Reisverslag Botswana

27 september – 18 oktober 2008

 

 

Organisator: Djoser (www.Djoser.nl)

Reisbegeleiders / Chauffeurs: Toff en Kiddy (Delta Rain www.deltarain.com)

 

Crew: Dandy (de kok) , Captain, Tabo

 

Reisgenoten: Peter, Nico, Eric,  Stamatis, Jan en Kees, Hildo en Katja, Leo en Jetty, Willeke, Liesbeth en Frank, Ben en Ingrid

 

Zaterdag 27 september – Johannesburg

 

Het is 06:30 uur als de taxi ons komt halen. Op dit tijdstipt rijden er op zaterdag nog geen trams. Vandaar de taxi. Het is trouwens wel zo lekker om je naar het station te laten brengen en niet al meteen met de rugzakken te hoeven slepen. Alles verloopt naar wens en we zijn dan ook op tijd op Schiphol. Het is wel even wennen om zelf in te checken. Ook voor andere reizigers blijkt het wennen te zijn, want er staan gigantische rijen en verloopt alles niet even vlot. Het KLM-vliegtuig zit helemaal vol waardoor Ben en ik niet naast elkaar kunnen zitten. Gelukkig wel achter elkaar (aan het gangpad 37H en 36H) zodat we toch nog met elkaar kunnen praten tijdens de lange vlucht. Bij de gate waar wij ons moeten melden komen we de eerste medereizigers tegen, Peter en Eric. Peter blijkt een plaatsgenoot van ons te zijn. In het vliegtuig leren we nog 2 medereizigers kennen, Jan en Kees. Ben zit naast hen en heeft dan ook een gezellige babbel. Door de film Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull gaat de tijd lekker snel.

Ondanks de vertraging van een half uurtje vanwege defecte monitoren. (monitoren waarop je onderweg nog een beetje geëntertaind wordt) landen we toch om plm. 21:10 uur in Johannesburg. Na het ophalen van de bagage worden we buiten opgewacht door personeel van het hotel waar we de nacht doorbrengen. Hier vindt de eerste kennismaking plaats met de andere deelnemers. Het hotel The Safari Club (www.safariclubsa.co.za) is geweldig. We hebben een kamer waar je U tegen zegt. Het lijkt wel een balzaal. We zetten onze bagage in de kamer en gaan opzoek naar een lekker koud biertje. Met elkaar drinken we nog wat en gaan dan naar bed.

 

Zondag 28 september – Johannesburg-Livingstone

Het is weer even wennen in een vreemd bed. Hebben dan ook niet echt lekker geslapen. Harde matrassen. Alvast wennen voor de bushcamps! Na een heerlijk ontbijt en de rekening van gisteravond te hebben betaald kunnen we al met de eerste rit mee naar het vliegveld voor de vlucht naar Livingstone (Zambia). Livingstone is de hoofdstad van de provincie Southern in Zambia. De stad ligt op 11 kilometer van de Victoriawatervallen. De Victoriavallen zijn de breedste watervallen van Afrika, zij vormen een watergordijn van 1708 meter breed en 100 meter hoog en hebben een maximale valhoogte van 128 meter. Ze zijn gelegen in de Zambezi, op de grens tussen Zambia en Zimbabwe. Omdat het hotelbusje niet iedereen in één keer mee kan nemen gebeurd dit in etappes. Het is de bedoeling om de vlucht van 11:05 te hebben. We zijn de eerste in de rij om in te checken, dus dit ging lekker snel. Niet iedereen had de brief van Djoser geprint waarin de reservering voor de vlucht stond. Dit leverde wat problemen op, Gelukkig hebben wij deze brief wel waardoor we degene kunnen helpen die dit niet bij zich hebben. Na een half uur vertraging dan toch eindelijk met British Airways de lucht in. Het is ongeveer 1,5 uur vliegen. Op het vliegveld van Livingstone worden we door Toff opgewacht. Hij en zijn vrouw Kiddy zullen ons tijdens de reis begeleiden. De bagage wordt op het dak van de jeep vastgemaakt en gaan we op weg naar The Bushfront Lodge dat vroeg Nyala Lodge heette. (http://www.afrizim.com/places/victoria_falls/Accommodation/Livingstone-Hotels/Nyala_lodge.asp). Alweer een degelijk luxe accommodatie. We zouden toch kamperen? Nadat de kamers verdeeld zijn en we onze bagage daar hebben gebracht, bespreekt Toff bij het zwembad de mogelijkheden aan activiteiten die de komende twee dagen gedaan kunnen worden. Zo kan je o.a. bungeejumpen, raften, een vlucht met een helikopter of ultraflight over de Victoria-watervallen maken, bushwalk. Deze activiteiten kunnen worden geboekt bij The Waterfront. The Waterfront is een soort van tegenhanger van Shearwater (www.shearwateradventures.com). Ook bij hen kan je allerlei activiteiten boeken rond de Victoria-watervallen, maar dan aan de kant van Zimbabwe. Na de lunch gaan we met elkaar hier naar toe om het e.e.a. te boeken. Ben en ik gaan voor de bushwalk voor morgenochtend. Het blijkt dat Liesbeth, Frank, Willeke en Peter ook deze bushwalk gaan doen. Met elkaar drinken we nog wat voordat we weer terug gaan naar The Bushfront. The Waterfront is een leuke plek om wat te drinken. Vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht over de Zambezi-rivier. Als we weer terugkomen in The Bushfront gaat een ieder douchen, wat lezen of met elkaar praten bij het zwembad. Besloten is om hier ook vanavond te blijven eten. De keuze wat het eten betreft is wat beperkt (kip, beef of sparerib) maar de smaak is heerlijk. Ook al moeten Ben en ik zeggen dat de spareribs wat tegenvielen. De smaak was heerlijk, maar er was qua snijwerk geen doorkomen aan. Na het eten nog wat nagetafeld en toen om plm. 23:00 uur naar bed. Gelukkig had Ben in de tussentijd de kamer met anti-insecticiden gespoten, want er vliegen nogal wat muggen rond, zodat we mugvrij in bed konden stappen. Ook dankzij de klamboe.

Maandag 29 september – Livingstone

Vandaag worden we om 6:45 uur opgehaald voor de bushwalk. We hopen voor deze tijd nog te kunnen ontbijten. Toff had met het personeel afgesproken dat er vanaf 06:30 uur ontbijt zou zijn. Maar ja, het is Afrika. Een afspraak maken wil niet altijd zeggen dat deze ook wordt nagekomen. We kennen het van onze vorige Afrika-reizen. Op tijd worden we gehaald voor de bushwalk. We rijden eerst met de jeep een stukje langs de Zambezi voordat we een weg naar rechts in slaan. Hier stoppen we. Omdat we geen ontbijt hebben gekregen, krijgen we eerst koffie met een muffin voordat onze wandeling begint. Het is trouwens eigenlijk best wel koud zo ’s-morgens vroeg. We krijgen naast de gids ook een ranger met geweer mee. Je weet maar nooit wat er allemaal aan wild op je af komt. De wandeling duurt een kleine 4 uur. Van redelijk dichtbij hebben we o.a. zebra’s, wildebeest en impala’s gezien. Niet ver van de plek waar de wandeling begon liep ook een neushoorn rond. Deze neushoorn zocht gezelschap van 4 andere neushoorns die in gevangenschap zitten. Deze 4 neushoorns werden in Zuid-Afrika gevangen en zullen binnenkort in het Nationaal Park uitgezet worden. Na de wandeling worden we op ons verzoek bij The Waterfront afgezet. Hier drinken en eten we nog wat voordat we weer terug gaan lopen naar The Bushfront. Ondanks de hitte is het ongeveer een kwartiertje lopen. Bij terugkomst zitten we nog wat bij het zwembad voordat we worden opgehaald voor een bootcruise over de Zambezi. De bootcruise is erg leuk. Liesbeth, Frank, Willeke, Ben en ik hebben een lekker plekje voor op de boot en kunnen zo van het wild wat in en rond het water loopt, zwemt, vliegt genieten. Bij de boottocht is eten en drinken in begrepen. Voor een aantal Engelsen aanleiding om zich volledig vol te laten lopen. Erg jammer! Om plm. 19:00 uur zijn we weer terug waarna we direct naar het hotel gaan. Aan de bar drinken we nog wat, maar pm plm. 10:30 uur is het uit met de pret. Het personeel wil graag vroeg naar huis, dus wordt de bar gesloten. Reden voor ons om dan ook maar naar bed te gaan.

