen.
Om
plm. 09:00 uur hebben we afgesproken om met z’n 3-en naar Limbé te gaan. Op
zich nog een hele onderneming. Eerst gaan we met de taxi naar het busstation
dat plm. 7 km buiten Buéa ligt. Vervolgens met de bus, wanneer deze vol is en
kan vertrekken, naar het busstation van Limbé. In Limbé gaan we met de taxi
naar Churchillstreet om te ontbijten. Dat is de bedoeling, maar het valt niet
mee om iets te vinden om te ontbijten. Er zijn restaurantjes genoeg, maar daar
wordt geen ontbijt gereserveerd. Eindelijk worden we dan doorverwezen naar
Africa shop. Nu heeft Africa shop wel geen ontbijt, maar het hotel ernaast wel.
Het ziet er luxe uit. De mevrouw van het hotel denkt ons hier een plezier mee
te doen, door alle 3 de tv’s op 3 verschillende zenders te zetten. Gelukkig
staat het geluid zacht. Het ontbijt is heerlijk. Er is zelfs worst bij en we
hebben er alle 3 een grapefruitsapje. Op de vraag of er geen jam is gaat de
mevrouw meteen naar een winkel om vervolgens met marmelade terug te komen.
Geweldig!
We
besluiten om eerst naar de botanische tuin te gaan. Onderweg is er veel
spektakel bij een Orange-winkel. Er
wordt een nieuw filiaal geopend wat gepaard gaat met veel zang, dans en luid
getoeter van brommertjes.
Onderweg
naar de tuin komen we nog andere groepsleden tegen. In het jungledorp in de
tuin zijn ze helemaal lek geprikt. We zijn dus gewaarschuwd! In de tuin wijk
wij van de geasfalteerde paden af en komen zo bij het jungledorp. Er worden
opnamen gemaakt. Naderhand blijkt er een videoclip te gemaakt te worden van een
“beroemde” zanger. In de tuin raken we een beetje het spoor bijster. We zijn op
zoek naar het restaurant “Hot-Spot” maar komen op een heuvel bij een huis, wat
niet “Hot-Spot” is. Via een kruip door sluip door weggetje komen we weer bij de
geasfalteerde paden en bij Hot-Spot. Helaas hebben zij geen plek voor ons omdat
alles gereserveerd is voor gasten die nog moeten komen. Jammer want je hebt een
mooi uitzicht over de baai. Dan maar de
tuin uit en aan overkant iets drinken. Het is weer behoorlijk warm, maar ook
vochtig. De straaltjes lopen van ons lichaam af.
Na
het drankje gaan we naar de Zoo. De Zoo is eigenlijk een apenopvang.
Op het moment dat wij binnenlopen wordt er net een aap binnengebracht.
Van een afstandje kunnen we stiekem kijken hoe ze deze aap uit de kooi in
een tijdelijk verblijf krijgen. Helaas (maar ook terecht) worden we weggestuurd.
Teveel drukte voor de aap. Tijdens het rondlopen door de tuin worden we door
een vrijwilliger begeleidt. Hij weet ontzettend veel over de apen en hun achtergronden
af. De verblijven (eigenlijk stukjes grond) zien er mooi en verzorgd uit.
Dit in tegenstelling tot de kooien die ze tot begin 60-er jaren hebben gebruikt.
Ze zijn nu ook bezig om nog een groot gorillaverblijf te maken. Blij dat we
het gezien hebben. Bovendien hebben ze hier volgens zeggen de enige riviergorilla
in gevangenschap.
Het
loopt tegen 4-en als we naar Mars gaan. Een locatie, volgens de Lonely Planet,
waar je aan zee een mooie sundowner kan
bewonderen. Althans dat hopen we. De
locatie is erg leuk. We kiezen voor een plekje op het terras dat een eindje in
zee ligt. Iets verder op is de vismarkt. Je ruikt het niet, maar aan de rook te
zien worden er aardig wat visje gegrild. De zon is goed, dus hebben we een
mooie sundowner. Inmiddels is het alweer donker, dat gaat hier zo snel, als we
een restaurantje gaan opzoeken. Ook hier volgen we Lonely Planet. Jammer dat
deze niet helemaal up-to-date is, want het restaurant T-Complex is geen
restaurant meer maar een bar. Eten is hier onmogelijk. Dan maar het ernaast
gelegen restaurant Lady L. We hebben hier heerlijk gegeten en snel. Iets wat we
in Kameroen niet echt gewend zijn. Na
het eten op zoek naar een taxi om ons weer in omgekeerde volgorde naar Buéa te
brengen. Het vinden van een taxi is niet het probleem. Alleen bij aankomst bij
het busstation van Limbé blijken er geen bussen meer te rijden. Na 16:00 uur
rijden deze niet meer. Laat dat nu net NIET in de Lonely Planet staan. Wat nu.
