Reisverslag Uganda – Rwanda
2 september – 2 oktober 2009
Deelnemers: Karen en Marco, Ben en Ingrid

Gids en chauffeurs: Annette en Isma (Uganda) en Nathan (Rwanda)
Woensdag
2 september 2009 - Brussel
Omdat we
donderdag heel vroeg vanuit Brussel naar Entebbe (Uganda) vliegen, besluiten we
om een dag eerder naar Brussel te gaan en daar in het IBIS-hotel vlakbij het
station te overnachten.
Onze lieve
buurman Rob is zo vriendelijk om ons naar het station te brengen. Dat is erg
fijn vanwege onze rugzakken die behoorlijk vol zitten met spullen voor Annette
en haar zoon Antonio en dus zwaar
zijn. Van onze vriendin Ria hebben we veel
kleren, tandenborstels, tandpasta, etc. meegekregen voor Antonio.
We hebben de
trein van even 12:00 uur en zijn rond 14:00 uur in ons hotel. Snel even alle
spullen in de kamer zetten, want willen nog naar het centrum. Het is even
zoeken, maar we vinden dan toch nog de Grote Markt. De terrasjes op het plein
zitten behoorlijk vol, het is ook prachtige weer. Na de Belgische pintjes lopen
we nog wat in de stad rond en komen natuurlijk ook bij Stoofstraat/Eikstraat
waar in een hoekje het standbeeldje van Manneke Pis staat. Ooit in opdracht van
het stadbestuur gemaakt als versiering van een publieke fontein waarbij het
lijkt alsof het jongetje urineert. Ons is vertelt dat het bij speciale
gelegenheden bier of wijn plast in plaats van water. Maar dat even terzijde. We
lopen op ons gemak verder richting hotel. Het is nog te vroeg om de stad te
eten en we willen graag voor het donker in ons hotel zijn. We maken dan ook de
fout om in het hotel te eten. Wat een vergissing! Het is absoluut niet lekker!
De kip met championsaus en rijst van Ingrid, blijkt een ragout (en zo te
proeven uit blik) waar kraak nog smaak aan zit. De hamburger van Ben was ook al
niet veel. Dit terwijl je in Brussel zo lekker zou kunnen eten. Na nog wat aan
de bar te hebben gezeten willen we naar bed. Dus even afrekenen. Dat even bleek
het niet even te zijn. Nadat we de rekening hadden betaald en wij voor de
liften stonden te wachten kwam de ober ons achterna. Het bleek dat we een
verkeerde rekening hadden betaald. Het viel ons wel op dat de rekening nogal
laag was. Maar ja, het slechte eten zal dan ook wel niet zo duur zijn geweest,
dachten we. Ook het narekenen, het omwisselen met de goede rekening liet
allemaal even op zich duren. Na een half uur konden we dan toch naar onze
kamer. De kamer was overigens prima. Het is een echt zakenhotel.
Donderdag
3 september – Brussel – Entebbe (Uganda)
We staan
rond 06:30 uur op. Het regent. Op ons gemak willen we nog even ontbijten
voordat we met de trein naar de vlieghaven Zaventhem gaan.
Je kunt het
je bijna niet voorstellen, maar het ontbijt was nog slechter dan het eten van
gisteravond. Oud brood, rauwe eieren waar niets naast stond waarmee je het nog
zou kunnen koken, uitgedroogde
plakjes kaas, etc. Kortom: niets lekker om te
ontbijten. Een kopje thee/koffie en dat was het wel. Een slechte ervaring wat
we zeker niet nog eens zouden doen. Volgende keer dan maar heel vroeg uit onze
woonplaats vertrekken om op tijd in Zaventem te zijn.
Het
inchecken op het vliegveld ging heel vlot. Gisteren hebben we dat thuis nog
online kunnen doen en dat scheelt echt. Het is nog een behoorlijk stuk lopen
naar de gate waar vandaan we vertrekken. Nadat we allerlei controle checks
hebben ondergaan, drinken we nog even een kop koffie voor we verder lopen. Dat
is maar goed ook, want na de toegang tot de gate, blijkt dit niet meer mogelijk
te zijn.
Het
inchecken gaat redelijk snel. We hebben fijne plaatsen. Aan Imke,
medewerkerster van Habari, had ik gevraagd om, als het kon, ons aan het gang
pad te zetten. Achter of naast elkaar was geen probleem en dat is gelukt. Na
enige wisselingen van passagiers naast en achter mij kon Ben naast mij zitten.
Dat was natuurlijk helemaal goed.
Ja, wat moet
je verder van een 10 uur durende vliegreis vertellen. Weinig. Nou ja, we
maakten nog een tussenlanding in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. We moeten in
het toestel blijven terwijl de schoonmaaksters het toestel aan het opruimen
waren. Even een onderbreking van een saaie vlucht zullen we maar zeggen. Een
beetje raar, want Kigali ligt zuidelijker dan Entebbe, dus moeten we weer terugvliegen.
Maar op een reis van 10-11 uur maakt een tussenlanding ook niet zoveel meer
uit. Normaal gesproken is het nog wel even rondkijken of je wellicht nog
medereizigers ziet. Dat hoefden we dit keer niet doen omdat we 2 dagen eerder
aankomen dan dat de daadwerkelijke reis begint.
Op het
vliegveld in Entebbe staan Paul (de broer van onze vriend Bart, eigenaar van
Habaritravel) en zijn chauffeur Faroek ons op te wachten. Het is niet ver
rijden als we dan uiteindelijk weer in het vertrouwde Airport Guesthouse
Entebbe (http://www.gorillatours.com/gorilla-tours/airport-Guesthouse-entebbe.html) zijn. Hier krijgen we een mooie kamer (nr.
4) toegewezen. Zo in eerste instantie is er weinig veranderd. Er zijn wat
wisselingen in het personeel en er zijn twee kamers bijgebouwd, maar verder het
er als vanouds uit. Met Paul drinken we nog wat in de mooie tuin onder een
stralende sterrenhemel. We horen van hem dat morgenavond onze twee
medereizigers arriveren met nog een groep die de Uganda-Tanzania reis gaan
doen. Leuk om ze te ontmoeten. Tegen 23:00 uur vinden we het tijd om naar bed
te gaan. Wat we morgen gaan doen weten we nog niet. Misschien dierentuin,
bezoekje brengen aan Kampala, misschien een boottocht door het moeras. We zien
het wel. We zullen in ieder geval geld moeten tappen. Nu maar eerst lekker
slapen.
Vrijdag
4 september – Entebbe
Na een goede
nachtrust in een heerlijk kingsize bed worden we toch bijtijds wakker. Na het
ontbijt krijgen we een telefoontje van Bart of we zin hebben om vanavond bij
hem en Virigo (zijn vrouw) te komen eten. Het is leuk om hem na zijn dag in
Burgers Zoo weer te zien, dus "Ja, we hebben zin en komen". Tegen
16:00 uur worden we verwacht en afgesproken wordt dat Faroek ons zal brengen.
Ook weer geregeld. We besluiten om het vandaag lekker rustig aan te doen.
Faroek moet van Paul nog wat boodschappen
doen waarvoor hij ook naar de bank moet. Een mooie gelegenheid om met hem mee
te rijden naar de Stanbic-bank in Entebbe. We kunnen met de auto niet bij de
bank komen. De weg is voor een deel afgesloten omdat vandaag de president
Museveni (sinds 1986 president) een school en een waterleidingbedrijf komt
openen. We worden dan ook ergens afgezet en lopen verder naar de bank. Voor de
pinautomaat staat een rij van hier tot Tokio. Het is het begin van de maand.
Een dag waarop onder andere het schoolgeld voor de komende 3 maanden betaald
moet worden. Automatische afschrijvingen of iets dergelijks is hier nog niet
echt ingeburgerd, dus staan veel mensen in de rij om het geld op te nemen en
vervolgens elders weer af te geven. Het is leuk om te zien hoe dit alles reilt
en zeilt. Het gaat allemaal nog betrekkelijk snel voor Ben aan de beurt is.
Als dit
achter de rug is lopen we naar Kitoro een wijkje net buiten het
"centrum" van Entebbe. Er blijkt markt te zijn. Zoals alle Afrikaanse
markten is het ook hier, in onze ogen, een zooitje, maar altijd weer leuk om
over heen te lopen. In een lokale kroeg drinken we wat. Naast ons is een
restaurantje waar op een houtskoolvuurtje de gerechten worden bereid. Een
aantal bezoekers in ons kroegje krijgen netjes hun bestelling die zij bij de
buren hebben gedaan, aangereikt. Het ziet er smakelijk uit.
Even na
lunchtijd lopen we weer naar het Guesthouse waar we een lekkere sandwich
bestellen. Het is prachtig weer met een stralende zon, dus Ingrid gaat er even
helemaal voor zitten. Ook al kan ze goed tegen de zon, is het wel uitkijken. De
zon staat echt pal boven haar. Tegen 15:00 uur worden we door Faroek geroepen
dat hij zo weggaat. Snel frissen we ons wat op, verzamelen de zakken drop, het
stuk belegen kaas, de zak met kruidnootjes en dan kunnen we weg.
Bij aankomst
staan Virigo en, tot onze grote verrassing, Annette ons op te wachten. Bart
komt wat later. Hij is nog volleybaltraining aan het geven. Het is echt goed
hen weer terug te zien. Alle wetenswaardigheden worden weer uitgewisseld en
voor we het weten is het weer tijd om naar Entebbe terug te gaan. Afgesproken
wordt dat wij na onze rondreis elkaar weer treffen.
Annette
rijdt met ons mee. Vanaf nu geldt dit voor haar als werk en moet zij ook de andere
gasten op het vliegveld verwelkomen.
Ook al is
Ingrid behoorlijk moe (waarschijnlijk van het niets doen), toch wachten we op
de andere reisgenoten. Wel zo aardig om hem welkom te heten, ja toch niet dan?
Tegen 22:00 uur komen ze aan en ontmoeten we onze reisgenoten Karen en Marco.
Corine, Marijn en Jeroen gaan met nog een stel (dat later aankomt) de
kampeerreis Uganda-Tanzania doen. Na wat met elkaar gedronken gaan, nemen we
afscheid en gaan naar bed.
Zaterdag
5 september – Entebbe
Vandaag gaan
we met de hele groep naar bank, want ook de anderen moeten geld wisselen. Dit
keer lopend. Het is ongeveer een half uurtje en wel zo lekker om "even
iets sportiefs" te doen. Gelukkig staat er deze keer niet zo'n rij.
Misschien komt het omdat het zaterdag is? Nadat iedereen geld heeft gepind of
heeft gewisseld gaan we naar de Entebbe Zoo (http://www.ugandatourism.org/Entebbe%20Zoo.php) ofwel de dierentuin. Iedere keer als wij
in Uganda zijn gaan we wel een keer kijken. Steeds is er wel iets nieuws te
zien, plus het feit dat we een bijdrage leveren aan het educatieve karakter van
de tuin. De tarieven zijn hier zo opgesteld dat de lokale bewoners er voor een
gereduceerd bedrag in mogen. Ook voor Afrikanen zijn aparte tarieven en voor de toeristen. Een prima systeem omdat
hierdoor ook de lokale bewoners de tuin kunnen bezoeken. Ook al is het voor de
lokale bewoners nog steeds een aanzienlijk bedrag. In de dierentuin gebruiken
we ook de lunch. Hierbij moet je goed op je maaltijd letten want voor je het
weet heeft een Vervet monkey het gepikt. In de loop van de middag wandelen we
weer op ons gemak naar het Guesthouse. Nog even lekker in het zonnetje zitten,
drankje erbij. Het is hier wel uit te houden. Omdat er redelijk veel gasten
zijn gaan we bbq-en.
Het is erg lekker, maar vooral gezellig. We wachten nog even op de
medereizigers die met Corine, Marijn en Jeroen de trip Uganda-Tanzania gaat doen.
Na ook hen welkom te hebben geheten, drinken we nog wat met elkaar. En wie zien
we dan ineens verschijnen? Onze vriend
Zondag 6 september
-
Vandaag
begint dan de "echte" reis. Het regent. We staan vroeg op om op tijd
te vertrekken. De andere groep is al vertrokken. Ook zij doen de reis per jeep.
Vanwege de bagage (koffers, maar ook de tenten en het kookgerei) hebben zij
echter een aanhanger bij zich. Omdat wij maar met z'n zessen (incl.
De meeste
van de inwoners zijn arm en wonen op het platteland. Masindi is ook een
marktplaats langs de de mooi geasfalteerde weg van Kampala naar het Murchison
Falls National Park.). Er wordt hard aan de wegen gewerkt. In Masindi gebruiken
we de lunch. Ingrid's eerste samosa. Lekker. Onderweg moeten we met de auto
snel langs de kant van de weg, want worden met een gigantische snelheid
ingehaald door een aantal auto’s die bij de President behoren. Het is echt
maken dat je weg komt van hun route! Intussen het zonnetje weer gaan schijnen
en rijden we door prachtige bananen- en citrusplantages. In de loop van de
middag komen we in Budongo Forest aan. Dit bos is een vochtig,
semi-bladverliezend tropisch regenwoud gelegen op de top van de Albertine Rift.