Dinsdag 30 september – Livingstone – Nxai Pan (Elephant Sand)

Vandaag is het een feestdag in Botswana. Het is Onafhankelijksdag. Op 30 september 1965 werd Botswana onafhankelijk van Groot-Brittannië. Voor ons geen reden om uit te slapen, want om 06:00 uur gaat de wekker. Om 06:30 uur moet alles in de jeep gepakt zijn. Het is een vroegertje, maar we willen graag op tijd bij de pont zijn die ons naar Botswana zal brengen. Maar voordat we vertrekken willen we dit keer eerst nog even ontbijten. En jawel de kok is op tijd! Een lekker omeletje en scrambled eggs. Om 07:30 uur rijden we dan weg. Het is een goede geasfalteerde weg we over heen gaan. Bij Kazungula nemen we de pont die ons over de Zambezi naar Botswana brengt. Kazungula is een niets betekenend grensdorpje op het vierlandenpunt tussen Botswana, Zimbabwe, Zambia en Namibië. Voor de pont staat een gigantische rij vrachtwagens te wachten om de oversteek te kunnen maken. Er kan echter maar 1 vrachtwagen per rit over, dus opschieten voor hen doet het niet. Nu zijn het ook wel hele grote vrachtwagens. De vrachtwagens bestaat uit een cabine, dan een lange trailer en daaraan weer een lange trailer. Eigenlijk kunnen er 2 kleine auto’s op (jeeps en 1 lange vrachtwagen.) Nadat alle formaliteiten zijn uitgevoerd, paspoorten stempelen, etc. lopen wij naar de pont. Toff gaat met de jeep in de hoop dat hij als eerste over mag. En jawel, dat lukt. Als de jeep op de pont staat mogen wij ook aan boord. Als je de pont ziet kan ik mij ook heel goed voorstellen dat hier vaak ongelukken mee gebeuren. Wat een gammel gedoe allemaal. Een brug zou toch wel stukken makkelijker cq efficiënter zijn. Maar efficiëntie en Afrika is een combinatie die naar mijn idee nauwelijks werkt. In Kasane doen we boodschappen. Kasane is bedrijvig stadje met een aantal, banken, garages, winkels en een paar lodges. 4 Kilometer buiten de stad ligt de luchthaven. Tijdens de reis zal blijken dat we blij zijn dat het vliegveld dichtbij ligt. Het is de bedoeling dat de reizigers zelf voor water, frisdank en /of bier moeten zorgen. Om dit te kunnen doen moet er echter wel eerst geld gewisseld worden. Dit levert nogal wat problemen op. De pinautomaat accepteert niet de pinkaarten die wij bij ons hebben. Ook het wisselkantoor blijkt gesloten te zijn. Met behulp van een lotenverkoper komen we bij een Chinese winkel in elektronische apparaten. Zij willen wel dollars omwisselen in Zambiaanse Kwatches. Helaas hebben zij niet voldoende geld om dit voor ons allemaal te kunnen doen. Er vindt een levendige handel plaats in het aankopen van water, etc. in combinatie met het onderling wisselen van dollars. In ieder geval heeft iedereen water (toch wel het belangrijkste), wijn, bier, frisdrank, etc. kunnen kopen. In de tijd dat wij boodschappen hebben gedaan heeft ook Toff en zijn crew boodschappen gedaan. Na ongeveer een uur komt Toff terug met een 2e jeep en maken we kennis met zijn vrouw Kiddy en de crew Dandy, Captain en Tabo. Onze boodschappen worden ingeladen en nemen we in de verschillende jeeps plaats om op weg te gaan naar Elephant Sand. Dit is eigenlijk een niet geplande tussenstop omdat de rit naar Nxai Pan eigenlijk ondoenlijk lang is. Onderweg is het een dorre en droge boel. Door diverse branden lijkt de omgeving zwart. Ook nu weer is er brand. Het stuk land waar Toff en Kiddy hun huis willen gaan bouwen wordt door brand bedreigd. Captain wordt bij dit stuk land afgezet om de plastic buizen voor de watertoevoer die in opslag liggen, veilig te stellen. Wij rijden door en bij het eerstvolgende benzinestation stoppen we om de lunch te gebruiken. Dandy maakt heerlijke sandwiches met komkommer en tomaten voor ons klaar. In de tussentijd rijdt Toff terug om Captain op te halen. Bij terugkomst blijkt dat de schade gelukkig allemaal mee viel. Na de lunch pakken we de boel weer in en rijden verder naar Elephant Sand. Onderweg weinig dieren gezien, maar wel veel vogels. Tegen het einde van middag komen we bij de campsite aan. Het is een mooie plek met douches, toiletten, zwembadje (allemaal zoutwater), bar en is gelegen aan een drinkplaats voor dieren. Kan leuk worden vanavond. Voor het eerst maken we gebruik van de tenten. Het zijn de voor ons inmiddels bekende koepeltentjes die eenvoudig op te zetten zijn. Ondanks dat Toff aangeeft dat je niet zelf je tent hoeft op te zetten, doen wij dat wel. Vele handen maken licht werk, toch? De tent die je nu hebt is ook de tent die je de komende tijd krijgt. Hetzelfde geldt voor de hoofdkussens. Overigens is dit voor ons de eerste keer dat er naast de matjes ook hoofdkussen worden geleverd. Je bent tijdens de reis dus zelf hiervoor verantwoordelijk. Na het opzetten van de tent en het inruimen hiervan neemt Ingrid een douche. Heerlijk na een dergelijk warme en stoffige dag. Ben en een aantal anderen zitten inmiddels bij de bar voor een lekker koel drankje. Hierna gaan we terug naar de tenten waar Dandy ondertussen het diner heeft bereidt. Kip met rijst, pompoen en een groente salade. Ook hierbij is door zowel Toff als Dandy aangegeven dat Dandy geen helpende nodig heeft. Dit is voor Ben en mij eigenlijk wel een luxe. Bij onze vorige reizen werd altijd wel een helpende hand vereist. Na het eten gaan we weer terug naar de bar. Hier bekijken we met elkaar de video van Eric en Stamatis van hun raft-avontuur op de Zambezi. Het zit er bijzonder spectaculair uit en wij zijn blij dat wij dit niet gedaan heb. Af en toe kijken we naar de drinkplaats of we misschien nog een dier zien. Helaas, het is er erg stil.

Woensdag 1 oktober Elephant Sand – Nxai Pan

06:00 uur op en tentje afbreken, ontbijten en om 07:30 uur op weg naar Nxai Pan. Nxai Pan National Park in Botswana is een noordelijk gelegen zusterpark van en heeft een oppervlakte van 2.578 km². Nxai ligt op 136 km van Maun langs de Maun - Nata weg. Gweta ligt op 65 km. Het park zelf is alleen bereikbaar langs een zandweg, zodat het avontuur alleen met een 4x4 kan worden beleefd. Het Nxai Pan National Park bestaat grotendeels uit een droge zoutpan, overblijfsel van het uitgedroogde Makgadikgadi meer, en is begroeid met gras en acacia's. Er zijn de enorme en eeuwenoude Baines baobabs te bewonderen. Het gebied met de baobabs werd aan het park gehecht in 1992. Het is een wisselend landschap waar we langsrijden en waar we de eerste struisvogel hebben gezien. Onderweg moeten we stoppen en door een bak met …… ja wat is het, lopen als bestrijding tegen mond- en klauwzeer. Ook de losse schoenen moeten door deze bak gehaald worden. Voor de jeeps is een aparte bak waar door heen gereden moet worden. In Gweta/Natal proberen we de lekke band te laten plakken die het in de voorgaande dagen begeven heeft. Het zal niet de eerste keer zijn dat we op zoek zijn naar een garage. Helaas is er geen stroom, dus geen gereedschap om de band te plakken en op te pompen. Wij worden bij een shop bij een benzinestation gedropped , terwijl Toff op zoek naar een garage gaat om de band alsnog geplakt te krijgen. Het zal moeilijk worden, want na de feestdag van gisteren is iedereen ook vandaag vrij. Bij de shop kunnen we wat te drinken en te eten halen. Hier ontmoeten we ook een aantal Nederlandse mannen die op motoren Zuid-Afrika/Botswana rondrijden. Heel moedig van deze toch niet meer hele jonge mannen. Na ongeveer een uur komt Toff weer terug. De band is gemaakt, alleen het oppompen niet helemaal. Met een compressor aangesloten op de accu moet dit dan gebeuren. Het lukt, maar eeeerrrrgggg langzaam. Als er voldoende in zit gaan we weer verder. We rijden over veel zandwegen en ik kan je zeggen dat het echte zandwegen zijn! Je kunt hier ook alleen met een 4x4 auto doorheen komen. Over deze wegen gaan ook trucks. Deze trucks vormen weer sporen waardoor het voor een jeep erg lastig rijden is. Maar het is gelukt ook al hebben we weer een ??????? ja een lekke band. In de bloedverzengende hitte in de middle of nowhere met geen enkel plekje in de schaduw. De zon staat op zijn hoogst dus ook de jeep biedt geen enkele schaduw. Als ik het over pech met de jeep heb, dan gaat het over een van beide jeeps waarmee wij rondrijden. Soms heeft de jeep van Toff pannen of de jeep waar Kiddy in rijdt. Het maakt niet uit, we zullen toch op elkaar moeten wachten. Dus ook nu weer. Iets verder staat een andere jeep vast in het zand. Een aantal mensen staat er om heen om te jeep los te kunnen maken. Duwen, trekken, zand wegscheppen. Het blijkt niet te lukken. Gelukkig komt een andere jeep deze jeep eruit trekken. Inmiddels is onze band verwisseld en volgen we het spoor naar boven, de heuvel op. Gelukkig neemt Toff het spoor welke naast het spoor van de jeep die net vast zat loopt. Met veel kabaal door de 4x4 halen we top en kunnen hierna redelijk rustig verder rijden. Ook al blijft het erom spannen of we wel of niet vast komen te zitten. Het is even zoeken naar de plek waar we kunnen overnachten. Het is ons eerste bushcamp. Op een heuvel onder de boven hebben we een plek in de pan gevonden. We zetten de tenten weer op en richten deze weer in. Hierna gaan we naar Baines Baobab, terwijl de crew een gat aan het graven is voor het toilet en voorbereidingen treffen voor het diner. Deze 7 indrukkenwekkende baobabs, ook wel de slapende zusters genoemd, werden voor het nageslacht vereeuwigd door de artiest/avonturier Thomas Baines op 22 mei 1862 toen hij samen met James Chapman reisde van Namibië naar de Victoria Watervallen. Het is een prachtig gezicht. De omgeving is echter bijzonder droog. Zelf de aarde barst en ontstaan er schillen. We rijden rond en komen op plekken waar de grond bijzonder zacht is. Zo zou er zelfs een jeep in de aarde compleet weggezakt en verdwenen zijn. Ook wij moeten oppassen om niet vast te komen zitten. En ja wel, vast. Gelukkig krijgen we met elkaar de jeep weer los uit de rulle aarde. Helaas zien we weinig van de dieren waarmee Djoser deze locatie aanprijst. Jammer fout seizoen. Bij terugkomst op de site staat er weer een heerlijk diner rond het kampvuur klaar. Ladies First!