In principe hebben de meeste taxi’s geen vergunning om naar Buéa te rijden.
Gelukkig wil onze taxichauffeur dat wel doen. Uiteraard tegen een veel hogere
prijs dan dat we met de bus en taxi kwijt zijn, maar je moet wat. Onderweg
wordt nog even bij een winkeltje gestopt. Het taxinummer aan de buitenkant van
de auto moet even verwijderd worden. Hoe zo illegaal bezig. Ook de militairen
cq politie is ons goedgezind. We worden niet aangehouden en komen dan ook weer
veilig in het hotel. In het hotel zijn inmiddels ook andere gasten gearriveerd.
We drinken nog wat en gaan dan naar bed. De afspraak is morgen; eerst rustig
ontbijten en dan zien we wel weer.
Zondag 24 oktober – Buéa
Zoals
afgesproken gaan we eerst rustig ontbijten. Het lijkt erop dat wanneer er meer gasten
zijn ook de bediening wat sneller is.
Wanneer we net klaar zijn komt ook de partner van een van de beklimmers
(degene waar we gister de hele dag zijn opgetrokken).
We
spreken af om op ons gemak naar de town-market te lopen. Je moet het wel rustig
aan doen wat in Buéa zelf is niets te beleven en in Limbé hebben we gister al
alles gezien.
Van
een andere reisgenoot hebben we begrepen dat het een leuk wandelingetje is van
de markt naar de hoofdstraat. Dat doen we maar. We lopen nog niet goed en wel
op de markt (eigenlijk is er geen markt, maar sommige stalletjes zijn toch wel
open) of een breed geschouderde man roept ons. Eerst schenken we er geen
aandacht aan, maar hij begint ons al schreeuwend na te lopen. We komen niet van
hem af. Zeker niet nu hij Ben stevig vast heeft. Blijkbaar mogen we niet zo
rondlopen zonder zijn toestemming en wil hij de politie erbij halen. Een man
komt ons te hulp maar krijgt Ben niet los. Hij vervolgt zijn weg ook nadat Ben
om hulp heeft geroepen. Eindelijk is Ben dan toch los en lopen wij snel door.
Hij blijft ons achtervolgen. Als we zeggen dat we toeristen zijn en gewoon rond
willen lopen, zegt hij dat we een gids nodig hebben. Op het moment dat hij dit
zegt lopen een paar kinderen hem uit te jouwen. Een reden voor hem om de
kinderen achterna te gaan en een reden voor ons om het hazenpad te kiezen. We
lopen zo snel al onze benen op de kiezeltje kunnen naar de hoofdweg. Na een
tijdje komen we in een wat rustige omgeving. Een meneer komt op ons af, het
hart bonkt meteen weer in onze keel “wat wil die man!!!!!”, en verwelkomt ons
in Kameroen en is blij dat er toeristen zijn. Hij is een uitgever die zijn
studie door Amerikanen in Amerika heeft kunnen volgen. Ongetwijfeld een
bijzonder aardige man, maar onze ervaring van zo even zijn we behoorlijk op
onze qui-vive. Eindelijk bereiken we dan weer de bewoonde wereld. Echt op ons gemak lopen we niet meer wat toch
echt heel vervelend is.
Het
eerste beste terrasje wat we tegen komen gaan we wat drinken om even wat bij te
komen.
Het
is zondag, we zitten blijkbaar dicht bij een kerk (het stikt hier van de
kerkgemeenschappen Jehova, 7e advent en nog vele, vele anderen) wat
iedereen loopt met z’n bijbel onder zijn/haar arm. Ook komen er een aantal
mannen op het terras zitten. Anders heel gezellig, maar we zijn toch wel wat
bangig geworden. Deze mannen zijn ook heel gelovig, zeker waar het hen uitkomt.
Zo moet de vrouw achter de man staan en heeft zij maar 49% zeggenschap. De
vrouw is tenslotte uit een rib van Adam gekomen, dus wat heeft zij nou te
zeggen! Volledig fout onderwerp, dus Met
een andere man moeten we mee naar huis zodat we kunnen zien hoe hij woont en
leeft. Nu maar even niet. De regen komt inmiddels met bakken uit de hemel en
wordt er snel een zeil gespannen om toch nog wat droog te zitten. Met de smoes
dat mensen op ons in het hotel zitten te wachten komen we weg.