Een belangrijk doel van de Budongo Forest Conservation Field Station is te
bestuderen en de chimpansee tegen de lokale bevolking te beschermen. De
chimpansees van het Budongo Bos werden voor het eerst onderzocht in de jaren
60. We hebben nog even de gelegenheid om goede schoenen (met Teva's is het niet
zo lekker lopen) aan te trekken, sokken in lange broek vanwege eventuele
insecten zoals rode mieren. Very charming! Van 600-700 chimpansees die hier hun
thuis zouden moeten hebben zien wij er helaas niet één. Na een uur gelopen te
hebben, plm. een uur te hebben staan wachten (in de hoop ze misschien toch nog
te zien) lopen we weer terug. We hebben geen enkele aap gezien. Jammer. Maar we
krijgen nog meer kansen. Op zich is het wel leuk om door een dergelijk oerwoud
zonder paden te lopen. Een hoop gestruikel vanwege lianen en bukken voor
laaghangende takken. Is dit leuk? Ja, zelfs Ingrid vindt het leuk.
Na de wandeling rijden we verder naar
Murchison Falls. Onderweg halen we de andere groep in. Ze rijden beduidend
langzamer dan wij. Kan ook bijna niet
anders als een aanhangertje achter je jeep hebt hobbelen. Ook de weg is
beduidend minder geworden. Asfalt heeft plaatsgemaakt voor de bekende rode
aarde, zand, stof, bobbels, etc. Na het gehobbel komen we tegen 18:00 uur op de
campsite Red Chilli. Voor ons is het alweer 6 jaar geleden dat we hier voor het
laatst geweest zijn. Op zich is er niet veel veranderd. Er zijn banda's en een
extra gebouwtje voor sanitair bijgebouwd. Het gebouw waar het restaurant en bar
is, is nog hetzelfde gebleven. Het stel dat de camping toen runde is er helaas
niet. Annette weet ons te vertellen dat de man van het stel tijdens een
reddingsactie bij de watervallen als hapje voor een krokodil heeft gediend.
That's live in Africa! Met Karen en Marco delen we een huisje. Zitkamer, badkamer/toilet en
twee slaapkamers. Helemaal prima voor 2 nachten. Als we achter een koel drankje
zitten komt de andere groep aan. Er wordt afgesproken om met elkaar te eten. Om
de keuken alvast voor te bereiden geven we nu al door wat we willen eten.
Tijdstip van eten: 19:30 uur. Mooie tijd. In de tussentijd even lekker douchen,
bijkomen van het gehobbel, de dag even met elkaar doornemen en niet te vergeten
het dagboekje bijwerken.
Het eten is
heerlijk en gezellig. Na het eten is het nog even wat drinken en dan naar bed.
Morgen om 06:00 uur op voor de eerste gamedrive. We hebben er zin in!
Maandag
7 september - Murchison Falls
Zoals al
eerder geschreven 06:00 uur op. Even een kop thee/koffie en dan in de jeeps (we
gaan met de andere groep) naar de pont om ons naar het National Park te laten
brengen.
We zouden
naar de pont kunnen lopen maar vanwege de dieren is het te gevaarlijk en mag
dat dus niet. Het duurt even voor de motoren van de pont starten en de auto's
erop mogen.
Om het park
te bezoeken moeten we met een pont de Witte Nijl over. Het is een korte vaart
waarbij wij de zonsopgang mogen bewonderen. Een prachtig gezicht als je de zon
zo over het land ziet opkomen. Als stadsmensen maken we dit in Nederland niet
dagelijks mee. De vorige keer dat we in dit park waren hebben we voor het
merendeel met de auto in de modder vastgezeten. Nu is dit gelukkig niet het
geval en kunnen we van het park genieten. Het Nationaal park Murchison Falls is
een park in het noordwesten van Uganda en strekt zich landinwaarts uit vanaf de
oever van het Albertmeer. De Witte Nijl stroomt van oost naar west door het
park en heeft wilde watervallen en stroomversnellingen. Het 3860 km² grote park
is genoemd naar de Murchison watervallen, die weer genoemd zijn naar de Schot
Roderick Murchison, oprichter van de Royal Geographical Society; het park wordt
ook wel Kabalega Falls National Park genoemd. Het ligt op ongeveer 6 uur rijden
van Kampala. In het park leven o.a. Rothschild-giraffen, olifanten,
nijlpaarden, buffels, hartebeestenen, waterbokken, Uganda kobs, oribi’s,
wrattenzwijnen, bavianen,
pata’s aapjes en diverse soorten vogels. Het wild heeft zich gedeeltelijk
hersteld van de slachting door stropers en soldaten van Idi Amin. Het park
grenst aan het Budongo Central Forest Reserve (waar we gisteren de chimp-walk
hebben gedaan), het Kaduma Game Reserve en het Aswa-Lolim Game Reserve. We zien
inderdaad giraffen, maar ook olifanten en alle andere genoemde diersoorten.
Tegen 12:00 uur gaan we weer terug naar de pont. We moeten op tijd zijn want de
volgende gaat pas om 14:00 uur en voor de middag staat een boottocht op het
programma.
Als we op de
campsite komen gaan we eerst maar onze lunch bestellen. We hebben eigenlijk wel
trek, na alleen een kopje koffie/thee om 06:00 uur. Terwijl we op de lunch wachten
genieten we van het zonnetje. Ook de andere groep is intussen teruggekomen. Zij
hebben een ander deel van het park bezocht, maar zijn dezelfde soort dieren
tegen gekomen.
Na de lunch
is het weer tijd op te vertrekken. We gaan weer naar de pont. Deze keer gaan we
niet met de pont maar met een boot
naar de watervallen. We gaan wat vooraan zitten omdat het motortje van de
boot behoorlijk wat herrie maakt en stank achterlaat. We varen langs de kant en
zien geweldige krokodillen, nijlpaarden,
diverse vogels en natuurlijk weer de diverse herten. De lucht begint behoorlijk
te betrekken en in de verte horen we gerommel en zien we lichtflitsen. Het is
te hopen dat dit niet onze kant op komt. Helaas, ja dus! Het begint ineens
enorm te waaien en grote regendruppels vallen op ons neer, ondanks dat het
bootje een overkapping heeft. Donder en bliksemschichten volgen elkaar bijna naadloos
op. Lekker op het water!? We gaan maar wat meer naar de oever om te schuilen.
De schipper doet hard zijn best om ons zo droog mogelijk te houden door zeil
aan de zijkant van de boot te spannen. Helaas helpt dat weinig. We slaan
reddingsvesten om ons heen in de hoop toch nog wat droog te blijven. Omdat dit
niet voorzien was hebben wij natuurlijk geen regenjacks bij ons. Binnen de
kortste keren zijn we dan ook doorweekt.
Op de vraag of we wel of niet door moeten varen, besluiten we toch
verder te gaan. De watervallen
zijn niet zover meer. Het doorvaren is de moeite waard. Met een geweldig geraas
stort het water naar beneden. Het is een prachtig gezicht. We blijven een
tijdje hier naar kijken. Als iedereen het weer mooi genoeg gevonden heeft, gaat
de boot naar de kant. De andere groep gaat namelijk naar de bovenkant van de
waterval lopen. Wij laten ons echter naar het beginpunt terugvaren. Op de
terugweg is weinig te zien. Ook dieren zijn waarschijnlijk gaan schuilen voor
de regen en het onweer. De zeldzame schoenbekooievaar laat zich dan ook niet
zien. Wanneer we weer bij het beginpunt zijn, staan Annette en
Tegen 18:00
uur komen ze terug. Moe maar voldoen. Het bleek toch een hele klim te zijn
geweest. Tegen 19:30 uur gaan we weer met elkaar eten. Tijdelijk voor de
laatste keer. Klinkt raar, maar een paar dagen zien we elkaar niet. In Kibale
zullen we elkaar weer tegenkomen.
Dinsdag
8 september - Murchison Falls - Hoima
Hieperdepiep
hoera, Ben! Het is alweer vroeg opstaan. Inmiddels zijn we er aan gewend en
zijn dan ook voor de wekker wakker. Vannacht heeft het behoorlijk geregend en
het is nu bewolkt. De andere groep is al druk bezig om hun tenten in te pakken
als we aan komen lopen. Zij hebben een lange rit naar Kibale voor de boeg.
Gezamenlijk ontbijten we nog, voordat Karen, Marco, Ben en Ingrid een boottocht
naar de Delta maken. We worden door de andere groep vrolijk uitgezwaaid. Weer
worden we naar de pont gereden en halen onderweg meteen de schipper op. Het is
dezelfde boot inclusief schipper als gisteren. Dit keer kan Annette wel mee. Nu
maar hopen dan we geen regen krijgen, maar dit keer zijn we voorbereid.
Onderweg zien we op de kant een klein nijlpaardje liggen. In eerste instantie
denken we dat het dood is. Het ligt zo rustig en er is verder geen moeder of
iets anders te ontdekken.
Als we dichterbij komen schrikt het in eens
op en wankelt naar de waterkant en plonst het water in. Zo te zien is het
slechts enkele dagen oud. Af en toe komt het koppie nog even boven, maar op een
gegeven moment is het verdwenen. Zou het verdronken zijn? We varen verder en
zien wat vogels (o.a. Kingfishers), weer een groep grote krokodillen op een
eilandje (het zijn echt prehistorische dieren) en veel papyrusstruiken. We
varen en varen en het wordt steeds meer bewolkt. Aan de overkant van het meer
zien we Kongo liggen. We keren en varen weer terug. De eerste regendruppels
vallen. Zouden het maar een paar spatjes zijn en de regenbui overdrijven? Er is
weinig te zien aan de oever. Wij denken dat dit door het weer veroorzaakt
wordt. De regenbui is niet overgedreven en het regent dus behoorlijk. Niet zo
erg als gisteren, maar toch. De regenjacks worden te voorschijn gehaald en
aangetrokken.
Op de plek
waar we het kleine nijlpaardje hebben gevonden, steek ineens moeder- en
kindnijlpaard hun koppen boven het water. Gelukkig, het kleine nijlpaardje is
niet dood. Tegen de middag komen we op de plek aan waar vandaan we vertrokken
zijn.
Na de lunch
(lekkere sandwich en hamburgers), die we nog in Red Chilli gebruiken, pakken we
alle spullen in en rijden naar de bovenkant
van de watervallen. Ingrid weet niet wat zij nu mooier vindt. De neerstortende
waterval of de bovenkant. De bovenkant heeft ook een prachtige natuur, mooie
bloemen, mooi uitzicht, uitgesleten rotsen. We lopen een klein stukje naar
beneden. Enkele van ons poseren als een zeemeermin. We zeggen niet dat een van
hen Annette is. Wellicht een nieuw sprookje? Er was eens een zwarte zeemeermin
die bij Murchison Falls leefde….. . Ingrid ziet een overlander van Drifters
(ook een reisorganisatie). Met deze organisatie is een collega van haar ook door
Uganda aan het reizen. Ze kan de collega echter niet ontdekken. Er rijden meer
overlanders van Drifters, dus wie weet komt ze hem toch nog ergens tegen. Na
een half uurtje hier rondgelopen te hebben stappen we weer in de jeep en rijden
naar Hoima. Het is een weer een hobbelige, Afrikaanse zandweg. En zoals de
brochure ook aangeeft bestaat het landschap uit dorpjes, koffievelden en
bananenplantages. Het is aan
Tegen 17:30
uur komen we in Hoima aan. Hoima is een plaats en een district in het westen van
Uganda. Hoima telt 349.204 inwoners op een oppervlakte van 5775 km². De
westelijke begrenzing van het district wordt gevormd door het Albertmeer. Het
hotel waar we oorspronkelijk zouden slapen is vol. Althans de kamers die
geboekt zijn, zijn helaas niet beschikbaar. Gelukkig weet
Woensdag
9 september - Hoima - Kibale Forest
Na lekker
geslapen te hebben en het ontbijt genuttigd te hebben vertrekken we weer uit
Hoima. Het is een mooi groen landschap waar we doorheen rijden. Zo her en der
theeplantages, kleine dorpjes waar kinderen in allerlei kleuren uniformen naar
school gaan. Het is een vrolijk gezicht. Wij worden met Mzungu (witte)
toegeroepen en toegezwaaid. Intussen kennen wij de tegenhanger van Mzungu, te
weten Mudugav (ofwel Afrikaan). Bij een lokale markt stoppen we. Annette koopt
een tros bananen en wat gebakken banaan voor ons. De gebakken banaan hebben we
nooit eerder gegeten. Het smaak niet zo als bij de ons wel bekende Chinees of
Indo. Er zit kraak nog smaak aan en is behoorlijk droog. Niet echt een succes,
maar dat weet je pas als je het geprobeerd hebt. Toch? Door diverse mensen
wordt ons ook een soort van saté's aangeboden. Als je ziet hoe het vlees hier bij de slager hangt
dan heb je ook even geen trek in deze sateetjes. We hebben nog even te gaan
voor we weer in Nederland zijn, als je begrijpt wat ik bedoel. We snijden een
stuk van de weg af door een stukje richting Kampala te rijden. Dat is wel even
lekker, een stukje asfalt, maar ook minder leuk. In Fort Portal stoppen we.
Fort Portal is een stad in het westen van Uganda en hoofdstad van het Kabarole
district. De stad is vernoemd naar het door Sir Gerald Portal, de Britse
speciale commissaris voor Uganda, in 1891-1893 gebouwde fort, waarvan de ruïnes
heden ten dage op het terrein van de plaatselijke golfbaan liggen. Fort Portal
is gelegen te midden van het Ruwenzori-gebergte, het Kibali Forest National
Park en het Queen Elizabeth National Park. Na de laatste twee genoemde parken
gaan we nog. Er ligt een aantal kratermeren in de omgeving. De belangrijkste
bronnen van inkomsten zijn toerisme en handel. Sinds 2005 heeft de stad een universiteit,
de Mountains of the Moon University. We brengen een bezoekje aan het Garden
Restaurant. In dit hotel brengen veel reizigers vaak even een bezoekje voor de
lunch. Het ligt vlak bij de markt en vanaf het terras is er van alles te zien.