Donderdag 2 oktober – Nxai Pan – Maun – Okavangodelta

We staan vroeg op om ons boeltje weer in te pakken. Het is de bedoeling om vandaag naar Sitatunga Campsite (http://www.deltarain.com/sitatunga.htm) in Maun te rijden. Hier kunnen we nog even douchen en de lunch gebruiken voordat we 2 nachten in de Okavangodelta gaan doorbrengen. De weg er naar toe is zanderig. We komen dan ook diverse keren vast te zitten. Gelukkig hebben we nog wat zwaar gewichten in de groep die mooi op de motorkap van de jeep kunnen zitten. Op deze wijze kunnen we de jeep weer uit het zand halen. Onderweg nog een oryx, dik dik, steenbok, dode ezel en een trap (vogel) gezien. In Maun boodschappen gedaan voor de komende dagen (water, frisdank, etc). Het is nog steeds behoorlijk warm (40-50 graden). Tegen de middag komen we op de campsite aan. Het is een campsite van Delta Rain zelf. Mooie douches, toilet, barretje, zwembad. Helemaal goed. We kunnen opgeven of wij na terugkomst van de Delta in de tent, een cabine of chalet willen overnachten. De chalets zijn redelijk comfortabel. Eigen douche en toilet. De cabines zijn iets minder comfortabel. Twee bedden en gebruikmakend van de gezamenlijke douche en toilet van de campsite. En dan nog onze eigen tenten. Ben en ik kiezen voor de eigen tenten. Na heerlijk gedoucht te hebben staat de lunch voor ons klaar. Het is een koude schotel (kip, pasta en salade) die door Sitatunga verzorgd is. Geef mij Dandy maar. Het is nog even wachten op de truck die ons naar de Delta brengt. Als hij er dan eindelijk is, wordt de keuken van Dandy, onze tenten, slaapmatjes, etc. ingeladen. Het is niet de bedoeling dat iedereen zijn complete rugzak meeneemt. Wij hebben dan ook alleen het hoognodige bij ons; zoals tandenborstel, schoon ondergoed, sokken, wandelschoenen. Als alles is ingeladen gaan we op pad. Eerst rijden we nog een beetje door Maun voordat we een ongeasfalteerde weg in slaan. Na even door de bush te hebben gereden komen we bij een hek aan die ons toegang tot de Okavangodelta geeft. Het is dan nog even rijden als we op een plek komen waar een aantal poolers (mensen die de mokoro besturen) ons staan op te wachten. Alles moet in de mokoro’s worden ingeladen. Met ongeveer tien mokoro’s gaan we op pad. Het is even wankelen in een uitgeholde boomstam om een goede zit te krijgen. Ik kan je zeggen dat dat niet meevalt. We maken een tussenstop op een plek waar de poolers blijken te wonen. Na plm. een half uurtje gaan we verder. Onze billen hebben inmiddels een compleet eigen leven cq zijn dood. Ondanks dat we geen gevoel meer in onze billen hebben en niet meer weten hoe we moeten zitten, is de weg naar onze campsite erg mooi. Veel witte kikkertjes gezien die in het riet verborgen zijn. Ook de diverse waterlelies en andere waterplanten zijn prachtig. Het blijft een unieke ervaring om maar een paar centimeter boven de waterlinie rond te varen. De poolers kletsen en lachen wat met elkaar af. Zullen ze het over die muzungu’s (witten) hebben? Aan het eind van de middag komen we op de plek aan waar we overnachten. We zetten weer de tenten op, terwijl Dandy alweer voorbereidingen treft voor het avondeten. Het is een relatief kleine plek waar we (samen met de poolers) verblijven. De poolers hebben inmiddels gezelschap gekregen van andere poolers die uit de omgeving. Het is een drukste van jewelste. Eigenlijk teveel voor het kleine plekje dat we hebben. Na het eten kletsen we nog wat voor we onze tenten weer in gaan.

Vrijdag 3 oktober – Okavangodelta

Vandaag weer vroeg op. Nee, niet weer de tent afbreken, maar voor een wandeling op Chiefs Island. Met de bootjes gaan we naar Chiefs Island. De groep wordt in tweeën gedeeld en wij kiezen voor de groep van John. Hij is tenslotte onze pooler en gids. Zijn Engels is echter niet zo best dus een tweede pooler loopt met ons mee. Op zich zien we niet zoveel dieren, 3 olifanten, gnoe, zebra, schilpad, rode lechwe. Ondanks dat is het een leuke wandeling. De zon begint al aardig te schijnen en is het rond 10:00 uur al behoorlijk warm. De wandeling wordt door de hitte ook wat ingekort. Nu kan Ingrid aardig tegen de warmte maar dit is wel extreem. Nu al rond de 38 graden. Met de mokoro gaan we weer terug naar de campsite. Dandy heeft inmiddels weer een heerlijke brunch samengesteld. We hebben eigenlijk wel trek, want we zijn eigenlijk alleen met koffie/thee en wat koekjes op pad gegaan. Na de brunch blijven we nog even wat rondhangen. Totdat we aangeven nog wel even te willen zwemmen. Met diverse bootjes gaan we naar een plek waar het veilig zwemmen is. Het kan toch vervelend zijn als een hippo of krokodil met je mee zwemt. Door onze eigen hoge lichaamstemperatuur is het water redelijk koud. Verlang je eindelijk naar afkoeling vind je het weer te koud?!?!?!? Even tanden op elkaar en je maar laten plonsen. De plek waar we zwemmen is redelijk ondiep, maar toch wel erg lekker. De gidsen komen betrekkelijk snel vragen of we alweer uitgezwommen zijn. Helaas voor hen, neen dus. Na nog even geplonsd te hebben gaan we weer terug. Het was heerlijk om weer afgekoeld te zijn. Ingrid had het af en toe zelfs koud. Na nog wat gelezen, gepraat te hebben is het weer tijd voor de sundowner met de mokoro. We gaan naar de plek waar we vanochtend nijlpaarden hebben gezien. De poolers blijven op veilige afstand. Het blijkt dat vorig jaar een ongeluk is gebeurd met een nijlpaard/toeristen in de delta. Men is nu bijzonder voorzichtig. Waarschijnlijk wel terecht, maar de afstand met de nijlpaarden is nu toch wel erg groot. Af en toe zie je een nijlpaard een sprong in het water maken alsof hij een identiteitscrisis heeft en denkt een dolfijn te zijn! De zonsondergang is prachtig als je de zon tussen het riet ziet verdwijnen. Als de zon onder is gaan we weer terug naar de campsite. Tegenover de campsite zien we nog een olifant een beetje scharrelen. Het ruikt heerlijk als we weer aan land komen. Dandy heeft weer een heerlijk diner bereidt. Het blijft knap hoe hij met de beperkte middelen dit iedere keer weer op een houtskoolvuurtje voor elkaar krijgt. Na het diner komt een van de poolers aankondigen dat een aantal poolers ons gaan entertainen. Er wordt door de dames en heren poolers prachtig gezonden. Ook de buurvrouw (Amerikaanse) van de campsite ernaast, zij reis in Botswana in haar eentje en hebben haar bij het zwemmen ontmoet, komt een kijkje nemen. Op het moment dat wij menen een tegenprestatie voor de pooler te moeten doen en wij Vader Jacob in canon beginnen te zingen is zij verdwenen. Niet alleen zij overigens maar ook het aantal poolers is ineens minder geworden. Raar hoor.