We
lopen weer richting hotel. We hebben trek. Degene met wie we de dag brengen
weet een leuke eetgelegenheid waar zij eerder met haar partner heeft geluncht.
Helaas is het dicht. Het is tenslotte zondag. Je moet maar net weten dat alles
dan dicht is. Heel prettig voor degene die niet Mount Cameroun beklimmen!!!
Verder blijkt dat iedere eetgelegenheid dicht is. Om nu wat aan de kant van de
weg te eten hebben we eigenlijk niet veel zin in. Het is vaak hetzelfde en zit
er nu niet echt smakelijk uit. Kortom: lunchen in het hotel. De lunch is weer
lekker en ook dit keer betrekkelijk snel. Ik ben moe en ga even op bed een
boekje lezen en laat de ochtend aan mij voorbij gaan. Ben wil buiten wat
rondlopen. Met dat idee, stel dat hij die man weer tegenkomt!!, lig ik niet
echt lekker en sta dan ook maar weer op. Op het moment dat ik de hal van het
hotel inloop zie ik de 1e beklimmer alweer terug komen. De partner
van degene waar we de afgelopen 2 dagen mee hebben opgetrokken. Wat is ze
opgelucht. Zeker door het weer van de afgelopen dagen maakte ze zich wel wat
zorgen. Gelukkig is hij moe maar heelhuids terug. Uiteraard willen we weten hoe
het geweest was. Onder het genot van een biertje doet hij zijn verhaal. De
beklimming was heel zwaar en hij had geen goede schoenen (schoenen hadden het
tijdens de tracking begeven), veel glijpartijen. Hij vond het wel zo mooi
geweest. De andere 2 en Jeroen zijn op weg naar de top, als het goed is. Nadat hij een lekker bad genomen had met
elkaar gegeten. Tijdens het eten werd een brief van Jeroen gebracht. Ze hadden
de top gehaald, maar waren niet meer in staat om naar beneden te komen. Wij
moesten morgen maar naar Kribi vertrekken, zij zouden een dag later komen. Ik
vind dit dus echt niet kunnen. Terecht dat wanneer één van de beklimmer niet
meer in staat is om naar beneden komen er dan in de hut ergens op de berg
overnacht wordt, maar als reisbegeleider laat je het grootste deel van groep niet alleen. Maar ook dit zullen we
ongetwijfeld verkeerd zien.
Zonder
Jeroen, (is het echt een gemis of is het eigenlijk wel zo relaxed?), en de
andere 2 beklimmers gaan we naar Kribi. Een plaats waarvan gezegd wordt om
vooral niet alleen op het strand te lopen en te liggen. In Douala stoppen we
bij de bakker om iets voor de lunch te kopen. Het is even zoeken naar de bakker
en voor ons mooi de gelegenheid om iets van Douala te zien. Douala is een
rommelige vieze stad. Althans hetgeen wij gezien hebben.
Het
lag in de bedoeling om de laatste dag van onze reis voor een deel in Douala
door te brengen, maar door de sightseeing zien we hier maar van af. Ik moet wel
zeggen dat er bij de bakker erg smakelijk lekkernijen lagen. Het zoeken naar de
bakker was dan ook de moeite waard. Na een uurtje verder te hebben gereden, weer even een stop
voor een drankje. In de loop van de middag komen we in het hotel Panoramique in
Kribi aan. Het hotel valt tegen. We hadden gedacht de laatste paar dagen een
hotel aan zee te hebben. Helaas het ligt in de stad en de kamer heeft geen raam
waar het buitenlicht door heen komt. Een donker hok dus. De andere kamer die
ons aangeboden wordt is niet veel beter, dus blijven we bij het oude.
Een
van de reisgenoten gaat met Ruth, omdat Jeroen onderweg naar Kribi is, naar het ziekenhuis. Ze voelt zich behoorlijk
ziek. Jammer dat Jeroen er niet voor haar is, want hier is het weer Franstalig,
Ruth spreekt alleen maar Frans, wat toch
wel lastig is om uit te leggen wat je hebt. Ze is behoorlijk uitgedroogd en
moet eigenlijk voor een paar dagen aan het infuus. Dus maar niet. De medicijnen
moeten maar even helpen tot ze thuis is. Na het uitpakken, we blijven hier
tenslotte een paar dagen, even met een biertje bijkomen. Een aantal van ons
willen meteen voor morgen een bezoek aan de watervallen regelen. Helaas kan dat
niet omdat Ruth dat niet mag en Jeroen er dus niet is. Het is dus wachten op
Jeroen.
Hierna
gaan we op pad om het plaatsje te bekijken. Helaas zijn we snel klaar. Ik moet
wel zeggen dat het plaatsje meer te bieden heeft dan Buéa, maar daar is helaas
weinig voor nodig. Op het terras van “Regard de monde” drinken we een biertje.