Ook wij gebruiken hier de lunch. In de tijd dat wij lunchen, moet Isma even een
"boodschap" doen. Het is de taart voor Ben zijn verjaardag. Hij was
gisteren dan wel jarig, maar vandaag eten wij samen voor het laatste met de
andere groep. Het is dan wel zo leuk om dan met elkaar de taart aan te snijden.
Ben weet zelf nog van niets. Het wachten op
Tegen 17:30
uur komen we op de plaats aan waar we slapen. In het bos staat een aantal
tented camps van Nature Lodge. Achter de slaapkamer is nog een compartiment
waar zich een wastafel bevindt. Daarachter is het toilet en de douche. Voor de
warme douche moet nog wel even een emmer warm water gehaald worden. Nadat we
een biertje hebben gedronken kan een van ons zich lekker gaan douchen. Na plm.
15 minuten komt de jongen vragen of er nog meer warm water nodig is. Hierna
gaat de ander onder de douche. Heerlijk. Het wel jammer dat het bewolkt is en
het duurt dan ook niet lang of de eerst regendruppels vallen. Het lijkt ineens
of het avond is, zo donker is het. We hebben natuurlijk liever mooi weer, maar
het klinkt wel gezellig die regendruppels op het canvasdoek van de tent. Ook de
andere groep is net aangekomen. Zij zijn net terug van een wandeling door het
swamp/moeras. Het is leuk hen weer te terug te zien. We spreken af om in de bar
wat met elkaar te drinken en vertellen we elkaar verhalen over wat we de
afgelopen dagen gedaan en beleefd hebben.
De
restaurant/bar is op palen gebouwd en aan alle kanten (behalve de bovenkant)
open. Beneden zijn zitjes met een bar. We worden geroepen voor het diner. Met
kaarslicht genieten we van het eten. Na het eten worden de kaarsen gedoofd en
onder gezang van Annette,
Donderdag 10 september – Kibale
Forest
Om 07:00 uur
staan we op voor het ontbijt wat we nog met elkaar gebruiken. Daarna zwaaien
we, nu echt voor de laatste keer, de anderen uit. Wij gaan ons prepareren voor
de wandeling in Bigodi Wetland
Sanctuary. Het moeras wordt geleid door Kibale’s Landelijke Vereniging voor
Milieu en Ontwikkeling (KAFRED). Dit kleine gebied beschermt het Magombe moeras
en is een goed voorbeeld van een combinatie tussen natuurbeheer en toerisme,
met een direct voordeel voor natuur en mens. Dit moeras is naast diverse vogels
ook het leefgebied van vlinders,
sitatunga antilopen, serval katten, mangoesten en diverse primaten. Het is een prachtige
wandeling. We lopen langs koffiestruiken, cacaobonen, landbouwveldjes. Ergens
aan een riviertje is een man bananenbier aan het produceren. Helaas mogen we
van hem geen foto van maken. Hoog in de bomen zitten een aantal Colobus-aapjes.
Ook zien we o.a. red-tailed monkey’s, red colobus en mangaby’s. Zo her en der
moeten we over glibberige boomstronken of vlonders onze weg voortzetten.
Aangezien het evenwicht van Ingrid niet altijd even optimaal is, vindt ze dit
soort paden niet een zodanig geslaagd plan. Annette en Ingrid proberen bij elkaar
steun te vinden als ze over dit soort paden lopen. Vanuit een hoog platform
hebben we een mooi uitzicht over het moeras.
Tegen de
middag komen we weer terug bij het startpunt van de wandeling. Bij het
winkeltje drinken we en colaatje en het eerste souvenir wordt aangeschaft. Een
van riet gevlochten mand (nu in gebruik als fruitschaal). Na ons drankje brengt
Dwars door
het oerwoud gaan we op zoek. We horen ze wel maar zien ze nog niet goed. Op een
gegeven lopen ze langs ons heen en gaan wij er achteraan. De andere gidsen
worden door ons gids gewaarschuwd dat we ze gezien hebben. Helaas worden we,
voor we het weten, omringd door plm. 20 andere bezoekers. Jammer, sta je er net
lekker met zijn vijven wordt je omringd door tig andere Nederlanders. De andere
bezoekers hebben geen zin om langer te wachten en trekken verder. Dan komen we
bij een groep chimps die in de bomen zit. Het duurt niet lang voor de 1e
chimpansee naar beneden komt, snel gevolgd door de anderen. Het is een prachtig
gezicht als je ze zo voorbij ziet lopen. En wat een kabaal kunnen ze maken.
Omdat wij degene zijn die ze "ontdekt" hebben mogen wij steeds
vooraan komen staan om foto's te maken. Dit blijkt een onderlinge regel tussen
de gidsen te zijn. Vinden wij natuurlijk helemaal niet erg. We volgen ze op de
voet, dwars door het bos. Op een gegeven moment staan we zelfs tussen de groep.
Het is echt ongelooflijk dat ze zich niets van ons aantrekken. We kunnen er
geen genoeg van krijgen. Toch wordt het tijd dat we teruggaan. Het weer begint
er wat dreigend uit te zien en we moeten nog een aardig stuk teruglopen.
Op de plek
waar de gids met
Bij de bar
halen we ons wel verdiende biertje en drinken dat voor de tent op. In de
tussentijd wordt het warm water gebracht. Wat wil je nog meer. Helemaal super!
Afgesproken
is dat we tegen 19:00 uur gaan eten, dus tegen deze tijd gaan we richting
restaurant waar we eerst nog even wat gaan drinken. Daarna gaan we naar boven
voor ons diner. Het is vreemd om ineens met z'n vijven (Annette eet met ons
mee) aan tafel te zitten. Het eten smaakt er echter niet minder om.
Vrijdag
11 september - Kibale Forest – Queen Elizabeth NP
We staan
weer om 07:00 uur op. Tijdens het ontbijt horen we van Annette dat er rellen in
Kampala zijn. Aan de basis van de onlusten ligt een conflict tussen de Ugandese
regering en koning Mutebi, de informele leider van het koninkrijk Buganda. Ze
lagen overhoop over een bezoek dat Mutebi zaterdag wilde brengen aan de plaats
Kayunga. Daar woedt een conflict over land tussen de Buganda en andere etnische
groepen. De president Museveni heeft gezegd dat hij daar geen toestemming voor
krijgt. Buganda is een van de vier oude koninkrijken op het grondgebied van
Uganda. Na de onafhankelijkheid van het land in 1962 moesten de vorsten hun
macht grotendeels prijsgeven aan de centrale regering. De traditie en cultuur
van de oude koninkrijken wordt nog altijd door veel mensen in stand gehouden.
Een ingewikkeld gedoe, zeg ik maar. Omdat zowel
In Kabale
(de hoofdplaats van het district Kabale in het zuidwesten van Uganda) gebruiken
we de lunch. Via Hima, een stop bij de Equator en het plaatsje
Kasese komen we al gamedrivend in het National Park Queen Elizabeth. In de
middag komen we aan in het tented camp van Nature Lodge iets buiten het
nationaal park. We zetten onze spullen weer in de tent en Ingrid gaat in de
bar/eettent wat te drinken halen. We willen voor onze tent wat drinken om van
het mooie uitzicht te genieten. In de verte zien we nijlpaarden in het water
liggen en iets verder twee visarenden naar elkaar roepen. Het is hier prachtig
en zo rustig. De tent staat op palen. In de tent zelf staan de bedden en is het
toilet. Naast het bed ligt een lantaarn met een fluitje voor 's-avonds. Aan de
achterkant van de
"tent" is een deur die via een trapje naar de twee koppige douche
in de buiten lucht leidt. Hoe romantisch wil je het hebben. Met z'n tweeën
onder een stralende sterren hemel douchen. Maar dat is pas voor vanavond. Het
is behoorlijk warm. Tegen het eind van de middag gaan we weer met de jeep op
pad om wild te zien. Het is een mooi landschap. We zien weer veel hertachtigen, buffels,
wrattenzwijnen,
maar waar we echt voor gaan
"leeuwen" zien we helaas niet. In het park woont ook de lokale
bevolking die hier vee houdt. Zoals te begrijpen hebben zij het niet zo op
leeuwen. Omdat er niet op leeuwen gejaagd mag worden, maar zij toch hun vee
willen behoeden voor deze dieren hebben ze het volgende uitgevonden. Ze
vergiften een geit of iets dergelijks en laten deze vervolgens rondlopen in de
hoop dat deze geit door een leeuw wordt aangevallen. Wanneer dit het geval is
wordt ook de leeuw vergiftigd en is het probleem van deze lokale boeren
opgelost. Op de terugweg horen we dat er een luipaard gesignaleerd is. Op een
gegeven moment staat er langs de snelweg een tweetal busjes bij een boom. Ook
Met een goed
gevoel komen we weer in ons tented camp aan. We drinken nog wat voor we ons wat
gaan opfrissen. Omdat het al wat donker begint te worden gaat er een begeleider
met ons mee. Je weet maar nooit dat je ineens over een nijlpaard struikelt. Bij
de tent hangt een brandende olielamp. Als we weer terug willen naar de bar
moeten we wachten tot een begeleider ons weer komt ophalen. Dit alles doet ons
erg denken aan Rhino-camp in Zimbabwe (lees verslag Zambia-Zimbabwe 2007). Het
wachten op de begeleider duurt wel erg lang dus gaan we op eigen gelegenheid,
bewapend met de zaklantaarn die naast het bed lag en het fluitje. Voor de bar
is een mooi vuurtje gestookt en staan er allemaal stoelen om heen. Voor het
eten wordt gereserveerd gaan we hier met elkaar nog even bijpraten.
Het eten is
in één woord heerlijk. Ook de bediening is helemaal geweldig. We hebben niets
te klagen, en dat voor Nederlanders!
Als we
's-avonds naar onze tent gebracht worden zien we iets verder op een nijlpaard
lopen. We drinken op onze "veranda" nog een biertje en zien steeds
meer nijlpaarden het land op komen. Als we in bed liggen horen we hen lopen en
grazen. Ook horen we de disco van het dorp dat aan de andere kant van het water
ligt. Dat is iets minder.
Zaterdag
12 september - Queen Elizabeth
Ook vandaag
weer vroeg uit de veren, want we gaan een ochtend gamedrive doen. Eerst
natuurlijk nog een kopje thee/koffie.
Deze
gamedrive is wat teleurstellend. We zien eigenlijk hetzelfde als gisteren, met
uitzondering van het luipaard dat we nu niet gezien hebben. We rijden kriskras
door dit deel van het park. Misschien dan wat bij het zoutmeer? Helaas. Het
zoutmeer is prachtig om te zien. Er zitten een hoop pelikanen, maar niet de
dieren die we willen zien. Ingrid kan nauwelijks haar ogen openhouden. Nou ja, zeg!
Tegen 11:00
uur gaan we weer terug. We genieten van een heerlijke brunch. Hierna gaat
Ingrid even een wasje doen. Het is zonnig en het waait lekker, dus moet het ook
zo droog zijn. Ben gaat wat lezen en schrijven en zo is het bijna weer
lunchtijd. Na de lunch rijden we naar de Mweya lodge waar vandaan we een
boottocht op het Kazinga Channel maken. Nu eens een boottochtje zonder regen?
Bij deze lodge hebben we 6 jaar geleden op een campsite gestaan. Geen tented
camp, maar een gewoon zelf op te zetten tent. 's-Avonds wemelde het toen van de
hyena's en nijlpaarden. Helemaal goed. Nu drinken we bij deze lodge een
colaatje voor we vertrekken. We bezoeken nog even het informatiecentrum.
Misschien zien we nog iets leuks. Als het tijd is rijdt
Bij terugkomst staat
Bij aankomst
bij ons camp is er weer een lekker kampvuurtje. We drinken nog wat voor we aan
tafel gaan. En weer is het eten heerlijk. George, de manager van de plek, doet
het goed!
Zondag
13 september - Queen Elizabeth – Ishasha
Voor Ben en
Ingrid is het vroeg opstaan. We hebben nog een chimpwalk te goed in de Chambura kloof. De savanne wordt
hier doorsneden door een kloof begroeid met oerwoud. De kloof ligt aan de
noordoostelijke grens van het park. We staan om 06:00 uur op. Drinken weer de
bekende koffie/thee voor we vertrekken. Volgens Annette is het zeker een uur
rijden. Een kleine vergissing, het blijkt slechts een kwartier rijden te zijn.
Om 07:15 uur staan we dus op de plek waar de wandeling moet beginnen. We zijn
samen met
Niet veel
later steekt iemand zijn hoofd uit een van huisjes die er staan. Het blijkt een
van de gidsen te zijn. Het wachten is tot 08:00 uur want er zouden nog meer
mensen komen. Dit is niet het geval. Wij zijn de enigen. In de verte horen we
al het gekrijs van de chimpansees. Uitzonderlijk, volgens de gids. De afgelopen
5 dagen hebben zij de chimps niet kunnen ontdekken. Volgens
We lunchen
nog even in ons geweldige camp voordat we naar Ishasha vertrekken. Een ander
deel van Queen Elizabeth National Park. Eerst doen we in het nabij gelegen dorp
wat boodschappen. Waar we vannacht overnachten is geen restaurant of iets
dergelijks. Annette zal dus zelf koken. Ook wel weer eens lekker.
De weg naar
dit deel van het park is bijzonder slecht. Er liggen dan ook verschillende
vrachtwagens in de berm en er zitten
ook verschillende auto's vast in de modder.