Zaterdag 4 oktober – Okavagodelta – Maun (Sitatunga Campsite (http://www.deltarain.com/sitatunga.htm)

Het valt mij op dat we ’s-nachts weinig dieren geluiden hebben gehoord. In de verte het geluid van een olifant en een nijlpaard en dan nog wat menselijke geluiden, dat was het wel ongeveer beetje. Wat menselijke geluiden betreft, niet de geluiden waar nu echt op zit te wachten. Maar goed, ook vandaag weer om 06:00 uur op. Na een kopje thee/koffie en biskuitjes (een soort van gedroogde stukjes brood met een smaakje) varen we naar de overkant om een korte wandeling te maken. De zonsopgang blijft een mooi gezicht. Tijdens de wandeling nog 2 olifanten en wat zebra’s gezien. Het is inmiddels 08:00 uur en het begint al knap warm te worden. Nadat we met de mokoro’s weer zijn terug gevaren heeft Dandy ervoor gezorgd dat er een ontbijt/brunch klaar staat. Na hiervan genoten te hebben pakken we ons boeltje in en laden alles in de bootjes om terug te keren naar de bewoonde wereld. Onderweg zien we veel kikkertjes. Valt het ons zelf niet op dan wijst John, onze pooler, ons er wel op. Halverwege de rit is het even benen strekken en de billen weer wat leven geven. Als we weer land in zicht hebben zien we de truck met Nick, de chauffeur die ons heeft weggebracht, al staan. Het is in eens een drukte van jewelste. Er komen meerdere groepen uit de Delta terug. Als alles is ingeladen gaan we in konvooi naar de campsite. Als we langs het hek (Buffalo fence) rijden wat de Delta afschermt van de bewoonde wereld zijn kindertjes lekker in het water aan spelen. Een geweldig plezier hebben ze met elkaar. Bij de uitgang van het park moet weer gecontroleerd worden op mond- en klauwzeer. Dus allemaal de truck uit, door een bakje met jeweetwel-spul lopen en door het hek naar de andere kant. De banden van de trucks worden ook helemaal bespoten. Voordat we allemaal weer instappen worden er heerlijke koele drankjes geserveerd. Nou, met deze temperaturen gaat een heerlijke koele Castle (biertje) er prima in. Inmiddels zijn de kindertjes uit het water gekomen, want een paar Mzungu’s is ook wel erg interessant. De ballonnen die Ingrid bij zich heeft doen het goed. Vooral het geluid nadoen van een windje, is natuurlijk prachtig. Helaas is de pret van korte duur, want we moeten weer verder. Bij de campsite aangekomen gaat Ingrid meteen naar de receptie om toch maar een cabine voor de nacht te reserveren. Het blijkt dat Toff en Kiddy morgenochtend vroeg met de jeeps en alle bagage naar Xakanaxa vertrekken en hiernaar toe vliegen. Als we een cabine hebben zouden we dus kunnen uitslapen. Geen gek idee. Gelukkig is er nog een cabine vrij. Omdat er genoeg tijd is om het wasgoed te laten drogen, wordt er na de lunch door diverse reizigers kleding gewassen. Uit de kranen komt inmiddels kokend water. Wel lekker voor de was, maar de wasser zelf krijgt het er nog warmer van. Als alles gewassen en opgehangen is, gaat Ingrid naar het zwembad. Het zwembad is niet al te groot en het ruikt niet lekker, maar het is in één woord heerlijk. Ook Ben schuift aan. Onderweg naar de bar komt hij nog Dudu tegen. Onze chauffeur van de vorige reis (Zambia-Zimbabwe). Wat is hij blij ons weer te zien. Hij vraagt meteen naar Angela, onze reisbegeleidster. We spreken af elkaar vanavond bij de bar te ontmoeten. Bij de bar nog wat gedronken, gelezen, gekletst. Toch ook nog maar even lekker douchen. Oh, wat ruiken we weer lekker na de douche. Inmiddels is Dandy met de voorbereidingen voor het eten bezig. We gaan nog even terug naar de bar totdat Dandy klaar. Als we een seintje krijgen dat het eten klaar is gaan we weer terug en genieten we weer van het diner. Ik moet toch wel zeggen dat het een raar gevoel is om niet te hoeven helpen. ‘s-Avonds treffen we helaas geen Dudu in de bar aan. Jammer. Met Liesbeth, Frank en Willeke drinken we nog wat. Inmiddels komen ook de andere reizigers erbij. Het is een lekker gevoel om weer eens in een bed te liggen. Ben benieuwd of we kunnen uitslapen of dat we vanzelf om plm. 5:30 – 06:00 uur wakker worden.

Zondag 5 oktober – Maun – Xakanaxa (Moremi NP)

Het is vandaag de bedoeling om met een vliegtuigje van Mack Air naar Xakanaxa in het Moremi NP te vliegen. Moremi Wildlife Reserve is een niet omheind natuurreservaat, dat met een oppervlakte van 3200 km2 een kwart van de Okavango Delta beslaat. Zoals eerder geschreven zouden we vandaag lekker kunnen uislapen. De wekker van voorgaande dagen doet ook vandaag zijn werking. Rond 06:00 uur worden we zonder wekker wakker. We doezelen nog wat, maar kunnen de slaap niet echt meer vatten. We staan dan ook maar op en gaan lekker douchen. Toff en Kiddy zijn nog niet weg. In de bar staat koffie/thee en beschuit klaar. Het is namelijk de bedoeling dat we naar een krokodillenfarm gaan en daarna gaan brunchen. De gids om ons naar de farm te brengen laat nog even op zich wachten. Na ongeveer een uurtje is er iemand bereidt gevonden om ons naar de farm te begeleiden. Toff en Kiddy rijden net weg. Het is ongeveer een kwartiertje lopen als wij bij de farm zijn. De eerste giga-exemplaren liggen al klaar om je aan te vallen. Ze zijn redelijk agressief en ik ben blij dat ze achter gaas liggen. Wat een joekels. Vervolgens zijn er andere grote betonnen bakken waar de krokodillen op lengte/leeftijd liggen. De betonnen bakken zijn redelijk vol en het verbaasd mij dat ze elkaar niet opeten. Eén exemplaar heeft waarschijnlijk van een van de toekomstige handtasjes een beet gekregen. Hij/zij is nu in het bezit van een hazenlip. Na ongeveer een half uurtje alles bekeken te hebben, lopen we weer terug naar de campsite. De brunch, door de campsite verzorgt, staat inmiddels klaar. Het is een Engels ontbijt met worstjes en witte bonnen in tomatensaus. Ik moet zeggen dat ik redelijk trek heb, ondanks de warmte. We kunnen op ons gemak eten, want om 11:30 uur worden we pas opgehaald om naar het vliegveld van Maun gebracht te worden. Het vliegveld is eigenlijk best nog wel groot. Volgens tijdschema hebben we nog 15 minuten voordat we de lucht in gaan. Voor een aantal van ons reden om even naar de craftshop aan de overkant te gaan. Wij blijven in de hal even wachten. In principe zouden we eerder kunnen vertrekken, de vliegtuigjes staan al klaar, als iedereen aanwezig zou zijn geweest. Het is dus nog even wachten op de anderen. Als iedereen er dan is, is het inchecken snel gebeurd en kunnen we naar de vliegtuigjes. Het is 1 grotere en 1 waar maximaal 5 personen mee kunnen. Wij hebben een plekje in de grotere. Ben zit bij het raam en Ingrid ergens aan het gangpad. Het is toch nog even wachten voor we toestemming krijgen om te stijgen. En ja hoor, daar gaan we dan eindelijk. We vliegen nog een stukje over de delta. Ik ben benieuwd of we net zoveel zien al de vorige keer dat we er overheen vlogen. Het is helaas wat nevelig en we vliegen eigenlijk net iets te hoog om dieren goed te kunnen zien. Jammer. Na ongeveer 20 minuten gaan we alweer landen. Ja inderdaad, op een strook harde grond in de middle of nowhere. Toff en Kiddy staan met de crew ons al op te wachten. Al gamedrivend gaan we naar de plek waar we straks onze tent zullen gaan opzetten. Wat dieren betreft is er niet veel te zien. Eerst rijden we door een bosachtige omgeving met her en der weidse uitzichten. De campsite ligt lekker in de schaduw. Na het opzetten van de tent en de lunch te hebben gebruikt gaat Ingrid even liggen tot het tijd wordt voor de volgende gamedrive. Ook dit keer zien we niet zoveel dieren, ook al moet in het gebied veel luipaarden en wilde honden zijn. Eén keer hebben Ben en ik pas wilde honden gezien. Dit was tijdens de rangercursus die wij in de nabijheid van het Krugerpark hebben gevolgd. Toen hebben wij deze dieren een paar dagen gevolgd. Prachtig zijn ze. Dandy is alweer druk met het diner bezig als we terugkomen. In de verte horen we een hyena die steeds dichterbij komt. Uiteindelijk zwerft hij een beetje rond de campsite. Na het eten drinken we nog wat bij het kampvuur en horen we dat Kees vandaag jarig is. Hoera!