De mevrouw die ons het biertje brengt wil graag onze naam en telefoonnummer
weten. Zij wil graag met een Nederlandse man trouwen. Deze zijn toch beter dan
de Afrikaanse man. Het is een gezellig plekje waar je zowel op het terras als
op straat van alles zit.
‘s-Avonds
willen we gaan eten bij een restaurantje voor in het dorp. De weg is echter
onverlicht met de ervaring van de dag ervoor besluiten we toch wat dichter bij
het hotel te gaan eten. We besluiten dan ook bij Big Kika te gaan weten.
Onderweg komen we nog 2 reisgenoten tegen die met ons meegaan. Ben had een
verkeerde keus en heeft dan ook alleen maar frietjes gegeten. De anderen hebben
smaakvol gegeten.
Dinsdag 26 oktober – Kribi
Omdat
er niet zoveel te doen is, doen we alles maar op ons gemak. Slapen dan ook wat
uit. Ontbijten op ons gemak. En toen.... Ja waar zullen we naar toe gaan. Eerst
maar even naar de hotels die direct aan het strand liggen. Is aan de andere
kant van dorp. Misschien kunnen we even op het strand liggen of in ieder geval
van het uitzicht genieten. Het is weer bloedheet. We lopen langs het haventje.
Nou ja haventje. Er liggen wat grotere boten. Op weg naar het strand worden we
aangesproken door een jongen die wel als gids wil fungeren. Jammer voor hem,
maar daar hebben we even geen zin. Ook hebben we geen zin om een door hem
aangewezen binnen door weggetje te nemen naar de hoofdstraat. De zondag in Buéa
heeft toch een grote impact dan we gedacht hadden. Omdat het bloedheet is, is
het eigenlijk een tocht van kroegie naar kroegie. Bij Hot & Cold lekker
geluncht. Heerlijk stokbrood met jawel kaas en zo waar geen La Vache Qui Rit.
Uiteindelijk zijn toch nog pas 16:00 uur in het hotel. Ook Jeroen en de andere beklimmers zijn
inmiddels gearriveerd. Zo te horen hebben ze het behoorlijk moeilijk gehad. Ze
zeggen wel dat het moeite waard is geweest, maar als ik sommige zie lopen vraag
ik mij af of het inderdaad de moeite waard is geweest. Na nog wat gelezen,
gekletst en gedoucht te hebben eten we ’s-avonds bij le Moulin de Mote.
Heerlijke garnalen! Het is een latertje.
Woensdag 27 oktober – Kribi
Vandaag
is het plan om om 09:00 uur naar de Lobé-watervallen te vertrekken. Jeroen
is er, dus wordt het tijdstip anders. Eerst moet de terugreis gechecket worden.
Daar is het wachten op. Als dat geregeld is blijken we voor een lunch te moeten
zorgen. Dus allemaal weer boodschappen doen. Wij besluiten om bij de watervallen
te lunchen. Volgens de Lonely Planet kan je daar heerlijk vis eten. Uiteindelijk
gaan we dan met de bus naar de watervallen. Het valt wat tegen ook al is het
een van de weinig watervallen die direct in zee uitmonden. Na een half uurtje
hebben we het wel bekeken. Ook is er geen visrestaurant te vinden.
Wel zijn er verschillende mannen die ons een boottochtje willen
aanbieden. Dit doen we dan ook maar. Eerst is het nog even zoeken naar een
van onze reisgenoten. Hij is alleen op pad gegaan. Met twee grote boten, piroque,
varen we de rivier op. Wanneer we eenmaal onderweg zijn zien wij degene die
alleen op pad is gegaan op een brommertje voorbij rijden. Hij wil graag mee,
dus een van de boten stopt langs de kant om hem in de boot te helpen.
De
roeiers hebben er een zware klus aan. Wij ook om ons evenwicht te houden. Het
is een wankel geheel en in onze boot loopt aardig het water. Hozen helpt niet
echt. Het is een mooie toch, door een tropische omgeving. Helaas zien en horen
we weinig dieren, maar de omgeving maakt het goed. Na een uurtje varen stoppen
we om in een dorpje de lunch te gebruiken. De mamma van het dorp is tevens het
hoofd van het dorp. Ze schijnt 20 kinderen te hebben. Ik kan me dan ook
voorstellen dat je al snel hoofd van zo’n dorp bent. Je gezin is al bijna een
dorp. Na een half uurtje lopen we weer terug naar de boten. De terugreis gaat
een stuk sneller omdat we nu met de stroom meegaan. Bij terugkomst nog even wat
in het hotel rondgehangen voor we met een aantal naar het strand gingen. Ik
moet toch in ieder geval even gezwommen hebben, al is het in de Atlantische
Oceaan. Zoals uit de boeken blijkt is er nauwelijks een smetteloos strand en de
doorzichtigheid van het zeewater is te vergelijking met de zee bij
Scheveningen. Toch was het wel even lekker. Terug in het hotel even gedoucht
voordat we naar het afscheidsdiner gaan in het visrestaurant Barracuda.