Ook nu weer weet
Maandag
14 september - Ishasha – Lake Bunyoni
We zijn blij
als we op kunnen staan. Slapen was er weinig bij vannacht. Over het plafond,
wat met rieten matten is bedekt, hoorden we vermoedlijk muizen en af en toe wat
gefladder van het een of ander. Het bed is bezaaid met zwarte spikkeltjes. We
denken maar niet teveel na over wat het allemaal zou kunnen zijn. Als we uit
onze banda's komen heeft Annette alweer een lekker ontbijt klaar staan.
Geroosterd brood met pindakaas, jam, koffie en thee. Helemaal goed. Ingrid,
geen zoete kauw, maakt weer gebruik van haar Fred en Ed (smeerkaas in een
tube). Na alles weer ingepakt en afgewassen te hebben (wat je leent moet je
weer schoon terugbrengen) gaan we de jeep weer in om onze gids op te halen.
Langs landbouwgebieden rijden we naar
Kabale. Hier gebruiken we een late lunch. Ook dit is weer een dorp/stad wat we
herkennen van de vorige reis. Het restaurant van een Nederlands echtpaar, waar
een grote foto van Willem-Alexander en Maxima hing, is weg. Hiervoor is nu een
grote bank gekomen. De bakker is er nog wel. Wij gaan echter boven de bakker in
een restaurant eten. Als we naar het toilet gaan hebben we uitzicht op de
bakkerij. Zoals te verwachten compleet anders dan bij ons en over de hygiëne
zullen we het maar niet hebben. We zijn in al die jaren nog niet ziek geweest
dus ook dat zal wel meevallen. De lunch valt wat tegen, maar we hebben wat in
onze magen. In de loop van de middag komen wij bij Kalebas aan. Kalebas is in
de afgelopen jaren van kale Bas overgegaan naar Habari en wordt nu door Roland
gerund. Een relaxte vent. We hebben eenvoudige maar citroentjes frisse kamers met
douche en toilet. De locatie ligt direct aan het meer. Op verschillen plekjes
heb je zitjes waar je altijd weer uitzicht over het meer hebt. Ook hangen er zo
her en der in verschillende ruimtes maskers en andere kunstvoorwerpen. Volgens
zeggen kan je hier in het meer zwemmen. Geen bilharzia en andere engere grote
dieren. Wel otters. 's-Middags luieren we lekker aan het meer met een drankje,
muziekje, wat lezen, wat schrijven. Lekker rustig. 's-Avonds hebben we zo waar
een keuze menu. In de tented camps had je keuze uit één, wat zeker niet minder
smaakte. Ingrid gaat voor de crayfish. Crayfish zijn een soort van garnaaltjes.
Een aanrader. We drinken nog wat, we praten nog wat met Roland en dan is het
weer bedtijd. Ook al kent gezelligheid geen tijd.
Dinsdag
15 september - Lake Bunyoni
Heel relaxed
staan we op om, om 09:00 uur te ontbijten. Als we aan de ontbijttafel zitten
ziet Ingrid een overlander van Drifters wegrijden. Zou de collega's van Ingrid
dan in deze zitten? Als Ingrid weer in Nederland is, zal ze het wel horen.
Karen en Marco gaan na het ontbijt met de kano op pad. Annette en wij gaan een
stukje wandelen. We lopen langs wat campsites tot de weg ophoudt. We lopen
terug en gaan "het dorp" in. Er staan wat huisjes en zo her en der
wat kroegjes. De mannen zitten al vroeg aan het bananenbier. Tegen lunchtijd
zijn we weer bij Kalebas. Ook Karen en Marco zijn weer terug. We eten een
broodje en gaan daarna wat lezen of schrijven. In de loop van de middag komen
twee mensen met een kindje het terrein oplopen. Het kindje wordt op het gras
gezet en de mensen gaan een boot schoonmaken. Dit duurt de gehele middag. Het
kindje blijft al die tijd rustig zitten en dat hoor je niet. Op een gegeven
geeft Ingrid een ballon. Eerst weet het kindje niet wat ze er mee moet, maar na
verloop van tijd gaat ze er toch wat mee spelen. Dit alles zonder
één kik te geven. Menig kind in Nederland
zou hier wat van kunnen leren!
We brengen
lui de middag door. Af en toe lopen we de kunstvoorwerpen nog even langs. Het
houten tasje wat we al eerder hadden zien hangen, wordt steeds leuker. We weten
nu ook waar we het thuis kwijt zouden kunnen. De houten tas wordt dan ook
aangeschaft. De vraag is altijd weer als je iets leuks ziet, waar je het in je
huis gaat plaatsen. Tijdens het eten ontmoeten we een echtpaar uit Nederland.
Gisteravond zijn ze met een camper aangekomen. Ze vertellen dat ze ongeveer
anderhalf jaar geleden met deze camper uit Utrecht zijn vertrokken om in
Kaapstad te eindigen. Ze waren net in Kampala maar vanwege de onlusten zijn ze
hier naar toe komen rijden. Als het goed is ontmoeten ze hier ook mensen die ze
tijdens hun reis hebben ontmoet. Waar ze hierna naar toe gaan weten ze niet. Ze
hadden in Nederland een prachtige route gepland, maar zijn daar door allerlei
omstandigheden met plannen maar gestopt. Alles ging toch niet volgens planning.
Ook dat hoort bij Afrika. We wisselen wat ervaringen uit over de Afrikaanse
landen en gaan daarna naar slapen.
Woensdag
16 september - Lake Bunyoni – Kisoro
De spanning
bij Ingrid om de gorilla's te bekijken begint zo langzamerhand te komen. Ze
ziet erg tegen de tocht op. Haar is al ter ore gekomen dat er eerst gedaald
moet worden om vervolgens weer klimmen. Zoals eerder aangegeven zijn we geen
geiten, dus klimmen en dalen is niet voor ons weggelegd. Maar het is nog geen
vrijdag, the gorilla-tracking-day!
Vandaag
verlaten we Lake Bunyoni en vertrekken na het ontbijt naar Kisoro. We nemen een
weg langs het meer met prachtige uitzicht. Het is wel een hobbelige zandweg. En
inderdaad is het zand weg en daarvoor in de plaats zijn kuilen gekomen. Ja,
vroeger, toen…… Klopt. In sommige delen van Afrika leef je ook in het vroeger,
toen je kuilen had in plaats van drempels. Hoewel ze ook hier drempels kennen.
Ze maken drempels op het moment dat er wegwerkzaamheden zijn. Deze drempels
moeten dan voorkomen dat je te hard rijdt en wellicht een wegwerker wegwerkt.
De weg naar Kisoro is aan wegwerkzaamheden onderhevig, dus veel drempels. Af en
toe moeten we dan ook stoppen om het tegenverkeer voor te laten gaat.
Medewerkers (over het algemeen vrouwen) staan dan met rode en groene vlaggen te
zwaaien ten teken dat er iets aan de hand is en je voorzichtig moet rijden.
Blijkbaar vinden de dames het bij dit bewolkte weer aan de koude kant, want in dikke
jassen en met mutsen op voeren ze dit werk uit. Zoals al eerder geschreven
vindt men dit gebied op de Alpen lijken. De weg stijgt behoorlijk. We hebben
hierdoor wel een geweldig uitzicht over
het meer. Nu pas kan je zien hoe groot het meer is. We rijden door een echt landbouwgebied,
waarbij je ook veel terrasvorming ziet. Het merendeel wat er verbouwd wordt
zijn bananen.
Tegen
lunchtijd komen we aan in Travellers Rest, ons onderkomen in Kisoro. Kisoro is
de hoofdstad van het District Kisoro in het Zuidwesten van Uganda. Het ligt
vlakbij het drielandenpunt van Dem. Rep. Congo, Rwanda en Uganda. Het is
beroemd geworden vanwege het dichtbij gelegen Mgahinga Park (beroemd om zijn
gorilla's). Helaas is de groep die hier verbleef naar elders vertrokken. Kisoro
heeft vanwege zijn aantrekkingskracht op het toerisme (gorilla's) tevens een
klein vliegveld. Vanuit Kisoro worden tripjes georganiseerd die toeristen naar de
berggorilla's in de bergen brengt. Er wordt in Kisoro Kinyarwanda gesproken en
er wonen volkeren als de Bafumbira, Hutu’s, Tutsi’s, Batwa Pygmeeën en Bakiga.
Het hotel waar we de komende dagen verblijven werd in 1955 gekocht door Walter
Baumgartel, en werd al snel een ontmoetingsplaats voor mensen die
geïnteresseerd zijn in de berggorilla. Onder hen was 'gorillavrouw' Dian
Fossey, die zei:" hotel Walter was een oase voor vele wetenschappers die hier
kwamen". Fossey bezocht het hotel vele, vele malen in de jaren zestig, om
papierwerk te doen, te ontspannen of om mensen te ontmoeten. Ze omschreven het
hotel als haar "tweede thuis". Het hotel is in een koloniale stijl
gebouwd.
Na de laatste keer dat we hier waren zijn er
weer andere Nederlanders die deze toko runnen. Dit keer zijn het Bart en
Cecile. Als we onze kamers aangewezen hebben gekregen gaan we naar de bar om
wat voor de lunch te bestellen. Bart heeft mooie kunstwerken, waaronder
maskers, staan en hangen. Vorige keer hebben we hier vandaan heel wat
spulletjes meegenomen. We hebben toen een extra grote tas moeten kopen. We
denken dan ook, dat we ook nu weer niet met lege handen thuiskomen. Na de lunch
zoeken we een internetcafé op. Voor Ingrid hebben we namelijk nog steeds geen
visum voor Rwanda. Het document dat Ingrid via e-mail in Nederland had
ontvangen kon niet geopend worden. Het document voor Ben wel. We hebben toen
meteen een reactie teruggestuurd met het verzoek het document voor Ingrid
nogmaals te verzenden. Toen we nog in Nederland waren hebben we hierop geen
reactie ontvangen en toen we in Entebbe onze e-mail bekeken was er nog steeds
geen reactie. We hebben wel een bevestiging ontvangen, maar of dit voldoende is
om de grens over te gaan weten we niet. Dus nu maar weer even checken of er iets
binnen is. We komen tot de ontdekking dat er een tweede internetcafé is. Niet
verkeerd want het "oude" had om de haverklap geen verbinding. Alle 6
de plekken zijn bezet. We moeten dus nog even geduld hebben. Als we
dan eindelijk aan de beurt zijn blijkt het
dat Ingrid niet bij haar e-mail account kan. Via het account van Ben maar weer
het verzoek aan Immigratie Rwanda om het document voor Ingrid maar naar Ben
zijn account te sturen. Wat een gedoe allemaal!
Verder geen
schokkende post. Na alles gedaan te hebben lopen we weer terug naar het hotel.
Annette wijst ons op een winkel die spulletjes uit Congo verkoopt, tevens de
toeleverancier van de spullen die Bart in het hotel verkoopt. De spulletjes in
deze winkel zijn echter veel goedkoper dan die bij Bart. Zowel Ben als Ingrid
denken dat we hier wel gaan slagen. We hebben nog een paar dagen in Kisoro, dus
dat kopen doen we later wel. Het begint wat frisser te worden en als we in het
hotel komen brand, jawel, de open haard. Tegen avond komen er kinderen de tuin
inlopen om voor ons te dansen.
Dit is een standaard ritueel in dit hotel. Voor de eerste keer is het wel
aardig om dit te zien. Het zijn wezen, maar geen wezen zoals wij die kennen. In
Afrika ben je al wees als één van je ouders overleden is. Uiteraard wordt er
weer geld opgehaald.
Het is
alweer diner-time. De soep wordt geserveerd, de rest is buffet. Het is erg
smaakvol. Na het diner gaan Karen, Annette en Marco naar een lokale kroeg om op
de TV een voetbalwedstrijd te bekijken. Wij hebben geen zin en blijven bij de
open haard zitten. Bart komt even bij ons zitten en praten over het hotel en
het reilen en zeilen ervan. Even later komen Karen, Annette en Marco ook weer
terug. Daar waar ze het idee hadden dat er wel veel mensen naar de TV zouden
komen kijken, bleken ze maar met z'n 3-en te zijn. Maar wel met 5-man
personeel. Tegen 23:00 uur gaan we naar bed.
Donderdag
17 september - Kisoro
Na het
ontbijt gaan we naar het bureau waar de gorilla-permits worden uitgegeven om te
checken of alles goed geregeld is. En dat is het gelukkig. Morgen is het
tenslotte de grote dag! Het is behoorlijk druk op straat. Veel mensen uit de
verschillende dorpen komen vandaag naar Kisoro vanwege de markt. De één om zijn
waar te verkopen en de ander om het te kopen. Na het checken van de permits
gaan Karen, Marco en Annette weer terug naar het hotel. Wij stranden bij het
winkeltje met de spulletjes uit Congo. Het was moeilijk kiezen uit de
verschillende mooie maskers die er waren, maar de keuze is op drie maskers van
de Luba-stam gevallen. We hebben er een mooi plekje voor in huis bedacht.
Vervolgens gaan ook wij weer naar het hotel. We spreken met Karen, Marco en
Annette af om na de lunch naar de plaatselijke markt. Annette luncht niet met
ons mee, maar gaat in het dorp ergens een lokale maaltijd (Matoke) gebruiken. Matoke is een
middelgrote vrucht die op een banaan lijkt. De vruchten worden geschild en in
een grote pot met water gedaan. Vervolgens staat deze pot uren op het vuur. Na
het koken is de vrucht zacht en geel, terwijl ongekookt de vrucht wit en vrij
hard is. Vervolgens wordt het geheel gestampt en ontstaat er een brei. Vaak
wordt dit gegeten met een saus van groente of met geit- of rundvlees. Wij
houden ons echter bij de sandwiches.