Maandag 6 oktober – Xakanaxa – Hippo pool (andere campsite in Moremi NP)

Om 05:00 uur op voor de ochtend gamedrive. Het is ’s-morgens redelijk frisjes. Helaas weinig gezien. Wat is er toch met de dieren aan de hand? Als we terug komen staat alles al ingepakt en kunnen we meteen vertrekken. Zoals geschreven ‘kunnen’. Als Toff zijn jeep wil starten maakt deze wel een erg raar geluid. Wat er nu precies aan de hand is weet ik niet, maar er wordt driftig gesleuteld, olie ververst, etc. Na plm. een uurtje gaan we alsnog weg. Via het vliegveld rijden we naar de andere kant van het park. Bij het vliegveld horen we dat delen van het park in brand staan. Er staat een redelijk windje, dus het is niet vreemd als de brand zich snel uitbreid. Als op zo vele andere plekken zien we onderweg ook weer bomen die door olifanten gekapt zijn tot plm. 1.50m. Dood of zo dor dat het lijkt alsof ze dood zijn. Het geeft een bijzonder beeld. Het lijkt wel of er een nucleaire bom ontploft is. De campsite is mooi gelegen aan een pool, een van de uitlopers van de River Khwai waar hippo’s in rondzwemmen met de aan de kant zo her en der een krokodil. Hier slapen we dus de komende 2 nachten. De crew heeft inmiddels ook haar ritueel uitgevoerd. Gat graven voor toilet, zak water ophangen voor de douche, stapeltje hout voor het kampvuur klaargelegd en Dandy uiteraard alweer druk in de weer met de voorbereidingen voor het diner. Daar waar we onderweg hout zien liggen waarvan Toff denkt dat dit mooi voor het kampvuur is, wordt het meteen in/opgeladen. Zonde om het te kopen terwijl het onderweg voor het grijpen ligt. Voor het diner maken we nog een gamedrive. Dit keer zien we achter een bosje in het gras 3 leeuwen liggen. Je zou ze zo voorbij rijden omdat het gras waar ze in liggen bijna dezelfde kleur heeft als zijzelf. De een op zijn rug, de ander half tegen zijn broer aan en die broer houdt de boel met een waakzaam oog een beetje in de gaten. Ze zijn zeker niet van plan om voor ons weg te gaan. Als ze willen zouden ze met één flinke sprong de jeep in kunnen springen. Ze doen het niet en maken ook geen enkele aanstalten, liggen gewoon veel te lekker. Nadat we een tijdje hier hebben gestaan gaan we verder. We zien nog kudu’s, zebra’s en giraffen. Tijdens de rit gaan we nog water tanken bij een van de andere campsites. Als we weer terug gaan naar onze campsite rijden we nog even langs de leeuwen. Het is jammer dat het wat donker begint te worden. Het maken van foto’s wordt dan ook steeds moeilijker. Een geluk dat we ze nog even hebben gezien. Na het diner drinken we wat bij het kampvuur en is iedereen nog vol van de leeuwen. Gelukkig merken we nog niets van de branden.

Dinsdag 7 oktober – Hippo pool (Moremi NP)

Iedereen staat voor de ochtend gamedrive weer te popelen of we de leeuwen terug zien. Het is fijn dat we niet meteen ons boeltje hoeven in te pakken en we nog een nacht blijven. Wederom eerst koffie/thee beschuitjes voor we op zoek naar de leeuwen gaan. Onderweg zijn veel sporen van hen te zien. Dan lopen ze van ons weg en dan komen ze weer naar ons toe. Toff houdt het spannend. Maar na een tijd, ja hoor, we zien 2 leeuwen. We gaan nog op zoek naar de 3e. Helaas, niet meer gezien. Van de luipaarden die hier ook moeten rondlopen hebben we jammer genoeg nog niets gezien. Wat we wel hebben gezien is een side-striped jakhals. Bijzonder. Tot nog toe hadden we alleen maar de black-backed jakhals gezien. Als we terugrijden, stoppen we nog even bij een viewpoint. In het gras zien we een varaan lopen. Wat een prehistorisch dier. Na de brunch kletsen we zo her en der nog wat totdat Toff aangeeft naar een dorpje te willen gaan om ijs voor de volgende dag te bestellen. Ben en Ingrid en nog een paar anderen hebben wel zin om mee te gaan. Onderweg proberen we nog een glimp van de leeuwen op te vangen, maar waarschijnlijk liggen ze in een schaduwrijk plekje. We rijden ook weer langs de campsite waar we gisteren water hebben gehaald. Ook nu weer moet dit gebeuren, maar we besluiten dit op de terug weg te doen. Maar goed ook, want de brug die we over moeten heeft zijn langste tijd wel gehad. Het is een brug die bestaat uit houten boomstammen. Als je er over heen rijdt zie je de boomstammen opspringen. Gelukkig ligt het riviertje niet zo diep onder ons, maar je weet maar nooit wat er allemaal in drijft. Het dorpje stelt niet veel voor. Het bestaat uit wat hutjes en twee winkeltjes. Het zijn geen losse hutjes, maar er is een soort van muurtje van riet om heen gebouwd. Het lijkt er nu op of het allemaal kleine dorpjes zijn. Bij het geopende winkeltje proberen we wat koele drankjes te krijgen. En zowaar lukt dat. De koelkast blijkt niet in de winkel te staan, maar in een apart huisje. De winkeldame moet dan ook voor iedere bestelling weer naar het huisje lopen waar de koelkast staat. Efficiënt??? In de tussentijd heeft Jetty al vriendschap gesloten met een aantal kleine kindertjes. Katja en Hildo zijn inmiddels ook van hun kleurboekjes af (weggegeven aan het Community huis) en Ingrid voor een deel van haar ballonnen. In de omgeving is verder niets. Eén grote zandvlakte met zo her en der een boom. Als Toff zijn ijs besteld heeft dat wij morgen oppikken als wij onderweg zijn naar Moremi, en iedereen zijn boodschappen heeft gedaan gaan we weer terug. We stoppen nog even om water te tanken en rijden dan op ons gemak terug naar de campsite. Toff blijft de sporen van de dieren in de gaten houden, maar iets daadwerkelijks zien doen we niet. Althans geen leeuwen, etc. Vogels zien we genoeg. Bij de campsite laden we weer alles uit en bereiden we ons voor op de volgende gamedrive. Die hadden we toch net gehad? Neen, dat was een gewoon ritje! Vanavond alleen een black-backed jakhals gezien. Uiteraard zien we iedere dag wel zebra’s, of een olifant en vooral niet te vergeten de impala’s. Maar eigenlijk zijn we op zoek naar iets bijzonders, zoals leeuwen, luipaard, neushoorn, buffel, etc. Hoezo verwend door onze voorgaande reizen door Afrika.

Woensdag 8 oktober Moremi NP – Savuti (Chobe Ngoma)

Vandaag zijn Toff en Frank jarig. Lang zullen ze leven!  Vannacht was het druk in en rond de pool. Een aantal hippo’s had volgens ons wat problemen met elkaar. Na het ontbijt ruimen we de boel op, worden de jeeps geladen en gaan we op weg naar Savuti (Chobe). De Chobe-rivier ontspringt als Kuando in de hooglanden van Angola en stroomt vervolgens in zuidelijke richting door de Caprivistrook (Namibië) naar het moeras van de Linyantirivier. De Lyniantirivier stroomt verder in oostelijke richting en heet hier vervolgens Choberivier en vormt hier de grens tussen Botswana en Namibië. Alleen in tijden van hoge afvoer bereikt het water de Zambezi. We rijden de campsite nog niet af of we zien de eerste olifanten van een kudde van plm. 200. In alle maten komen ze op hun gemak voorbij lopen. Het is een indrukwekkend gezicht. Hele kleine olifantjes lopen onder de buik van hun moeder, tantes door om naar andere olifanten te gaan. Een aantal bulls (mannetjes olifanten) lopen er ook nog tussen. Het is duidelijk te zien wie dat zijn. Wat een giganten. We kijken onze ogen uit en het lijkt of er geen eind aan komt. Als de hele kudde is overgestoken en wij geen spoor meer van hen ontdekken rijden we verder. Via de brug over de River Khwai (hij houdt zelfs onze volgeladen jeeps) rijden we naar het dorp waar we de vorige dag ijs hebben besteld. We kopen nog een koel drankje als Dandy het ijs in de diverse koelboxen plaatst. Aan een meisje van plm. 3-4 jaar dat voor de winkel een beetje staat te staan, maar prachtig is aangekleed geef ik een hoedje weg, in de veronderstelling dat ik een frisbee zou weggeven. Het meisje loopt vol trotst naar haar moeder. Af en toe de hoed voor haar ogen zakkend, want hij is eigenlijk veel te groot. We rijden verder als de hele boel is ingeladen. Langs de rivier volgen we onze weg naar Chobe. Het is een wederom een wisselend landschap. Dan weer volop groen, dan weer allemaal afgebroken Mopane-bomen (olifanten zijn hier dus dol op), dan weer weidse vergezichten. Bij een pool met hippo’s strekken we even onze benen. Iedereen wil graag een foto van een nijlpaard die zijn bek wijd open heeft. Steeds zijn we weer te laat. Je richt je op een nijlpaard, die vervolgens onder water gaat en op een hele andere plek weer boven komt. Lastig fotograferen. De wegen zijn bijzonder zanderig en hobbelig. Het kost ons dan ook moeite om niet vast te komen zitten. Maar zoals vaker het geval is geweest komen we ook nu weer af en toe vast te zitten. Inmiddels weet een ieder wat te doen om de jeeps weer los te krijgen. Geen enkel probleem dus. We rijden door de Quango Hills die bekend zijn om hun rotstekeningen. Tijd om ze te bezoeken hebben we helaas niet. Daar waar Chobe om zijn olifanten bekend is, zien wij bij een waterpool een aantal er lekker in en rond ploeteren. Sommige mannelijke olifanten laten ook zien wat ze allemaal in huis hebben, als je begrijpt wat ik bedoel. Dit is nu dus Savuti. Savuti is bijna woestijnachtig landschap onder een bloedhete zon met los warm zand. It is almost impossible to imagine that this desolate, harsh landscape was once submerged beneath an enormous inland sea.Het is bijna onmogelijk om te denken dat dit desolate, barre landschap eenmaal werd ondergedompeld onder een enorme binnenlandse zee. Geologically the five main features of Savuti (namely the Magwikhwe Sand Ridge, the Mababe Depression, the Savuti Marsh with its dead trees, the Rocky Outcrops, and the Savuti Channel) are all intricately linked in the most fascinating manner. Geologisch de vijf belangrijkste kenmerken van Savuti (namelijk de Magwikhwe Sand Ridge, de Mababe Depressie, de Savuti Marsh met haar dode bomen, de Rocky ontsluitingen, en de Savuti Channel) zijn allemaal met elkaar op een met elkaar verbonden. Als we bij de ingang van het park komen blijkt er geen plek op de public campsite te zijn. De plek die voor ons gereserveerd is willen we eigenlijk niet omdat dit betekent dat we nog 30-40 km verder over de zandwegen moeten rijden in de bloedhitte. De thermometer die Toff in zijn auto heeft geeft 47 graden aan. Het is een raar verhaal wat we te horen krijgen. We hebben in het park een gereserveerde campsite maar mogen niet op een andere site kamperen. Mensen die niets hebben gereserveerd mogen hier wel komen kamperen. Very strange! Toff is redelijk boos en ook de charme van Kiddy helpt hierin niet. Men weigert. Jammer wat op de public campsite waren ook wat voorzieningen. We rijden dus verder naar een andere campsite in de buurt van Gchoha. In ieder geval niet naar de gereserveerde. Onderweg komen we nog een paar leeuwen tegen. Omdat we haast moeten maken om een plekje te vinden om de tenten op te zetten hebben we weinig tijd om hier uitgebreid te kunnen blijven staan. Dit wil overigens niet zeggen dat we als een gek door het park aan het rijden zijn. Tegen het eind van de middag komen we bij een andere ingang van het park aan. Toff doet zijn verhaal en de man waar tegen hij dit doet is zeer verontwaardigd over de gang van zaken. Maar ja, het is nu eenmaal zo en er kan weinig aan veranderd worden. We mogen in ieder geval ergens een plekje zoeken. De weg is wederom bijzonder zandig en voorzien van sporen waardoor de jeeps niet echt flexibel zijn. Dus als we een plekje vinden kunnen we er niet naar toe omdat de kans bestaat dat we dan weer vast komen te zitten. Het begint al wat donker te worden dus het zoeken naar een plekje is toch wel van groot belang. Tot overmaat van ramp komt toch ook nog een van de jeeps vast te zitten. Gelukkig krijgen we hem snel los. In de verte zien we giraffen over steken. Eindelijk ziet Toff een plekje waar wel zouden kunnen staan. Dit keer is het echt in de wildernis kamperen. De plekken waar we tot nog toe gekampeerd hebben waren campsites zonder voorzieningen, dit is niet eens een campsite. Om de tenten op te kunnen zetten moet goed gekeken worden naar een plekje waar weinig gras is. Nou ja gras! Het is meer stro met gemene stekels eraan. Net voor het donker is staan de tenten. Niet lang daarna komt een auto met een aantal rangers aanrijden. Wat wij hier eigenlijk komen doen, is de vraag, want je mag hier niet kamperen. Gelukkig kent Toff de mannen en verklaart waarom wij hier nu staan. We mogen blijven. Het was een enerverende dag.