De
vis, barracuda, was lekker. Er was in
ieder geval rekening gehouden met reisgenoten die niet van vis houden. De rest
was eigenlijk een fiasco. Alle frustraties van de reis met name richting Jeroen
en Ruth (zij was er overigens niet bij) kwamen naar boven. Zeker toen nog
Jeroen nog meldde dat hij niet meeging naar het vliegveld. Hij mocht ons toch
niet afzetten omdat hij geen ticket heeft en hij moet dan weer helemaal die 2
uur terug met openbaar vervoer wat hem weer geld zou kosten. Bull-shit dus.
Na
dit debacle zijn we met een tweetal reisgenoten nog bij Moulin de Mote wat gaan
drinken om de spanning even te ontladen. Het werd weer laat, maar goed het is
de laatste avond in Kribi, Kameroen.
Donderdag 28 oktober – Douala
Zoals
al eerder geschreven heeft de groep besloten om niet naar Douala te gaan. Een
stad die bekend staat om zijn sufferds, je moet er straatbekend zijn, althans
volgens de boeken. Tot het eind van de middag zijn we dan nog in Kribi.We doen
alles weer op onze gemakkie. Om 12:00 uur moeten we uit onze kamers. Jeroen
heeft zijn kamer ter beschikking gesteld om onze spullen kwijt te kunnen. We
lopen weer wat rond, want om nu de hele tijd bij het hotel te blijven heeft ook
weinig zin. Bij Hot & Cold eten we onze laatste lunch in Kameroen. We
hebben nu echt wel alles van Kribi gezien en gaan dan toch maar naar het hotel.
Om nu weer naar het strand te gaan heb ik weinig zin in. Vooral omdat er
vanmorgen geen water was. Het is niet echt prettig om met een zoute huid het
vliegtuig in te stappen. Zoals gezegd brengen we de rest van de middag bij het
hotel door. Het is de bedoeling om om 16:30 uur te vertrekken. Ruth wil om
15:30 uur vertrekken. Niet is iedereen van de groep is aanwezig dus is het
moeilijk om nu het tijdstip weer te veranderen. Trouwens wat moeten we zo vroeg
op het vliegveld. Het is plm. 2 uur rijden naar het vliegveld en ons vliegtuig
vertrekt pas om 23:55 uur!!!!! We drinken dan ook op ons gemak nog het een en
ander. Zeer tegen het zere been van Jeroen en Ruth. Want het loopt nu eigenlijk
tegen de tijd dat zij willen vertrekken. De mensen die nog wat te drinken
hebben, hebben absoluut geen haast. Uiteindelijk vertrekken we dan toch nog een
half uur eerder dan afgesproken. We geven Jeroen een handje en daaaag Jeroen!
Om
18:30 uur zijn we dan ook al op het vliegveld. Gisteravond is afgesproken om
Ruth haar fooi op het vliegveld te geven. Overigens een fooi die door Jeroen
vooraf bepaald is. Wij vragen een drager om onze spullen naar de incheckbalie
te brengen. Hierdoor hebben we eigenlijk geen gelegenheid meer om afscheid van
Ruth te nemen. Echt rouwig zijn we hier niet om. Omdat we apart van de groep
inchecken, we hebben een hele vlotte drager, kunnen we vragen om naast elkaar
te kunnen zitten. Het is dan toch wel wat gezelliger. Gelukkig lukt dit.
Het
vliegveld heeft weinig tot niets te bieden. Er is geen restauratie. In de loop
van de avond komt er wel een cateringwagen langs waar we wat kleffe broodjes en
wat te drinken kunnen kopen. That’s it!!!! Het duurt dan wel weg lang voordat
het tijd is om in te checken. Het is overigens wel grappig dat we nadat we de
diverse controles voorbij zijn gegaan, we weer allemaal uit de wachtruimte
moeten, om vervolgens weer door een hele controle te gaan. Typisch Afrikaans.
Het
vliegtuig komt gelukkig op tijd en na een goede vlucht, trein- en taxi reis
zijn wij weer goed thuis gekomen van een enerverende reis.