Na de lunch
gaan we lopend naar de markt.
Het weer ziet er dreigend uit. En jawel. De eerste regen druppels vallen. Snel
kunnen we onder een afdak van een winkel schuilen. Ook een paar straatjochies
komt schuilen. Op de vraag waarom zij niet naar school gaan, krijgen we
eigenlijk het standaard antwoord: "Geen schoolgeld". De regen komt
echt met bakken uit de hemel. Als we hier een tijdje staan, belt Annette
We hebben
nog geen zin om terug naar het hotel te gaan, dus zoeken we een leuk plekje om
nog wat te drinken en om nog wat foto's te kunnen maken. En dat is gelukt. Het
is leuk om te zien hoe de vrouwen hun waar op het hoofd dragen en hun kind in een
doek op de rug. Het is allemaal bijzonder kleurrijk.
Tegen het
eind van de middag gaan we weer terug naar het hotel. We houden het niet droog
en wat nat komen we in het hotel aan. Bij de open haard nemen we nog wat te
drinken voor we kunnen gaan eten. Wederom een buffet. We gaan bijtijds naar
bed, want morgen is de grote dag. Gorilla-tracking!
Vrijdag
18 september - Kisoro
Eindelijk is
het dan zover. Vandaag gaan we hopelijk de gorilla’s zien. Om 5:30 uur zitten we
aan het ontbijt. Het is namelijk nog een stuk rijden voor we bij het gebied
(het zuiden van Bwindi) zijn waar we de Nkuringo-groep (19 gorilla’s waarvan 3
silverbacks en 1 gorilla met een jonge tweeling) zouden kunnen vinden.
Het is nog aardedonker als we in de jeep stappen. Een enkeling is al op straat,
maar over het algemeen is het nog heel erg stil in Kisoro. De weg is hobbelig
en zanderig. Als het wat lichter begint te worden kunnen we zien dat we door
een prachtig gebied rijden. Ook hier weer veel landbouw. Zo her en der passeren
we wat huisjes en begint het leven een beetje. We zien kinderen alweer in de
bekende uniformen naar school gaan. Tegen acht uur zijn we op de plaats van
bestemming. Er staan al twee mensen klaar, toevallig ook Nederlanders, die met
ons meegaan. Het wachten is nog op één andere persoon. Niet veel later
verschijnt er een Engelse. Eerst krijgen we uitleg wat we allemaal wel en
vooral niet mogen. Om de gorilla’s tegen menselijke ziekte te beschermen, mag
je niet minder dan 7 meter van hen vandaan staan. Ook mag je bij het
fotograferen geen flits gebruiken. Maar het meest spijtige is dat je niet meer
dan één uur bij de gorilla's mag blijven. Onze gids verteld verder dat het voor
kan komen dat je een behoorlijk stuk moet lopen om de gorilla’s te zien krijgen
en dat het zelfs voor kan komen dat de trackers ze helemaal niet kunnen vinden.
Mocht dat het geval zijn, dan krijg je de helft van het geld terug ($ 250,-).
We hopen dat we ze te zien krijgen! Daarvoor kom je toch naar Uganda? We horen
dat de trackers al vooruitgelopen zijn om de gorilla’s te zoeken. Zij lopen
naar de plek waar ze de vorige dag gesignaleerd zijn en in die omgeving moeten
ze dan ook weer te vinden zijn. Op zich verplaatsen de gorilla’s zich per dag
niet ver.
Als het 8
uur is, is het eindelijk tijd om te vertrekken. Er lopen twee gidsen met ons
mee en dragers. We hebben ook een drager “gehuurd”, want de
rugzak is behoorlijk zwaar vanwege het water wat we voor onderweg nodig hebben.
Iedereen krijgt een stok om enige steun bij het lopen te hebben. Het eerst stuk
valt mee, maar dan beginnen toch de dalingen en beklimming. Het valt voor ons niet mee. We lopen door
landbouwgebied en af en toe staan er wat huisjes. Er is onderweg genoeg te
zien. We horen van de gids dat een stuk landbouwgebied aan de natuur is
teruggegeven. Of dit is gedaan vanwege de gorilla’s weten we niet. Na ongeveer
een uur gelopen te hebben komen we op een open stuk veld. Even later is het
“Stop!” Nog geen 15 meter vanaf ons af zit een silverback (mannetjes gorilla’s)
tegen een boom. Wauw! In eerste instantie zijn we sprakeloos, maar dan komen
toch de fototoestellen te voorschijn. We laten de dragers en rugzakken achter.
De dragers zoeken een plekje om te zitten en wij lopen met de gids rustig
verder. Op een paar meter van de silverback blijven we staan. Er wordt wat
“afgeklikt”. Ook de andere gorilla’s moeten in de buurt zijn. We lopen een
stukje verder de bosjes in. En ja hoor, iets verderop zien we wat in de
struiken bewegen. De gids geeft aan dat we weer terug gaan naar de open plek,
omdat deze gorilla's waarschijnlijk naar deze plek toekomen. Langzaam lopen we
weer terug. De silverback die tegen de boom aanzat zit er nog steeds. Rustig
knabbelend op een stuk boomschors.
Blijkbaar zit er iets lekkers in de holte
van de boom, want hij staat op en gaat met zijn arm de holte in. Ook de andere
gorilla’s komen deze kant op. Het is echt overweldigend wat we te zien krijgen.
Het klinkt wellicht overdreven, maar zo voelt het wel. Eén voor één komen de
gorilla’s te voorschijn. Binnen de kortste keren zien we ze alle 19. We blijven
foto’s maken, maar we genieten ook volop van dit moment. Af en toe eten ze, dan
lopen ze gewoon wat rond, enkele klimmen in bomen, enkele lopen richting de dragers.
De dragers weten niet hoe gauw ze op moeten staan om voorzichtig weg te lopen.
Langzaam steken de gorilla's de open
plek over. Na een uur (“Nu al?” wordt er zachtjes door iedereen geroepen)
geeft de gids aan dat we terug moeten. We lopen richting de dragers om wat
water te drinken voor we aan de terugweg beginnen. Iedereen is vol van wat
hij/zij gezien heeft. Thuis zal het moeilijk worden om de mooiste foto’s uit te
zoeken. Op de terugweg nemen we onder een prachtige boom even een pauze. Wij
hebben dat ook wel nodig. Tegen 12:00 uur zijn we weer terug bij het startpunt.
Vol trotst laten we de foto’s aan
Als we net
bij het hotel uit willen stappen beginnen er grote regendruppels te vallen. We
zijn nog niet binnen of een wolkbreuk
barst los. Grote hagelstenen vallen naar beneden en binnen de kortste keren
staat er minstens 10 cm water in de tuin. Hebben wij even geluk dat we dit niet
tijdens de tocht hebben gehad. Aan de bar proosten we met elkaar op onze tocht.
Vanwege de regen is het wat klam in het hotel. De openhaard wordt dan ook
lekker aangestoken. Ja, en jullie maar denken dat het in Afrika altijd maar
mooi en zonnig weer is. Mooi niet. Schoenen lekker uit (kunnen lekker bij de
open haar drogen) en even relaxed zitten. Intussen is er ook een groep
Oostenrijkers en Duitsers in het hotel aangekomen.
Vol trotst
vertellen we ons verhaal en laten we foto’’s zien. Morgen gaan zij de
gorilla-tracking doen.
Nadat we wat
zijn bijgekomen, gaan we naar de kamer en nemen een lekkere warme douche. Het
is weer droog, maar echt aangenaam qua temperatuur is het niet. Na het douchen,
gaan we dan ook weer lekker bij de open haard zitten. We nemen onze
bergschoenen mee, want Annette wil per se dat zij onze schoenen moddervrij
maakt. Voor ons hoeft het niet, maar wij hebben in deze weinig te willen.
Terwijl wij lekker aan het lezen zijn, krijgt Annette van Karen instructies hoe
de laptop, die Annette na de reis van Karen en Marco mag houden, werkt. Met een
glunderend gezicht schrijft Annette alle ins and outs van de laptop op die
Karen haar geeft. Het is lekker zitten zo en voor we het weten is het alweer
etenstijd. Wederom buffet. Wanneer Karen en Marco naar hun kamer gaan, haalt
Ingrid snel een aantal ballonnen op die we opblazen en op de ontbijttafel
neerleggen. Ja, we hebben morgen alweer een jarige.
19
september - Kisoro
Hieperdepiep
Marco! Niet alleen Marco is jarig, maar ook Richard die in de keuken werkt. Het
keukenpersoneel komt dan ook met een chocoladetaart op de proppen die Marco en
Richard samen moeten aansnijden. Mmmmmm, heerlijk zo’n chocoladetaart bij het
ontbijt! Na het ontbijt gaan we weer naar het internetcafé, want het begint er
nu toch wel om te spannen. Morgen gaan we tenslotte naar Rwanda. Helaas. Weer
geen post. We lopen Kisoro nog even door. We zijn nog op zoek naar honingazijn.
Het flesje wat we vorige keer kochten is aan vervanging toe. Helaas. In de
meeste beekeeping-winkeltjes verkopen ze wel honing, maar geen honingazijn.
Enkele winkeltjes verkochten helemaal niets. Compleet leeg. We lopen weer terug
naar het hotel. Het is prachtig mooi zonnig weer. Ingrid trekt wat luchtigere
kleding aan om lekker in van dit zonnetje te genieten. Marco en Karen hebben
een afspraak met de masseuse die in het hotel is. Als Ingrid hoort hoe lekker
dat is maakt ook zij een afspraak. Om 17:00 uur is zij aan de beurt, maar nu
eerst lekker in het zonnetje zitten. Muziekje en boekje erbij. Helemaal goed.
Aan Annette vragen we waar we het beste geld voor Rwanda kunnen wisselen.
Meestal is het wisselen aan de grens niet echt geweldig. Omdat Marco jarig is
heeft hij ook
Ze hebben
ruim 2 uur moeten lopen om 3 van de 19 gorilla’s te kunnen zien. Deze 3 waren
ook nog moeilijk te zien omdat ze in bosjes zich verscholen hadden. Toen ze
weer terug gingen lopen begonnen het te hozen. Echt blij zijn ze dan ook niet.
Hun reisbegeleider krijgt dan ook de wind van voren als hij bij het avondeten
aanschuift. Volgens deze groep is het allemaal zijn schuld. Toch knap dat je
als mens het kan laten regenen en gorilla’s zo ver krijgt dat ze niet te
voorschijn komen. Of zouden de gorilla’s een hekel aan Duitsers en
Oostenrijkers hebben? Ondertussen roept Ben nog even fijntjes dat je gorilla’s
in de dierentuin meestal wel ziet. Zo maak je geen vrienden!!!
Om 17:00 uur
gaat Ingrid naar de masseuse. Haar benen zijn toch wel wat stijf van het lopen
van gisteren. Een masseuse (Ingrid had liever een masseur gehad, je weet wel
zo'n hele grote zwarte!) is dan niet verkeerd. Vanavond onze laatste
gezamenlijke maaltijd met Karen en Marco. Morgen gaan zij met
20 september -
Kisoro – Nyungwe Forest National Park (
Na het
ontbijt nemen we afscheid van Karen en Marco en natuurlijk ook van
Ook nu weer
rijden we door landbouwgebieden. Bruine stroompjes water lopen door
rijstvelden. Het is opvallend hoeveel vijvers er voor het kweken van vis (allemaal
tilapia) zijn.
We rijden
voor een deel dezelfde weg als die we gereden hebben tijdens onze pilot reis in
2005. We komen langs een prachtig meer, Lake Burera, maar hoe meer we het
binnenland in rijden hoe minder groen het wordt. Het blijkt maar een stuk te
zijn, want hoe dichter we bij Nyungwe Forest komen hoe groener het wordt. We
rijden op de snelweg die naar de grens Burundi/Congo en dwars door het
regenwoud gaat. Tientallen vrachtwagens met containers, maar ook
UN-vrachtwagens rijden in colonne dezelfde weg. Het is een lange sliert,
waardoor het moeilijk is om deze wagens in te halen. Hoe meer we het park in
rijden hoe slechter de weg wordt. Het zijn meer gaten dan weg. Op zich ook niet
verwonderlijk als al deze vrachtwagens dezelfde weg volgen. Het Nyungwe Forest
is een op grote hoogte (bijna 3000m), bergachtig regenwoud in het zuiden van
Rwanda en is in 1933 opgericht als een bos reserve. Het bos is gelegen in de
Albertine Rift, een reeks van bergketens vanaf de Rwenzori bergen in het westen
van Uganda en Congo, en wordt voortgezet in het Lendu Plateau in het oosten van
Congo. Het Nationaal park Nyungwe is één van de grootste resterende bergachtige
regenwouden in Afrika. Het park heeft op zich weinig te bieden. Onderweg zien
we nog een Colobus-aapje. We stoppen even om van het mooie uitzicht te
genieten. Het is bewolkt, maar de wolken blijven tussen de bergen hangen
waardoor het een prachtig gezicht is. Tegen het einde van de middag stoppen we
iets voor Gisakura, een klein dorpje gelegen aan de rand van het bos. Het
Conservation Project van het nationale park (ondersteund door de Wildlife
Conservation Society (WCS), heeft hier een kantoor en toeristisch centrum,
evenals een kantine en gastenkamers.