Donderdag 9 oktober Savuti - Ngoma

Het is weer vroeg opstaan geblazen. Voor de liefhebber gaan we eerst een gamedrive maken. Degene die niet willen kunnen nog wat uitslapen. Onderweg zien we een hyena die een dijkbeen uit het karkas van een olifant versleept om er lekker aan te knagen. Het is de eerste hyena die we tijdens deze reis zien. Het is een behoorlijke jongen of misschien wel een meisje. We rijden over een heuvel waardoor we een prachtig uitzicht over het dal hebben. Toff vertelt veel over de bomen en de omgeving. Wederom zanderige wegen. Het zand blijkt van de Kalahari-woestijn te zijn. De Kalahari is een halfwoestijn in zuidelijk Afrika. Het is een gebied van ongeveer 500.000km² (13 keer Nederland). Hoewel er over het algemeen naar wordt verwezen als een woestijn is het dat eigenlijk niet, omdat er aanzienlijk meer regen valt dan in een echte woestijn. De Kalahari is een zeer gevarieerd gebied dat naast zandwoestijn ook grote stukken grassige steppe en savanne omvat. Het gebied beslaat het grootste deel van Botswana en het oosten van Namibië, en delen van Zimbabwe, Zuid-Afrika en Angola. De grassige gebieden worden getypeerd door lang stug gras, stekelige struiken en acacia’s. Er leven onder andere leeuwen, hyena's, verschillende soorten gazellen, stokstaartjes en bavianen . De oudste bewoners van de regio zijn de San of Bosjesmannen, maar het is één van de dunst bevolkte gebieden ter wereld. Kalahari is een woord uit het Tswana en betekent de grote dorst. Nou moet gezegd worden dat heel Botswana niet overloopt wat bevolking betreft. Soms rijden we hele stukken zonder ook maar een dorpje of iemand te zien. Bij de hoofdingang van dit deel van park belt Toff naar de organisator van de volgende campsite met het verzoek of we een dag eerder kunnen komen. Gelukkig kan dit en de plek wordt gereserveerd. Dit betekent dat we vandaag niet op zoek behoeven te gaan naar een kampeerplekje. Fijn. Als we terugkomen, staat het ontbijt klaar. Lekker. Hierna wordt de boel weer afgebroken, ingeladen en vervolgen we onze weg. We zijn al redelijk op weg als beide jeeps vast komen te zitten. Gelukkig krijgen we de jeep van Toff snel los. Die van Kiddy levert wat problemen op. Naast het feit dat ze vast zit, blijkt ook de ventilator van de radiotor stuk cq weg te zijn. Ja, daar sta je dan in het nergens. Om de boel compleet te maken krijgen we ook nog tegenliggers. Erg vervelend als er maar één zanderig weggetje is, een hoge wal is waar je niet even snel je auto over heen kan rijden en er een jeep vastzit. Het blijkt een belangrijke weg te zijn tussen Savuti en Serondela. Aan het eind van deze weg is een klein winkeltje. Besloten wordt dat Toff ons hiernaar toe rijden, de trailer loskoppelt en vervolgens terugrijdt om Kiddy naar deze plek te slepen. Zo gezegd zo gedaan. Terwijl Ben en ik en een aantal anderen aan een lekker koel drankje zitten, ploeteren de overigen aan de jeep van Kiddy. Eindelijk komen ze er dan aan. De jeep van Kiddy rijdt met op de motorkop Frank die water over de radiotor gooit om de boel koel te houden. Maar ja, nu staan we hier. Gelukkig weten Jan en Frank een oplossing te bedenken. Met een slang waarin gaatjes zijn gemaakt en ty-rips wordt een voorziening getroffen om de radiator koel te houden. Het is de bedoeling dat Tabo steeds water in die slang moet doen waardoor het water door de gaatjes de radiator van water voorziet. Je gelooft het niet, maar het werkt. Nadat iedereen een beetje bekomen is en er wederom water is ingeslagen rijden we verder. We halen de camping. Yes! Het is een fijne campsite. Lekker beschut onder de bomen. Het ritueel gaat weer van start. Tenten opzetten, matjes en kussens pakken, kijken of je stoffer en blik te pakken krijgt om je tent wat uit te vegen, Tabo en Captain graven weer gaten voor de toiletten en verzorgen de douches weer, terwijl Dandy zijn keuken aan het opstellen cq inrichten is. Nadat alles geïnstalleerd cq gesettled is gaan we weer op pad om dieren te spotten. Dit keer zien we 3 leeuwen in de verte rond lopen. En wat heel zielig was om te zien, een olifant die vast in de modder zat. Terwijl de andere olifanten op hun gemak het water uitstappen en hun weg langzaam vervolgen, probeert deze olifant zijn achterpoten uit de modder te trekken. Het lukt hem niet. Inmiddels kijken olifanten om en lopen naar hem/haar toe om misschien te helpen. Helaas. Als we wegrijden ligt de olifant er nog steeds. Ben benieuwd of we hem morgenochtend nog terug zien. ‘s-Avonds krijgen we bezoek van een kudde olifanten die langs onze campsite lopen. Het enige wat je hoort is het gekraakt van takken en af en toe een donkere vlek Door de grootte van de groep (15 man) is het best wel lastig om even alleen met de dieren geluiden te zijn.

Vrijdag 10 oktober

We starten vandaag weer met een gamedrive. Vanwege de defecte jeep van Kiddy gaan we met elkaar in één jeep op pad. Voor we weg gaan is afgesproken dat we alvast alle bagage uit de tenten zullen halen, zodat tijdens de game drive Tabo en Captain de tenten kunnen afbreken. Wanneer we dan weer terugkomen, kunnen we snel weg. Met Nick en een andere monteur van Delta Rain is afgesproken dat Toff hen om 11:00 uur van het vliegveld in Kasane zou afhalen. Nick en de monteur gaan dan de jeep repareren. Maar eerst gaan we kijken of de olifant die gisteren vast zat in de modder er nog is? En zo ja, levend of dood? Als eerste rijden we daar naar toe. Gelukkig, hij is niet meer te zien. We rijden een tijdje langs de rivier in de hoop nog iets spectaculairs te zien. Naast de zebra’s, impala’s, kudu’s (en takke), is er weinig te zien. Als we terugkomen op de campsite blijkt toch niet iedereen de boodschap begrepen te hebben. Er staan nog twee tentjes. De crew mag nl niet in de tenten komen om de bagage te verwijderen. Vandaar de twee tentjes. Als ook deze tentjes zijn afgebroken en ingeladen gaan we naar de volgende campsite. De jeep van Kiddy houdt het nog vol. De andere campsite ligt gelukkig niet zover, dus is het maar een klein eindje. Deze campsite is iets minder schaduwrijk dan de vorige. Maar iedereen vindt ook hier weer een schaduwrijk plekje. Snel wordt de trailer van Toff zijn jeep gehaald en ergens gestald en gaat Toff op weg naar het vliegveld om de monteurs op te halen. Wij zetten onze tent voor het laatste op en halen onze bagage. Dandy stelt weer een lekkere brunch samen, wat weer smullen geblazen is. Het is de rest van de dag een beetje hangen. Het is ongelofelijk warm. Met natte handdoeken over onze schouders en hoofd laten we de hitte gelaten over ons heen komen. Ik heb medelijden met degenen die bezig zijn om de jeep te repareren. In de hoop dat de douche verkoeling brengt ga ik onder de druppelende kraan van de waterzak staan. Resultaat: niets. Nog steeds warm. Tegen het einde van de middag gaan we weer rijden. We gaan weer met elkaar in één jeep. Kiddy brengt Nick en monteur weer terug naar het vliegveld. De jeep is (deels) gemaakt. We laden nog wat lege jerrycans in want er moet ook weer water gehaald worden. Het rijden is even heerlijk verkoelend. Dit keer is het bingo wat dieren betreft. Een mooie sabelantilope, een roanantilope, een baby giraf en een baby olifantje. De laatste was waarschijnlijk plm. 5 dagen oud. Bij het tanken van water komen we Kiddy weer tegen. De jongens zijn goed op het vliegveld afgezet. Nadat we water hebben getankt rijden we achter Kiddy aan. Opeens een drukte wat jeeps betreft. Daar waar we tot nog toe de enige waren staan er nu wel 5 jeeps stil. Maar waarom in hemelsnaam? Kiddy wijst naar links en jawel. Een luipaard! Wat ligt deze er prachtig bij op een dode boomstronk. Als een van de jeeps wegrijdt hebben we een mooie kijk op dit fascinerende dier. Ook dit luipaard lijkt zich niets te storen. Hij/zij kijkt eens naar links en dan weer naar rechts met een arrogantie waar je U tegen zegt. Zo te zien is hij/zij een beetje aan het uitbuiken. Echt mager kan je niet zeggen dat hij/zij is. Heerlijk ontspannend ligt het erbij. Jammer dat het wat donker wordt en wij eigenlijk weer weg moeten. Op weg naar de campsite steekt in het donker ineens een stekelvarken over. Ook nog nooit in het echt gezien. Het was een geweldige avond op de geur van een rottende olifant na.

Zaterdag 11 oktober

Iedereen is inmiddels gewend om vroeg op te staan voor de game drive. Het lijkt een beetje eentonig te worden, maar dat is het zeker niet. Vannacht en ook nu waait het behoorlijk. Volgens Kiddy een teken dat het niet al te lang meer gaat duren voordat het gaat regenen. Ik hoop dat dat niet gebeurd als wij nog aan het kamperen zijn. Tijdens de gamedrive, we rijden weer met 2 jeeps, proberen we natuurlijk weer het luipaard te spotten. Helaas. We zien wel sporen, maar van het dier zelf helaas niet. We zien nu wel veel gieren die zich te goed doen aan het karkas van een buffel. Iets verderop zijn een paar jakhalzen met elkaar aan het spelen. Het zijn net jonge honden. Ook buffels zien we dit keer. Het lijkt net of deze dieren met pruiken lopen. Een grappig gezicht. Soms komen we ook andere jeeps tegen. Toff maakt af en toe een praatje met de andere chauffeurs in de hoop te weten te komen waar nog iets spectaculairs te zien is. Ook zij hebben niets gezen.  Het zal aan het weer/wind liggen dat er ook dit keer weinig te zien is. Opeens horen we een geweldige knal. Eerst dachten we dat het een steen was die aan de onderkant van de jeep van Toff aanklapte. Het blijkt een bijna gebroken veer van de jeep te zijn. Redelijk langzaam rijden we terug in de hoop dat de veer niet helemaal afbreekt. Als we gebruncht hebben gaat een ieder zijn eigen gang zover als dat mogelijk is. Iedereen is de warmte eigenlijk een beetje zat. Je weet niet goed meer waar je nog enige verkoeling door krijgt. Omdat we op campsite zitten zonder enige voorziening is er ook niet een lekker koel drankje voorhanden. Het water, frisdrank, bier heeft inmiddels een temperatuur van rond de 20-30 graden bereikt. Enig idee hoe dat smaakt? Niet dus. Om plm. 12:30 uur gaan we langzaam rijdend naar de boot. Een boottocht over Chobe staat op het programma. Zou dat wat verkoeling met zich mee brengen? Het is een bootje met een overkapping, dus dat zit wel goed. Vervolgens zijn aan beide kanten van de boot 2-2 zitjes. Met ons is de boot dan ook vol. Langzaam varen we langs de olifanten die iets verderop aan het badderen zijn. Ook hier zijn ze weer in alle maten. Daar waar we eerst alleen maar impala’s zagen zo zien we nu alleen maar olifanten. Dichtbij, veraf, klein, groot, jong, oud. We varen nog langs de Chobe Safari Lodge, waar in het gras een varaan verscholen zit. De derde van deze vakantie. Al eerder hebben Ben en ik een boottocht over de Chobe gedaan en zijn benieuwd of we de camping zien waar we toen hebben gestaan. Eerst dachten we dat de plek naast Chobe Safari Lodge was, maar nee. Bij het varen langs een eilandje zien we nog nijlpaarden. En ja hoor, in de verte een leeuwin. We varen als een speer naar het stuk land waar ze loopt. Vlak voor het stuk land glijdt net een krokodil het water langs ons bootje. Ik hoop niet dat hij onder de boot met zijn staart gaat slaan. Hebben we met elkaar toch een probleem. Alle waterbokken en wrattenzwijntjes kijken naar wat de leeuwin wellicht gaat uitspoken. Je kunt duidelijk zien dat de leeuwin op zoek is. Dan verdwijnt ze weer in een greppel en even later al sluipend richting waterbokken. Wat bootjes betreft is het ineens druk. Iedereen wil natuurlijk graag zien wat er allemaal gaat gebeuren. We blijven totdat ze verdwenen is en varen dan weer terug. Als we terugkomen, staan Toff en Kiddy ons weer op te wachten. Tussen neus en lippen door verteld Toff dat het nu ongeveer 52 graden is! Langzaam rijden we weer naar de campsite waar Dandy inmiddels weer het diner voor ons klaar heeft. Na het diner is er het afscheid van onze crew. We hebben een inzameling van de fooien gedaan, waarbij Eric als extra zijn hoed aan Tabo schenkt. Dandy, Captain en Tabo zijn er blij mee, ondanks dat je dat niet zo aan hen merkt. Onze laatste nacht in een tent deze reis!