Wij maken van een van deze gastenkamers gebruik. Annette en Nathan rijden
verder het dorp in voor een slaapplaats, vanwege het feit dat alle gastenkamers
bezet zijn. We zetten onze spullen in de kamer en zoals gewoonlijk gaan we
eerst wat drinken in de kantine. Het regent intussen en het is eigenlijk wel
fris. In de kantine zijn wij niet de enige. Er zit een Nederlandse militair,
samen met zijn Burundese (?) vrouw> Hij verteld werkzaam te zijn in Burundi.
Ook zit Dean er samen met JP, een beetje populair te doen. Dean is een
Engelsman die voor de BBC werkt. JP is een acteur uit Rwanda. Dean heeft net
een film gemaakt over de
huidige situatie in Rwanda en JP heeft hem hierbij geholpen. Beiden vinden
zichzelf geweldig. Als Annette en Nathan weer terugkomen, drinken we nog wat.
Annette en Nathan vertellen dat er een van de UN-vrachtwagens net voor het dorp
gekanteld is en dat een jeep (die op de vrachtwagen was gebonden) in de greppel
ligt. Het hele dorp is hier voor uitgelopen en de vrachtwagen wordt nu bewaakt.
Als je dat niet doet heb je de kans dat de vrachtwagen en jeep compleet
gestript is. Om 20:00 uur zijn we klaar met eten, en wat nu? We drinken en
lezen nog wat.
21
september - Nyungwe Forest
Voor we ontbijten,
gaan we even naar de receptie om te kijken wat we vandaag allemaal kunnen doen.
In lange wandelingen waarin geklommen moet worden hebben we geen zin. We kiezen
voor een tocht door het moeras. Het is 08:00 uur. Volgens de gids zouden we nu
moeten vertrekken. Dus niet, want we willen nog even ontbijten. Afgesproken
wordt dat we dan om 09:00 uur vertrekken. Als we dit net hebben afgesproken
komen Annette en Nathan er aan om samen met ons te ontbijten. Dat komt mooi
uit, want we zullen naar plek gebracht moeten worden, waar de wandeling begint.
Na het ontbijt trekken we onze door Annette schoongemaakte bergschoenen aan en
gaan op pad. We rijden langs theeplantages en Ingrid vraagt of wij misschien
ook de theefabriek zouden mogen bezoeken. We besluiten dit op de terug weg te
doen. Het is best nog wel een stukje rijden voor we aan de wandeling kunnen
beginnen. We moeten weer eens een stukje dalen voor we in het moeras zijn. Het is echt
mooi hier. Helaas zien we weinig dieren. Wel wat vlindertjes, maar weinig
vogels en al helemaal geen apen. Maakt niet zoveel uit, de omgeving is
prachtig. In de verte zien we ons busje staan en zwaaien naar Annette in de
hoop dat ze ons ziet. Na twee uur gelopen te hebben komen we weer bij de auto.
Annette heeft ons dus niet zien zwaaien. We rijden naar de theefabriek in de
hoop dat we deze mogen bezoeken. Bij de ingang van de fabriek staat een auto
met twee gewapende mannen erbij. Het zich er angstig uit. Het blijkt de auto
van de baas te zijn. Zou de baas een zodanige angsthaas zijn dat hij niet
alleen durft te rijden?
Hij zal zijn
redenen hebben. De gids gaat vragen of we een bezoek mogen brengen. Helaas, het
mag niet. De reden? Het is vandaag maandag dus moet er na twee dagen rust weer
hard gewerkt worden en wij zouden alleen maar een vertragende factor hierin
zijn. Nou, dan niet. Tegen 13:00 uur zijn we weer in het hotel. Annette en
Nathan zetten ons af. We spreken met elkaar af dat we na de lunch worden
opgehaald om naar het dorp te rijden. Misschien dat we hier wat kunnen
rondlopen en naar het uitzichtpunt kunnen wandelen. We trekken even wat anders
aan voor we gaan lunchen. Als we net met de lunch klaar zijn komt Annette ons
ophalen. Voor de zekerheid hebben we ook onze regenjacks maar meegenomen. De
lucht ziet er wat dreigend uit. Op een soort van pleintje stappen we uit en beginnen
het dorp in te lopen. We hebben bij wijze van spreken nog geen twee stappen
gezet of het begint al te regenen. We schuilen onder een afdakje. Helaas helpt
het afdakje niet meer omdat de wind is gaan draaien. Wij zoeken een andere
plek. Annette blijft nog even staan. De bewoner van het huis waar Annette aan
het schuilen is komt eraan. Zij heeft geluk, ze mag in huis schuilen. Na
ongeveer een half uur zo gestaan te hebben wordt de regen iets minder. We
besluiten om snel naar de auto te lopen. Hierbij moet je nog voorzichtig zijn,
want de straten van zand en klei zijn door de regen spek glad geworden. Als ook
Annette in de auto is proberen we naar het uitzichtpunt te rijden. Het heeft
echter weinig zin omdat alles bewolkt is en je toch geen goed zicht hebt. We
rijden dan ook weer terug naar het hotel. Het is een beetje hangen en wurgen
wat het weer betreft. Dan weer wat bewolkt en dan weer wat zonnig. Vest aan,
vest uit, naar binnen dan weer naar buiten. Zo brengen we de rest van de middag
door. Tegen het einde van de middag zit de werkdag van theeplukkers erop en
lopen ze weer terug naar het dorp. Andere bezoekers hebben intussen ook hun intrek
in het hotel genomen. Het zijn allemaal mensen die iets in ontwikkelingswerk
doen. Het zieltjes-winnen gehalte is hoog. Tegen zevenen gaan we weer eten. Dit
keer met z'n tweeën. Nathan en Annette eten in het dorp.
22 september -
Nyungwe Forest – Rwamagana (Akagera National Park)
Ingrid heeft
slecht geslapen. Door de regen van gisteren was haar bed voor een deel nat en
dat ligt niet echt lekker. Annette en Nathan zijn er in tussen, dus alle spullen
kunnen we meteen in het busje doen. Als ontbijt hebben we alleen wat
thee/koffie. Het is de bedoeling dat we in Butare-town gaan ontbijten. Butare
(Huye nu) was de grootste en belangrijkste stad in Rwanda tot 1965. Hierna werd
Kigali, 135 kilometer naar het noorden, de hoofdstad van het onafhankelijke
Rwanda. Huye (Butare) wordt nog steeds beschouwd als het intellectuele en
culturele impuls van Rwanda. We rijden dezelfde weg weer terug als we gekomen
zijn. Onderweg stoppen we nog even voor een foto van het mooie uitzicht. Het is
weer wat bewolkt, maar dat maakt de foto in dit geval mooier. Tegen 08:30 uur
zijn we in de Butare en stoppen we voor een hotel waar we het ontbijt
gebruiken. Het is weer leuk om wat van de bevolking te zien. Na het ontbijt gaan
we naar de supermarkt om wat voor de lunch te kopen. Het zal een lange rit
worden, waarbij het lastig is om onderweg te lunchen. Als we de inkopen hebben
gedaan, moet er nog getankt worden. Jammer, dan. Diesel uitverkocht. We rijden
iets verder door naar het Nationaal Museum van Rwanda. Een splinternieuw gebouw
wat volgens ons niet door Afrikanen gebouwd kan zijn. Wat hier te zien is, zijn
o.a. diverse gebruiksvoorwerpen, kleding, sieraden. Ook wordt de geschiedenis
weergegeven. Niet echt bijzonder maar toch even leuk om gezien te hebben. We
zijn hiermee klein uurtje onder de pannen. Als iedereen, Annette en Nathan zijn
ook mee, het wel gezien heeft gaan we verder. Iets verder weg is weer een
benzinepomp. Kijken of we hier meer geluk hebben. En dat hebben we. De mensen
die we zo tegenkomen zijn toch anders dan in Uganda. Hier is men wat
argwanender, minder open dan in Uganda. Op zich niet zo vreemd als je je
bedenkt wat hier heeft afgespeeld. Maar echt aangenaam is het niet. Ingrid
blijft, als ze deze mensen ziet, in haar achterhoofd denken: “Wat hebben zij
tijdens de genocide gedaan?”. Als er voldoende getankt is kunnen we weer verder
rijden. Via Nyanza en Gitarama rijden we naar Kigali. Het is een lange rit,
maar onderweg is genoeg te zien. Tegen 14:00 uur komen we in Kigali aan. Kigali is de
hoofdstad van Rwanda en het economische en bestuurlijke centrum van het land.
De stad is op enkele heuvels gebouwd. Kigali werd in 1907 tijdens de Duitse
kolonisatie door Richard Kandt gesticht. Pas in 1962, tijdens de dekolonisatie,
werd Kigali de hoofdstad van Rwanda. Vanaf 7 april 1994 vormde Kigali het
toneel van de Rwandese genocide, de moord op ongeveer miljoen Tutsi's en
gematigde Hutu's door Hutu-milities (interahamwe) en leden van het Rwandese
leger. In Kigali vond ook de strijd tussen het leger, dat door Hutu's
gedomineerd werd, en het Front Patriotique Rwandais (FPR, Patriottisch Front
van Rwanda), dat overwegend uit Tutsi's bestond. Nathan stopt wanneer hij een
bekende in de stad ziet. Deze bekende rijdt voor ons om ons de weg naar het
Kigali Memorial Centre te wijzen. Het centrum is een groot gebouw. Eerst gaan
we het centrum binnen. Aan de hand van foto’s, filmbeelden, interviews wordt
het e.e.a. over de genocide verteld. Het eerste deel gaat alleen over de
genocide in Rwanda, maar daarna komt ook o.a. Sebrenica, Duitsland aan de orde.
Het is zeer indrukwekkend, vooral de interviews met slachtoffers. Na de
vervolging op de Joden werd geroepen “Nooit weer!” maar we doen het elkaar nog
steeds aan. Als we alles hebben bekeken, gaan we naar buiten. In de tuin zijn
diverse massagraven. We horen dat er nog steeds lijken (althans de botten)
worden gevonden. Deze lijken/botten worden dan alsnog in één van de massagraven
begraven. Het laat een diepe indruk op ons achter.
Hierna is
het nog een uur rijden voor we in het Dereva
Hotel in Rwamagana aankomen. Het is een groot complex met verschillende
gebouwtjes waar kamers in zijn. Ze hebben ook appartementjes waar je eventueel
zelf zou kunnen koken. We krijgen echter een kamer toegewezen. Een ruime kamer
met toilet en douche. Het regent weer. Op het overdekte terras bij het
restaurant gaan we zitten en nemen een biertje. Althans dat proberen we. Rwanda
is van oorsprong Franstalig, maar president Paul Kagame wil dat Engels nu de
voertaal wordt. In ons hotel in Nyungwe Forest was dat geen enkel probleem,
daar werd goed Engels gesproken. In dit hotel is het echter een drama. Men
verstaat en spreekt geen Engels. Met handen en voeten en wijzend op de
menukaart kunnen we dan toch een biertje bestellen en wordt het juiste
gebracht. Na ongeveer 3 kwartier is het weer droog, maar het zonnetje komt niet
meer te voorschijn. Annette echter wel. Als zij er is bestellen we alvast het
eten voor plm. 19:00 uur vanavond. Men vindt het in hotels over het algemeen
prettig om bijtijds te weten wat de gasten willen eten en om hoe laat. Het is
goed toeven hier. Tegen 19:00 uur wordt ons gezegd dat het eten klaar is en
kunnen we aan tafel. Annette eet met ons mee. Het eten is heerlijk. Het gaat
alleen wel in snel tempo, want tegen 20:00 uur zijn we al klaar. We geven
alvast het ontbijt voor morgenochtend door. Omdat we vroeg op moeten willen we niet uitgebreid ontbijten. Het wordt
wat brood met een gekookt eitje. Morgen moeten we om 5:30 uur Rwandese
(Nederlandse) tijd op. Het is in Rwanda een uur vroeger dan in Uganda,
23
september - Akagera National Park
Het is dus
vroeg op. Na het niet zo denderend ontbijt vertrekken we dus naar het park. Het
is nog behoorlijk donker en ook nog een behoorlijk stuk rijden. Maar
uiteindelijk komen we op de plaats van bestemming. Akagera Nationaal Park is
gelegen in het oosten van Rwanda. Het park omvat meer dan 2500 vierkante
kilometer savanne en ligt ten westen van de Kagera-rivier die de grens met
Tanzania vormt. Het park zou een verscheidenheid aan wild moeten hebben en meer
dan 500 verschillende soorten vogels. Als we ons melden om het park te bezoeken
blijkt dat Annette en Nathan de volle prijs moeten betalen. In Uganda is het zo
dat mensen uit Afrika een gereduceerde prijs betalen voor dit soort parken. In
Rwanda blijkt dus niet het geval te zijn. Omdat we niet zonder chauffeur het
park in kunnen wordt voor Nathan de volle mep betaald. Vreemde constructie
trouwens. Je betaalt voor de auto en je betaald voor de chauffeur, alsof je
zonder bestuurder met een auto het park in kan! Omdat we willen dat Annette ook
met ons meegaat, anders moet ze 4 uur in de middle of nowhere op ons wachten,
betalen we voor haar. Na nog een sanitaire stop te hebben gedaan kunnen we aan
de gamedrive beginnen. De gids die met ons mee is, doet erg haar best om er nog
iets van te maken, maar van de verscheidenheid aan wild hebben wij weinig
gezien. Ja, we hebben een impala, waterbok, rietbok, oriby en twee giraffen
gezien. O ja, in de verte nog nijlpaarden, topies en buffels. Voor de grote van het
park is dat weinig. Als we een uur of 4 gereden hebben komen we weer bij het
startpunt. We bedanken de gids en rijden weer terug naar Rwamagana. Hier doen
we nog wat boodschappen voor het ontbijt vanmorgen. Annette en Nathan zetten
ons bij het hotel af. Zelf gaan ze in het dorp wat eten. Als we in het hotel
terugkomen, bestellen we nog wat voor de lunch en bestellen meteen het eten
voor vanavond. Het laatste levert echt problemen op. Ingrid wil vooraf
kippensoep met gember en als hoofdgerecht vis. Hoe vaak de ober niet is
teruggeweest om het nogmaals te vragen en/of te bevestigen, we zijn de tel
kwijt geraakt. We zijn benieuwd wat we krijgen.