Zondag 12 oktober Chobe – Livingstone

Voor het laatste de tentjes afbreken. Het geeft een goed gevoel te weten dat je de komende nacht weer lekker in een bed slaapt nadat je eerst heerlijk uitgebreid gedoucht hebt. Ben en ik kijken nog wat wij uit onze bagage kunnen laten. Er worden nog wat T-shirtjes aan Captain en Dandy gegeven. Ook hiermee zijn ze blij. Na het ontbijt wordt even bekeken hoe de verdeling van de jeeps nu moet zijn. De jeep van Toff kan niet te zwaar beladen worden vanwege de defect veer. De achterbank, boven de defecte veer, blijft dan ook redelijk leeg. Het wordt dus even schuiven met elkaar. Als dat eenmaal geregeld is gaan we weg. Een raar idee dat je weet dat de reis eigenlijk ten einde is. Je hebt nog wel een dagje Livingstone, maar dat is het eigenlijk niet! Al rijdend probeert Toff nog steeds sporen van het luipaard en leeuwen te ontdekken. De sporen zijn er wel, alleen de dieren zelf niet. Afgesproken is dat Toff en Kiddy ons in Kasane bij een lodge achterlaten. Wij kunnen dan even lekker bijkomen bij het zwembad en zij kunnen hun spullen opruimen. Kasane is namelijk de thuisbasis van Toff en Kiddy. Als zij de spullen (keuken, tenten, matrasjes, etc.) hebben opgeruimd kunnen we met één jeep naar Livingstone. Het is nog wel even rijden naar de lodge. Onderweg komen we nog een jeep met Japanners tegen. Compleet voorzien van mondkapjes en witte handschoenen. Al dat stof ook! Het is een feest om bij de lodge aan te komen. De lodge ziet er redelijk chic uit en daar komen wij dan aan met onze stoffige kleren. Dan heb ik het nog niet eens over de zwarte voeten. Liesbeth, Willeke, Frank, Ben en ik gaan eerst naar het winkeltje om een leuke kaart voor Toff en Kiddy te kopen. Met elkaar willen we hen een fooi geven. Het is dan leuker om dit in een enveloppe te doen dan zo het geld te geven. Hierna zoeken we een lekker plekje in de schaduw. Na een heerlijk kopje koffie nemen Willeke en Ingrid een duik in het zwembad. Willeke probeert eerst nog haar voeten in de wasbak van het toilet schoon te maken. Het is steeds even schrikken als er mensen aan komen. Ingrid durft niet zo goed, dus gaat zij snel met zwarte voeten het zwembad in. Het water is in eerste instantie wat koud. Je lichaam is natuurlijk zo warm, dat het water al snel koud lijkt. Eenmaal door is het heerlijk. Heerlijk om mijn haren in het water wat uit te spoelen. Een aantal van ons zit aan de kant met de voeten in het water de teennagels enigszins schoon te krijgen. Na even gezwommen te hebben ga ik eruit. In de zon, onder het genot van een St. Louis (biertje), warm ik mij weer. We komen weer helemaal bij. Bij elkaar zitten we hier denk ik plm. 2 uurtjes als Toff Liesbeth belt met de mededeling dat ze er aan komen. Niet lang daarna komen ze inderdaad. Met elkaar in één jeep (wat best gaat) gaan we weer naar de pont in Kazungula. Zoals we dat aan de andere kant hebben gezien, zo is ook hier een file van wachtende vrachtwagens. Toff rijdt helemaal door tot voor de pont. Allerlei mannetjes willen Toff wel tegen betaling helpen om zo snel mogelijk Zambia in te komen. Het is meer dan duidelijk dat Toff hier geen zin in heeft, wat ik mij ook helemaal kan voorstellen! De eerste pont is vol maar de pont hierna mogen we oprijden. Het gaat allemaal redelijk snel. Ook bij de grens gaat het snel. Als we bij de grens wegrijden komt Toff er na een paar honderd meter achter dat hij nog niet zijn paspoort heeft laten stempelen bij binnenkomst van Zambia. We rijden dan dus weer snel terug en Toff sprint naar de grenspost voor zijn stempeltje. Niet lang daarna rijden we dan echt Zambia weer in. Het is overigens ook weer lekker om op gewoon asfalt en weer een beetje in de bewoonde wereld te rijden in plaats van de zandwegen. Tegen de middag komen we bij The Bushfront aan. De huisjes worden weer verdeeld waarna we de bagage erin zetten. We hebben redelijk trek, dus eerst even lunchen. Ben neemt een hamburger en ik een salade met….. een biertje. Lekker, lekker. Toff stelt voor om vanavond met elkaar bij The Waterfront te gaan eten. Iedereen stemt hiermee in. Afgesproken wordt dat wij om plm. 18:45 daar naar toe vertrekken. Tot die tijd kan een ieder doen waar hij/zij zin in heeft. Het is nog te warm om te douchen, dus Liesbeth, Frank, Willeke, Ben en ik blijven en beetje bij het zwembad praten en de reis door te nemen. Als het enigszins is afgekoeld en het bijna tijd is om te vertrekken gaan Ben en ik ons uitgebreid douchen. Wat een genot! Zeker als je weet dat je in een soort grot onder een waterval staat. Op tijd zijn we klaar om naar de The Waterfront te gaan. Het is er ontzettend druk. Als je zolang in de bush bent geweest, is het mij te druk. Een buffet staat klaar en wordt er nog geproost op de verjaardagen van Toff, Kees en Frank. Nadat we gegeten hebben bedankt Liesbeth Toff en Kiddy voor hun gezelschap, kennis en kunde, zorg en humor. Aan dat laatste hebben beiden zeker geen gebrek. Tijdens een gesprekje dat Ben met Toff heeft krijgt Toff dan eindelijk de Heineken-cap die Ben bij zich heeft. Min of meer zat Toff hier al naar te gluren. Om Kiddy niet zonder lege handen weg te laten gaan krijgt zij de kaart met het door ons (Liesbeth, Frank, Willeke, Ben en ik) ingezameld geld. Als een aantal mensen aangeven weg te willen gaan we terug naar The Bushfront. Helaas is hier alles gesloten. Wij hadden nog wel even met een groepje mensen het geheel willen afsluiten. Het wordt dus redelijk vroeg naar bed. Ben steekt voor we gaan slapen nog de anti-muggen-spiraal aan, doen de klamboes dicht en gaan slapen.

Maandag 13 oktober Livingstone – Johannesburg

Een aantal van ons heeft de Victoria-watervallen nog niet gezien. Met z’n 9-en bestellen we een busje nadat we ontbeten hebben. Ontbijt was erg lekker. Vers fruit, omelet of wat voor ei dan ook, yoghurt. Kortom: lekker. In plaats van een busje komen er 2 taxi’s aan. Liesbeth zou mee gaan, maar voelt zich ineens niet echt lekker. Met Frank en Willeke nemen Ben en ik een taxi. Daar waar de taxi bij de watervallen stopt is ook een craftmarket. Eerst maar even de watervallen. We hoeven niet ver te lopen om de waterval te zien. Het is wel een heel andere waterval die je anders van de andere kant (Zimbabwe) ziet. Deze stelt eigenlijk niet veel voor. Nu is er ook wel weinig water, maar toch. Wat wel heel mooi is, is dat je de regenboog steeds lager en steeds mooier van kleur de waterval in ziet gaan. Menig foto is hier dan ook van gemaakt. We lopen nog iets meer naar beneden en zien de brug waar de bungee-jumpers van afspringen. Een aantal jaren geleden hebben we dit van de kant van Zimbabwe gezien. Ik moet zeggen dat het van die kant wel mooier is. Ook het hotel in Zimbabwe waar we toentertijd high-tea hebben genuttigd in onze stoffige kleren tussen het vele blingbling van de dames die daar toen waren, is hiervandaan te zien. Als we net weg willen lopen ziet Ben een collega “Martin”. Martin is net een paar dagen onderweg (zaterdag aangekomen in Jo’burg) en nog nooit in Afrika geweest. Het zal een hele belevenis voor hem worden. Als Ben hem aanspreekt weet Martin niet wat hij zeggen moet zo verbaasd is hij. Nadat we afscheid van elkaar hebben genomen lopen we nog even de markt over. Liesbeth en Frank willen nog wat voor nichtjes kopen en wij dwalen wat rond totdat we worden aangesproken door een van de winkeliers. Uiteraard komen we weer met wat thuis. Dit keer twee houten hoofdjes (mannetje-vrouwtje) en twee kettinkjes met het teken van de Victoria-watervallen. Met de chauffeur hadden we afgesproken dat hij ons rond 10:30 uur weer zou ophalen. En jawel rond die tijd stond hij er. Omdat we de markt wel gehad hebben, nemen we de taxi en gaan weer naar de lodge. Ingrid neemt nog snel een een douche en terkt haar reiskleding aan voordat we weg gaan. Op het vliegveld nemen we dan daadwerkelijk afscheid van Toff en Kiddy. Het voelt vreemd. Tijdens de reis zijn zij zo eigen geworden dan het pijn doet om afscheid van hen te nemen. Maar het zal toch moeten. Het in checken duurt even. Gelukkig kunnen we de bagage meteen laten doorsturen naar Amsterdam. Wel zo prettig, anders zit je de tijd die je in Johannesburg moet door brengen met je bagage. Ben en ik met Hildo, Katja, Nico en Peter zijn ongeveer een beetje de laatste. Maar het spreekwoord de laatste zal de eerste zijn (even iets anders dan het daadwerkelijke spreekwoord) komt ons goed uit. De economy-class van British Airways blijkt vol te zijn. Voor het eerst in ons leven reizen we business-class. Jammer dat het de vlucht is van Livingstone naar Jo’burg in plaatst van Jo’burg Amsterdam. Tijdens deze vlucht zitten Ben en ik namelijk een paar rijen van elkaar verwijderd. Bij het instappen van het vliegtuig worden we verwelkomd met een glaasje (echt glas) champagne. Omdat de vlucht niet lang duurt, krijgen we al snel onze maaltijd. Nou in dit geval diner. Het voorgerecht bestond uit een salade in een stenen bakje. Wederom werd ons gevraagd wat wij hierbij wilden drinken. Nou, wat dacht je van nog een glaasje champagne! Hierna konden we uit het hoofdgerecht kiezen. Beef met aardappeltjes of lint macaroni met een curry van kip. Het wordt de lintmacaroni met kip. Als dessert kan gekozen worden uit een pudding of een kaasplankje met vers fruit. De keuze was niet zo moeilijk, kaasplankje. Het is echt verwennerij. Na ongeveer 1:30 uur landen we in Johannesburg. Nu dus 8 uur wachten op onze vlucht van 23:30 uur naar Amsterdam, Phoe….. We zouden met een transferbus naar een shoppingmall buiten de luchthaven kunnen gaan waarbij ook een casino en restaurantjes zijn of gewoon op de luchthaven blijven. Liesbeth, Frank, Willeke, Ben en ik kiezen voor het laatste. Het is een mooi vliegveld met mooie winkel. Het is alleen wel een hele zit als je 8 uur moet wachten. Het is bijna een complete dag. Als we dan ook eindelijk mogen vertrekken zijn we lichtelijk gebroken en weer aan vakantie toe! We zullen nog twee maanden moeten wachten. Op 15 december vertrekken we naar Zuid-Afrika voor 18 dagen.