Als onze
lunch op is gaan we naar de kamer om ons wat op te frissen. Een douche blijft
toch wel iets lekkers. Helaas heeft het toilet het begeven. Doorspoelen lukt
niet meer. Wanneer we weer helemaal fris en fruitig zijn gaan we terug naar de
bar en lopen even langs de receptie om het defecte toilet door te geven. Op dit
moment is er niemand die het toilet kan maken, maar een loodgieter wordt
gebeld, wordt ons verteld. We geven aan dat we op het terras zitten, mocht men
de sleutel nodig hebben. Het is zo waar droog maar niet echt zonnig. Maakt niet
zoveel uit, we zitten lekker. Biertje, boekje wat wil je nog meer. Niet veel
later is de loodgieter er en wordt om onze sleutel gevraagd. Als ik even later
na de kamer ga, is inderdaad het toilet gemaakt. Wanneer ik weer naar het terras ga zie ik
dat Annette gezellig is aangeschoven. Ze verteld dat zij en Nathan vanavond
ergens anders gaan eten. Het eten in het hotel is te duur voor hen. Ze
kunnen/willen dit niet van hun dagelijkse vergoeding betalen. De lokale
maaltijden zijn goedkoper. Nathan pikt haar op en samen lopen ze het dorp in.
Voor ons duurt het ook niet lang meer als de ober zegt dat het eten klaar.
Intussen is het licht uitgevallen en slaat de generator aan. We zijn erg
benieuwd of wat we besteld hebben ook daadwerkelijk voorgeschoteld krijgen. Ben
krijgt zijn bestelde hamburger. Voor Ingrid komt een bord met kip met daarbij
gember saus en een bord met vis. De kippensoep met gember is dus niet goed
doorgekomen. Als ik de kip met gembersaus terug stuur komt de kok eraan. Er
ontstaat een kleine woordenwisseling tussen de ober en de kok. Wie heeft hier
nu schuld aan? Ingrid begint alvast aan haar vis. Als deze bijna op is, komt
alsnog de kippensoep met gember. De soep smaakt echter meer naar gember dan
naar kip. Maar dat mag de pret niet drukken. Wij eten rustig verder, onder het
genot van het romantische geluid van de generator. De ober komt nog een keer
terug met het briefje waarop hij onze orders heeft genoteerd. Het staat er
echt, kippensoep met gember. Het ligt dus echt niet aan hem, maar aan die
stomme kok die hem maar niet wil begrijpen. Snap dat dan!
24
september - Rwamagana – Lake Mburo (Uganda)
Weer vroeg
op 5:00 uur. We ontbijten niet in het hotel en vertrekken dan ook direct als we
onze spullen de bus hebben ingeladen. We rijden voor een deel dezelfde weg als
toen we gisteren naar het park reden. Daar waar we rechtsaf richting park reden
gaan we nu links af en rijden langs het park. Opvallend langs deze weg is
aantal gebouwen van Jehova’s Getuigen. Ze doen het hier goed. Wat ook opvalt,
zijn de rode kruizen op sommige huizen ten teken dat deze huizen gesloopt
moeten worden. Het zijn behoorlijk wat huizen waar deze tekens op staan.
Sommige terecht, bij anderen vraag je je af waarom. Misschien omdat ze te dicht
bij de weg staan? Het is niet alleen dat we veel van deze huizen zien. We zien
ook dat er naast deze huizen ook veel kindertjes rondlopen. Nu is het zo dat er
in Afrika veel tantes, oma's, zussen, etc. andere kinderen van familieleden
opvoeden, maar ondanks dat zijn het er behoorlijk veel. Dat vond de regering
van Rwanda dus ook. Er is nu dus door de regering bepaald dat ieder gezin max.
3 kinderen mag. Worden dat er meer dan 3 dan wordt de vader gearresteerd.
Misschien zou sterilisatie een optie zijn? Aan Annette vraagt Ingrid hoe dit in
Uganda geregeld is. In Uganda geldt deze regel dus niet en is anticonceptie
gratis. Wat ook opvalt is dat veel berijders van bodaboda's
(brommertaxi) je met een helm ziet rijden. In Rwanda is men verplicht een helm
te dragen. Dit geldt voor zowel de berijder als de passagier. Veel passagiers
doen dat niet omdat je steeds een helm draagt die ook door anderen gedragen is.
Niet echt fris. Dat vinden de passagiers dus ook. Ook hier rijden we weer door
een landbouwgebied. De bananenplantages komen ook hier veel voor, ook al zijn
de vruchten geen echte bananen, maar bestemd voor Matoke. Bij
Katigumba gaan we grens over naar Uganda.
Het gaat dit keer heel wat sneller dan op de heenweg. Wat alleen wel opvalt, is
dat wij bij de grens weer voor een visum betalen. Klinkt logisch. Wat alleen niet
logisch is, is het feit dat je geen bonnetje of iets krijgt waardoor blijkt dat
je voor je visum betaald hebt. Ja, oké je hebt een stempel. Er werd ons dan ook
gezegd dat nadat we geld hebben neergelegd en een stempel hebben gekregen, dat
we wel konden gaan. Nou dan gaan we maar. We lopen naar de Oegandese grens. Bij
de Oegandese grens staan verschillende verkopers Matoke en satéverkopers. Bij
het langslopen van deze verkopers heeft Annette haar blik al geworpen op de
verschillende trossen Matoke. Nathan is nog even bij de grens bezig om het
busje ook over de grens te krijgen. Zou niet gek zijn als dat lukt. In de
tussentijd drinken we wat op een terrasje. Als we ons drankje op hebben gaat
Annette naar de Matoke-verkopers om haar slag te slaan. Het blijkt nog een heel
gedoe te zijn. Ingrid als leek, denk dat al die trossen op elkaar lijken, maar
niets is minder waar. Bij de ene tros zitten er teveel beurse plekken op, bij
de andere vlekken wat betekent dat er een ziekte in zit. Uiteindelijk heeft ze
dan toch 3 trossen gekocht. 1 Voor zichzelf, 1 voor haar zus en 1 voor iemand
waar ze geld van geleend heeft. Als ook Nathan zich bij ons gevoegd heeft
worden de trossen Matoke ingeladen en gaan we op een hobbelige zandweg ons reis
voortzetten.
Ja, we zijn
weer in Uganda en dus weinig asfaltwegen. Onderweg wordt er nog tomaten door Nathan gekocht en boter door Annette. Via Mpoma, Ngugo en
Biti komen we in Mbarara aan. Mbarara is een grote universiteitsstad gelegen in
het westen van Uganda. Weinig bezoekers stoppen in de plaats van het Koninkrijk
der Ankole mensen. Bij een rotonde midden in de stad staat een standbeeld van
een lange Ankole gehoornde koe. Mbarara is een belangrijk kruispunt waar de weg
zich splitst om naar Kabale (zuid-west) of Kasese (noordwesten) te gaan. Het is
tevens de stad waar de huidige president vandaan komt. We lunchen in het
Agip-motel, Arcadia Cottage. Als we lekker aan het eten zijn komen er twee
mannen lopend met een fiets langs. Onder de snelbinders van de bagagedrager een
aantal levende kippen die zij proberen te verkopen. Helaas mag ik geen foto van
hen maken. Als we net klaar met de lunch en hebben afgerekend komt Nathan met
de mededeling dat er een band lek is. Vervelend voor hem, maar wij nemen nog
wat te drinken. Als we halverwege het drankje zijn, komt Nathan met de bus
voorrijden. Bleek geen lekke, maar een zachte band te zijn. Gelukkig voor hem.
We klokken ons drankje snel naar binnen, stappen de bus in en rijden verder.
Iets buiten
de stad komen we langs de de koffieshop van Kale Bas. De Nederlander die we eerst
in Travellers Rest hebben ontmoet, daarna de plek `KaleBas`in Lake Buyoni heeft
gerund en nu dan in Mbarara is gevestigd. Helaas is hijzelf er niet. Het zou
leuk zijn geweest als wij hem weer eens hadden ontmoet. We volgen de weg naar
Masaka om bij Lake Mburo te komen. Lake Mburo is de beste plek in het land waar
de gigantische eland antilope te zien zijn, evenals zebra, topi's, impala's, en
diverse acacia-geassocieerde vogels. De vijf meren in het park trekken
nijlpaarden, krokodillen en een verscheidenheid aan watervogels aan, terwijl
aan de randen van de moerassen geheimzinnig papyrus specialisten zich
verbergen, zoals de Sitatoenga antilope en rood, zwart en geel papyrus gonalek.
Al gamedrivend komen we bij de de plek aan waar we overnachten. Mantana Tented
Camp is eenvoudig (twee bedden) en in een apart gebouwtje dat iets verder
gelegen is zijn twee douches en toiletten. Op de vraag of we willen douchen,
zeggen we dat we dat graag na de gamedrive willen doen. Hij zal zorgen dat we
dan warm water hebben. We zetten onze spullen in de tent en gaan
vervolgens naar de campsite waar we vorige keer overnacht hebben. Het
restaurant staat er nog steeds. Ook de wrattenzwijnen lopen er nog steeds rond.
We gaan even lekker met een biertje in het restaurant zitten met uitzicht over
het meer. Het is heerlijk weer. Ingrid zoekt dan ook een lekker plekje in de
zon. Om 16:00 uur hebben we met Andrew, de gids, afgesproken. Hij zal ons
tijdens de gamedrive begeleiden. Het leuke van dit park is, dat je tijdens deze
gamedrive ook af en toe uit de auto mag om tussen het wild te lopen. Andrew
heeft natuurlijk wel een geweer bij zich. De vorige keer dat wij in dit park
waren was het een wat troosteloos gebeuren. Het merendeel van het park was
afgebrand. Nu is daar echter helemaal niets van te zien. In de verte zien we elanden. Ze zijn prachtig. We stappen
uit het
busje en proberen te voet dichter bij te
komen. Helaas lukt dat niet echt. De elanden zijn behoorlijk schuw. We krijgen
ze dan ook niet goed op de foto. Nu is dat ook niet het belangrijkste. Het is belangrijker
dat we ze gezien hebben. Naast de zebra´s,
buffels en wrattenzwijnen zien we verder niet veel bijzonders. Als we
terugkomen, gaan we eerst gebruikmaken van de beloofde warme douche. We zijn de
enige die van het gebouwtje gebruikmaken, dus we kunnen lekker uitgebreid
douchen zonder dat er iemand op ons wacht. Niemand die op ons wacht? Annette en
Nathan wachten bij ons bij het kampvuur, ondanks dat het vuur nog niet is
aangestoken. Als we uitgedouched zijn gaan we met elkaar naar een restaurant
Acacia dat iets verder van het meer gelegen is. Ook hier hebben we, voor we de
gamedrive deden, aangegeven wat we wilde weten en hoe laat. We zijn de enige in
het restaurant. Ook hier meer personeel dan gasten. Het is eten weer heerlijk.
Als we klaar zijn brengen Nathan en Annette ons weer terug naar de tent. Met de
meegenomen biertjes gaan we met z´n tweeën in de middle of nowhere nog even bij
het nu echt brandende kampvuur zitten.
25
september - Lake Mburo - Entebbe
We staan
vroeg op voor een ochtendwandeling. Andrew is weer onze gids. Nadat Annette ons
uitgezwaaid heeft rijden we met Nathan en Andrew eerst een stuk met de bus voor
we met de wandeling beginnen. We lopen langs een aantal holen die eerst bewoond
waren door hyena´s maar nu door wrattenzwijnen zijn gekraakt. Als we
langslopen, schieten er net een paar wrattenzwijnen uit de holen. Een grappig
gezicht met die staartjes als antennes omhoog. Ook nu weer zien we in de verte
de elanden. Ze zijn echt schuw. We kunnen niet veel dichterbij komen, zonder
dat ze weglopen. We maken een mooie wandeling, ook langs het moeras. Helaas
geen sitatunga gezien. Wel wat vervet
monkeys in hoge cactussen. Wat leuk was om te zien was een opengemaakt
termietenheuvel. Je ziet wel veel termietenheuvels, maar we hadden nog nooit in
het echt gezien hoe die er van binnen uitzien. Leuk! Het was een leuke,
ontspannen wandeling en ondanks dat we weinig gezien hebben wist Andrew veel
over de omgeving te vertellen. Tegen 11:00 uur zijn we weer op het camp terug.
We halen onze spullen uit de tent, zetten deze in de bus en rijden vervolgens
weer naar het restaurant `Acacia`waar we gisteravond hebben gegeten. We
trakteren Annette en Nathan op een ontbijt, het is tenslotte de laatste keer
dat we met elkaar eten. Na het ontbijt, eigenlijk brunch, rijden we naar ons
einddoel: Airport Guesthouse Entebbe. Via Lyantonde en Lwensinga komen we bij Masaka aan. Masaka is een stad
in het zuiden van Uganda nabij het Victoriameer en het Nugabomeer en gelegen
aan de weg van Kampala (128 km NO) naar Mbarara en Rwanda. Het vormt de
hoofdplaats van het gelijknamige district Masaka. De stad heeft een gemengd
christelijke en islamitische bevolking. Sinds 1953 vormt het de zetel van het
gelijknamige katholieke bisdom Masaka. Lange tijd vormde Masaka de tweede stad
van Uganda, maar later werd ze ingehaald door andere steden. In 1979 werd de
stad zwaar verwoest door Tanzaniaanse troepen in hun strijd om Idi Amin te
verdrijven in de Ugandees-Tanzaniaanse Oorlog, wat nog steeds duidelijk op
verschillende plekken in het straatbeeld terug te zien valt. We stoppen niet,
maar raden door deze aardige stad verder naar Entebbe. Onderweg stoppen we wel
bij Aid child's Equation Café om een klein hapje te eten. Het is een leuk
zaakje waar we eten. Je kunt hier ook allerlei handgemaakte spulletje kopen die
ten goede komen van weeskinderen. We kopen hier twee kussenslopen van boomhars.
In het verleden hebben we van dit materiaal ook al eens een hoed gekocht. Waar
we stoppen is niet echt een dorp, maar alleen een rij souvenirwinkeltjes.
Ja, je stopt tenslotte bij de evenaar, dus souvenirs. Als we verder rijden
komen we in een gebied waar veel trommels gemaakt worden. Vellen leer zijn op
de grond gespannen om te drogen. Het zijn brede trommels die zowel aan de
onder- als aan de bovenkant bekleed zijn met koeien- of geitenvel. Graag zouden
we zo een trommel in huis willen hebben. Maar ja, wordt moeilijk meenemen en om
het op te laten sturen zien we eigenlijk niet zoveel in. Geen trommel dus. We
nemen niet de snelweg naar Entebbe, maar steken een stuk af. We verlaten dan
ook de asfaltweg en komen weer op de bekende zandweg terecht. We rijden langs
huisjes, waar de armoede vanaf te zien is. We komen een aantal jagers tegen met
grote netten op hun rug. Een vangst is niet te zien. Ook rijden we langs de
school waar een van de dochters van Nathan op zit. Ingrid moet wel zeggen dat
ze al die hobbelwegen wel een beetje zat is en het niet erg vind om in Entebbe
te zijn. Uiteindelijk komen we toch weer op de asfaltweg van Kampala naar
Entebbe. Tegen 16:00 uur zijn we in het Guesthouse waar we door Paul worden
verwelkomd. Het voelt als thuis. Ook Teddy en Francis komen ons verwelkomen.
Het is aardig vol in het Guesthouse. In de komende dagen komen we er achter dat
het Halleluja-gehalte bijzonder hoog is. We krijgen dezelfde kamer als bij
aankomst. Ook nu weer zetten we onze spullen er neer en nemen eerst een
heerlijk koel biertje. Voor we ook mar iets anders gaan doen. In de tussentijd
nemen we afscheid van Nathan. Nee, nog niet van Annette. Met Annette hebben we
afgesproken dat we zondag 27 september bij haar thuiskomen. We geven haar nu
wel alvast de kleding mee die we vanuit Nederland hebben meegekregen. Intussen
begint het al wat donker te worden (plm. 18:00 uur) en staat onze tafel klaar
om de maaltijd te gebruiken. We kunnen kiezen uit vis of kip. Dit zal de
komende dagen zo blijven. Het is een heerlijk idee dat we nog een paar dagen
hier zijn. We plannen niets en laten de dagen komen, zoals ze komen.
26
september – 1 oktober - Entebbe.
Deze dagen
brengen we lui door.
Op de 26e zijn we alleen even naar het centrum
Entebbe gelopen. In de loop van de ochtend worden we door Bart gebeld en nodigt
hij ons uit om een dezer dagen weer bij hem en Virigo te komen eten. Altijd
gezellig.
Op de 27e naar Annette. We zouden tegen 12:00 uur
daar zijn, maar de reisduur was toch wat langer dan we gedacht hadden. Eerst
met de matatu naar het busstation van Kampala. Vervolgens worden we door iemand
meegenomen naar een taxistandplaats. En met de taxi komen we dan eindelijk in
Seeta aan, wat nog bij het district Kampala behoort. Vanuit een kiosk bellen we
Annette dat we bij de benzinepomp op haar wachten. Door Annette,
haar zoontje Antonio en nichtje Betty werden we opgehaald en naar haar huis
begeleid. Een mooi groot huis. Drie slaapkamers, garage (waar je never nooit met
een auto in kan, Niet allen vanwege de betonnen muur om het huis, maar er is
eigenlijk geen weg naar toe), keuken met gootsteen (koken wordt op een
houtskool vuurtje buiten gedaan of in een nis in de keuken). Buiten is de
douche en toilet (gat in de vloer zonder doorspoelmogelijkheid. Voor vrouwen
die dit niet gewend zijn is het richten moeilijk). We hebben voor Antonio een
lego-auto meegenomen. De bijgeleverde tekening is behoorlijk ingewikkeld, dus
voor we het weten zijn we aan het lego-en. Annette had voor de lunch op ons
gerekend, dus wij krijgen soep en eten dat met z'n tweeën. In de tussentijd
gaan alle dames (Margreth, Betty en Annette) zich verder bezig houden met de
lunch. Antonio is samen met Sandra de kleding aan het passen die wij vanuit
Nederland hebben meegenomen. Vol trots laat Antonio alles zien. Als onze soep
op is, krijgen we een heerlijk geroosterde sandwich met tonijnsalade. Ook
Annette en de anderen komen erbij. Zij rollen een matje uit en gaan daarop
zittend hun maaltijd eten. Zo te zien Matoke met wat groente. Zelfs de
Nile-biertjes heeft zij voor ons in huis gehaald. Het is supergezellig. De laptop
die Annette van Marco en Karen heeft gekregen wordt tevoorschijn gehaald en er
wordt geoefend. Wij geven haar nog wat tips en trucs wat weer netjes in haar
schriftje wordt geschreven. Tegen 5-en moeten we helaas weer terug. Het is toch
weer 2 uur terugrijden naar Entebbe en we hebben afgesproken daar te eten. Met
Betty raden wij met de matatu mee tot Kampala-busstation. Hierna stappen we
over op de bus naar Entebbe.
Op de 28e (nadat Bart weer gebeld heeft om voor
morgenmiddag af te spreken) gaan we 's-morgens met de matatu naar Kampala. De
matatu zit niet altijd vol dus wordt er vaak gewacht op eventuele klanten die
mee willen rijden. Consequentie; een hoop tijd verlies voor we in Kampala zijn.
Het is weer chaotisch in de stad. Het busje stond dan ook ergens voor het
busstation omdat alles helemaal vast zit. Ondanks dat het alweer een paar jaar
terug is dat we hier geweest zijn, weten we toch nog aardig de weg. Ingrid moet
ontzettend nodig naar het toilet, dus we gaan eerst naar Steers aan Kampala
Road. Een soort van McDonald. Hierna lopen we nog even de boekwinkel Aristoc,
tegenover Steers, binnen. Altijd leuk om een boekwinkel in te gaan. We komen
dan ook niet zonder boek eruit. Een mooi boek van de fotograag Steve Bloom is
het geworden. Het is het enige exemplaar dat zij hebben, dus meteen maar
meegenomen. Hierna lopen we naar de craftmarket aan de Buganda Road. Het is een
bijzonder toeristisch gebeuren, maar wel leuk om even langs de winkeltjes te
lopen. Ingrid koopt er nog een armbandje voor € 0,90. Ook wordt er nog een pijp
gekocht. Voor de lunch lopen we naar het Speke-hotel (http://www.spekehotel.com/index.htm). Het blijft een leuk hotel waar genoeg te
zien is. Na een hapje en drankje lopen we weer op ons gemak naar het
busstation. Het is even zoeken welke matatu we nodig hebben. Maar ondanks de
chaos is er toch een zekere structuur te bekennen. Als de matatu vol is (want
zo werkt dat) gaan we rijden. Tegen het eind van de middag zijn we weer in Entebbe.
Even lekker bijkomen, van de drukte en stank van Kampala, voor we aan de
maaltijd beginnen.
Op de 29e doen we weer ons loopje naar het centrum
Entebbe. Nog even kijken of e-mail is. Verder lezen en keuvelen er wat.
's-Middags tegen 15:00 uur brengt Faroek ons weer naar Bart. Hij heeft ons
gevraagd om de fototoestellen mee te nemen zodat hij wellicht foto's voor zijn
nieuwe brochure kan gebruiken. Helaas lukt dat bij hem niet. Verkeerde
snoertjes, defecte kaartlezer. Tegen 16:00 uur gaan we met Bart zijn oudste
zoon van scholen halen. Hij zit op een internationale school die er, zo van de
buitenkant, geweldig uitziet. Sporthal, tennisbanen. Zeker niet verkeerd. Het
is erg gezellig bij Bart en
Virigo. We spreken de reis door en geven wat suggesties. Ook over Annette zijn
we aan het praten en doen een goed woordje voor haar. Tegen 19:00 uur nemen we
weer, met pijn in ons hart, afscheid van hen. De eerstkomende keer dat we Bart
weer zullen zien is in januari 2010.
Op de 30e hebben we afgesproken om naar de Mabamba-swamp te gaan. We
vertrekken om 09:00 uur. Het is nog een behoorlijk stuk rijden. Eindelijk komen
we op de plek waar Faroek met de gids heeft afgesproken. Het blijkt echter dat
we nog steeds niet op de plaats van bestemming zijn. De weg komt redelijk
bekend voor. Het blijkt de weg te zijn die wij hebben gereden toen we vanuit
Lake Mburo vertrokken. Intussen is het 12:00 uur als we dan eindelijk in
Kamengo stoppen. De weg eindigt inderdaad in een moeras. Het is alleen niet het
Mabamba-moeras waar wij naar toe wilde gaan. Volgens de gids is dat moeras
tegenwoordig verboden. Het zou te dicht bij het vliegveld liggen? Er ligt een
houten boot klaar waar wij, 2 bootsmannen, Faroek en de gids instappen. We
varen tussen de bekende papyrusstruiken. Er is niet echt veel te zien, maar als
we wat verder het moeras in gaan zal dat vast wel anders worden, toch? Helaas.
We gaan niet verder het moeras in, maar varen eigenlijk op Lake Victoria en dan
nog zover van de over dat je dus net niets ziet. We zien wel wat pelikanen en een zwerm vogels, maar
het is zeker niet van wat we er van verwacht hadden. We zeggen dan ook tegen de
gids dat we terug willen. We moeten nog anderhalve uur terug varen.
Uiteindelijk zijn we tegen vier uur terug en zwaar teleurgesteld. Als we hadden
geweten dat we naar dit moeras zouden gaan, dan hadden we afgezegd.
Op 1 oktober gaan we weer even naar Entebbe lopen. Als
we weer terug zijn gaan we de boel inpakken, want vandaag is het de laatste
dag. Vanavond vertrekken we weer naar Nederland. Gelukkig mogen we vandaag nog
van de kamer gebruikmaken. Het is nog een gedoe om alles een plekje in de
rugzak te geven. Met drie maskers en een houten tas is dat eigenlijk wel
lastig. Maar gelukkig past alles. Het scheelt ook dat we zelf nog wat kleding
achterlaten waardoor we weer wat meer ruimte hebben. We kijken of we de foto's
voor Bart op de laptop van Paul kunnen krijgen. Het is even een gepuzzel maar
het lukt. In de loop van de middag komt Annette met Antonio langs. We hebben
afgesproken om met elkaar naar de dierentuin te gaan. Voor de kleine jongen ook
wel leuk. Faroek kan ons gelukkig brengen en spreken we af dat hij ons tegen
18:00 uur weer komt ophalen. Als we nog niet goed en wel in de tuin lopen
worden we bijna aangevallen door vervet monkies. Ze hebben het voorzien op de
lolly die Antonio nog in zijn mond heeft. Snel weten we lolly weg te werken en
de apen nemen weer wat afstand. Als Antonio de speeltuin ziet wil hij eigenlijk
meteen daar naartoe. We kunnen hem nog even verleiden om naar de chimpansees te
gaan. Niet veel later gaan we naar het restaurant, waar we wat drinken en
Antonio in de speeltuin kan spelen. Voor we het weten is het alweer 18:00 uur
en moeten we naar de uitgang om Faroek op te vangen. Hij is er nog niet, dus we
beginnen alvast te lopen. We zijn nog geen 5 minuten aan het lopen of Faroek
komt er al aan. Na het eten wordt het nog even snel douchen en omkleden voor we
naar het vliegveld gebracht worden. Annette en Antonio gaan met ons mee.
Gelukkig heeft Annette iemand die haar weer naar huis brengt, anders zou ze nog
uren onder weg zijn en met een vierjarig knulletje is dat niet makkelijk zo
's-avonds laat. Op het vliegveld nemen we met een brok in ons keel afscheid van
Annette. Het is weer voorbij.
Op 2 oktober landen we weer in Brussel. Zoals iedere
nachtvlucht was het ook dit weer een ramp. We komen dan ook gebroken aan. De
bagage hebben we snel en ook op de trein hoeven niet lang te wachten. In
Brussel-midi moeten we in de juiste trein stappen die ons naar onze woonplaats
brengt. Om 09:00 uur zijn we dan weer thuis. Aan de ene kant ook weer lekker,
maar Uganda blijft ook heerlijk. Zeker als je op een fantastisch mooie reis kan
terugkijken.